Volle collegezaal prikkelt student

Studenten uit zwakke sociaal-economisch milieus begrijpen de lesstof beter als ze die actief bediscussiëren. In experimenten slonk hun achterstand met de helft.

Moeilijke vragen beantwoorden in een volle collegezaal. Lastige discussies voeren terwijl 700 anderen met je mee luisteren. In het openbaar je mening geven over wat je geleerd hebt. Veel studenten zullen zoiets eng vinden, maar dit soort oefeningen helpen wel bij het leren en onthouden van lastige stof. Vooral studenten met laag opgeleide ouders of studenten die behoren tot een etnische minderheid hebben veel baat bij een dergelijke actieve leermethode. Dat hebben wetenschappers van de Universiteit van Washington aangetoond in een studie die vandaag is gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Science.

Scott Freeman en zijn collega's testten de ‘actieve manier van leren’ met veel discussies en toetsen in het elf weken durende lesprogramma genetica en evolutionaire biologie voor eerstejaars studenten aan de Universiteit van Washington. „De verschillen in score tussen studenten met een gunstige of ongunstige sociaal-economische achtergrond zijn enorm”, zegt onderzoeker Scott Freeman. „Op een schaal van 0 tot 4 blijven de studenten die behoren tot achterstandsgezinnen of minderheden in dit vak 0,65 punten achter op studenten met een bevoorrechte achtergrond. Met onze methode zijn we erin geslaagd om dit verschil te halveren.”

Alle studenten hadden baat bij Freemans programma. Er waren niet alleen discussies en plein public; studenten werden ook frequent getest. Tijdens de elf weken durende leergang werd van hen verwacht dat ze vier avonden in de week via het internet zeven tot tien multiple choice vragen beantwoorden over de stof die zij geleerd hadden. Ook moesten zij elke week schriftelijk enkele open vragen beantwoorden, in ruil voor een bescheiden bonus op het examenpunt.

Dat het actief naar boven halen van lesstof goed is voor het vasthouden en je eigen maken van het geleerde was eerder aangetoond. Freeman: „Daarnaast lieten wij grote groepen in een collegezaal via de computer antwoorden geven op centraal gestelde vragen. Van studenten werd gevraagd om de antwoorden toe te lichten en te bediscussiëren, met hun naaste buren, maar ook publiekelijk in de collegezaal. In dat soort sessies werd soms maar enkele minuten regulier college gegeven.”

Om de resultaten te verklaren grijpt Freeman terug op werk van de beroemde Franse onderwijskundige Jean Piaget. Freeman: „Volgens zijn theorie van het constructivisme moeten studenten zelf hun eigen begrip opbouwen, construeren, om iets goed te begrijpen. Dat kun je doen door datgene wat je leert toe te passen of door erover te discussiëren. Alle studenten hebben baat bij een dergelijke aanpak en studenten met een ongunstige achtergrond nog meer dan de anderen. Dat komt doordat zij dit soort zaken in het geheel niet gewend zijn. Zij hebben eenvoudigweg nooit de kans gekregen om op dit niveau na te denken.”

Volgens Freeman kan zijn actieve leermethode helpen om ervoor te zorgen dat meer studenten uit achterstandsgezinnen een universitair diploma behalen. „Met onze methode verdwijnen de verschillen tussen voor- en achtergestelden niet helemaal", zegt Freeman, „maar onze aanpak is wel heel goedkoop. Veel goedkoper dan bestaande programma’s waarin aan zwarte Amerikanen op universiteiten financiële steun en extra onderwijs wordt aangeboden.”

Freemans experiment op de Universiteit van Washington was deels een noodsprong. Door bezuinigingen werd de eerstejaarsopleiding biologie geconfronteerd met een verdubbeling in het aantal studenten op het college (van 345 naar 700), minder practica in het lab (2 in plaats van 3 uur per week) en een verminderd aantal student-assistenten.

Volgens Freeman is het voor het eerst dat het nut van wat hij ‘actief leren’ noemt is aangetoond in klassen of colleges met zo’n groot aantal leerlingen.

Hij waarschuwt dat zijn studie niet aantoont dat universiteiten zomaar kunnen bezuinigen door te werken met vollere collegezalen. Het opzetten van de werkwijze kost geld, bijvoorbeeld doordat er nieuw studie- en testmateriaal nodig is.

Freeman noemt zijn stelling dat capabele studenten met een sociale achterstand extra gebaat zijn bij een actieve manier van leren de Carnegie Hall hypothese. Die kreet is gebaseerd op een anekdote over een toerist die een New Yorker vraagt hoe hij het beste Carnegie Hall kan bereiken. ‘Oefenen’, is het antwoord. Freeman: „Voor mij betekent dit verhaal dat de sleutel tot het leveren van prestaties ligt in de kansen die je krijgt om te oefenen.”