Waarom bestaat er verjaring?

Verjaring van het recht om een verdachte te vervolgen wordt uitgelegd met het argument dat de ‘strafbehoefte door het verstrijken van de tijd uitdooft’. Het voelt na verloop van tijd niet meer ‘billijk’ om een dader nog te straffen: dader en slachtoffer zijn andere mensen dan toen; de schade is hersteld of niet meer terug te draaien; en de tijd heeft de wonden geheeld. Moeten we er dan nog een punt van maken? Dat het Nederlandse strafrecht op een christelijke cultuur is gefundeerd waarin vergeving en naastenliefde belangrijke waarden zijn, speelt ook een rol.

Een tweede klassiek argument voor verjaring is dat het kwaad zichzelf straft. De verdachte leefde immers jarenlang in onzekerheid. Dit leven in afwachting van de ‘klop op de deur’ van de politie werd lange tijd gezien als surrogaatstraf. Maar met de opkomst van de beroepsmisdadiger en de georganiseerde criminaliteit is dit argument verzwakt. Misdaad is meer een kwestie van pak- en strafkans geworden, waar de crimineel nuchter mee rekent. Het schrappen van verjaring is zo bezien een relatief gemakkelijke manier om de kosten van misdaad te verhogen.