Waarom veranderden de opvattingen over verjaring?

Dat verjaring ‘niet meer kan’, past bij de veranderende opvattingen over het strafklimaat in Nederland. Sinds VVD-minister Korthals Altes in de jaren 80 in hoog tempo gevangenissen is gaan bijbouwen, stijgen in Nederland de straffen en groeit het aantal gedetineerden. In de jaren 80 begon het met bezorgdheid over kleine, veel voorkomende criminaliteit, die in de jaren 60 en 70 nog getolereerd werd. Aanvankelijk moest daar met preventie, taakstraffen en onderwijs tegenop worden getreden. Maar tegenwoordig heet dat onomwonden ‘straatterreur’ die ‘hard aangepakt’ (vergolden) moet worden – met hoge boeten en vrijheidsstraffen dus. Taakstraffen zijn uit de gratie.

Er loopt dan ook een rechte lijn van het afschaffen van verjaring tot de invoering van minimumstraffen en het ‘supersnelrecht’. Het geloof in het strafrecht en het effect van strenger straffen is toegenomen. En dan is het afschaffen van verjaring een gemakkelijke maatregel: in 2005 maakte de Kamer op initiatief van CDA en D66 al korte metten met verjaring voor misdrijven waarop levenslang staat. Die afschaffing wordt nu dus uitgebreid.