Wapen delen, maar de trekker ook

Hoe meer krijgsmachten uit kostenoverwegingen met elkaar gaan samenwerken, hoe meer de soevereiniteit van landen ter discussie komt te staan. Een extra dilemma voor nationale politici.

Het is de standaardreactie als bezuinigingen op de krijgsmacht worden voorgesteld. Kan er niet heel veel bespaard worden als landen meer met elkaar samenwerken? Er is de NAVO, er is de Europese Unie met toenemende ambities op defensiegebied, maar toch probeert elk land een eigen unieke, op alle terreinen inzetbare krijgsmacht op peil te houden.

Ongetwijfeld zal dit komende maandag ook weer worden geopperd wanneer de Tweede Kamer de hele dag praat over één van de grootste naoorlogse bezuinigingsoperaties bij Defensie.

Voor een deel is de kritiek op het gezamenlijk optrekken van gelijkgezinde landen een karikatuur van de werkelijkheid. Er wordt onderling al heel veel samengewerkt. Zo is er al sinds jaren een gemeenschappelijk Duits-Nederlands legerkorps met een hoofdkwartier in Münster. Binnen de NAVO en de Europese Unie bestaan projecten waarin het materieelbeheer in de diverse lidstaten wordt gedeeld. En ook binnen de Benelux is sprake van toenemende samenwerking. Zo gebeurt dit al tussen België en Nederland bij de marine. Beide landen gaan onderzoeken of meer zaken kunnen worden gedeeld.

Maar die verdergaande samenwerking heeft wel een keerzijde, is de waarschuwing van minister Hillen (Defensie, CDA). Want dit kan op een gegeven moment rechtstreeks de beslissingsbevoegdheid van een land raken om ergens in de wereld militair op te treden. „Als we een militaire taak samen met Britten of Duitsers doen, hebben we niet meer alleen in Den Haag het beslissingsrecht over de inzet van die wapens”, zei hij vorige maand in een vraaggesprek met het dagblad Trouw.

Sindsdien brengt hij overal de soevereiniteit ter sprake. „Het is een noodzakelijke dimensie van de discussie”, aldus Hillen onlangs in de Tweede Kamer. „Als je overdraagt, als je gaat samenwerken, dan worden de verbanden verplichtender. Over dit aspect wordt te lichtvaardig gedacht. Er wordt te veel gesproken over samenwerking. De pendant dat dit het inleveren van soevereiniteit betekent, wordt te weinig meegenomen.”

Zelf, zo maakte Hillen in zijn interview met Trouw duidelijk, is hij bereid een deel van de eigen soevereiniteit op te geven. Maar wil de Tweede Kamer dat ook? De Kamer kent een uitvoerige procedure over hoe te handelen bij het uitzenden van militairen. Weliswaar staat in de Grondwet dat de regering hiertoe besluit, wat betekent dat het parlement slechts geïnformeerd hoeft te worden, maar in de praktijk heeft de volksvertegenwoordiging wel degelijk een beslissende rol.

Zonder zich verzekerd te hebben van de steun van een meerderheid in de Tweede Kamer stuurt een kabinet geen troepen op pad. Het bleek eerder dit jaar toen het minderheidskabinet van VVD en CDA de ene na de andere toezegging deed aan GroenLinks, D66 en ChristenUnie om toch maar vooral een meerderheid te vergaren voor de politietrainingsmissie naar het Afghaanse Kunduz.

Minister Hillen, die als geen ander weet hoe het politieke bedrijf werkt, had het soevereiniteitsvraagstuk „expres wat in de groep gegooid”, zo verklaarde hij in de Tweede Kamer. En die Tweede Kamer reageerde zoals hij had bedoeld: geschrokken. Het is een „ongemakkelijke discussie” zei Kamerlid Raymond Knops (CDA). Het raakt volgens hem „de kern van het werk van het parlement”. Hij zou het dan ook „betreuren” wanneer als gevolg van allerlei samenwerkingsverbanden Nederland op een „glijdende schaal” terecht zou komen „waarbij het diffuus is of wij wel of niet soevereiniteit opgeven”.

Volgens Hillen gaat het om een „fundamentele discussie” die op termijn gevoerd dient te worden. Oppositiepartij PvdA bestrijdt dat, bij monde van het Kamerlid Angelien Eijsink. De vraag over het al dan niet opgeven van de beslissingsbevoegdheid van Nederland is nu al bij de aangekondigde bezuinigingen van Hillen aan de orde, meent zij. Bijvoorbeeld als het gaat om het voornemen alle tanks te schrappen.

Eijsink: „Stel dat alle landen dat doen of dat een aantal landen dat niet doet. Dan betekent dat in een gezamenlijke operatie je op bepaalde fronten je soevereiniteit al opgeeft.”

Hillen wilde wat discussie losmaken. Dat is hem uitstekend gelukt, getuige de reacties.