Vind ik leuk, vind ik leuk, vind ik leuk

Iris Koppe: De man met de schaar. De Bezige Bij, 254 blz. €18,90

Het vernietigen van een mobiele telefoon in een blender is één van de stunts waarmee de populistische politicus ‘De Kreeft’ uit De man met de schaar zieltjes probeert te winnen. We volgen hem in verkiezingstijd, terwijl hij in het land zijn boodschap van digitale regressie verkondigt: we moeten terug naar een tijd waarin het nog niet stikte van de nieuwerwetse elektronica. Helder zet hij in een bejaardentehuis zijnstandpunt uiteen: ‘Ik ben De Kreeft en ik kom jullie vandaag vertellen wat voor hekel ik heb aan nieuwe dingen.’

De Kreeft mikt vooral op de oudjes aan wie de digitale revolutie voorbij is gegaan. Om te laten zien dat er aan een heel andere zijde van het kiezersspectrum misschien ook wel wat valt te halen, wisselt Iris Koppe hoofdstukken over De Kreeft af met hoofdstukken over Marien en Elena, twee niet al te bevlogen rechtenstudentes. Met name Marien gaat gebukt onder de last van het moderne leven, waar alleen een constante stroom ‘vind ik leuk’-reacties op haar eigen Facebook-pagina de graadmeter is voor een geslaagd leven. Marien lijkt het fictieve uitvloeisel te zijn van het paradoxale motto dat Koppe voorin De man met de schaar liet afdrukken: ‘We turn to new technology to fill the void but as technology ramps up, our emotional lives ramp down’. Er is weinig in De man met de schaar waar geen waas van spot overheen hangt. Soms werkt dat, veel vaker is er het besef dat Koppe het er te dik oplegt en te weinig neerzet óm te bespotten. Wat deze roman dan ook vooral mist is een context die de indruk wekt vanuit karakters te zijn gegroeid en niet vanuit een externe maatschappelijke analyse. Zo kan Marien niet met haar vriendje naar bed wegens rsi-klachten (wie te veel muist, vereenzaamt) en vallen de zogenaamd kritische studenten opeens massaal voor De Kreeft wanneer die moonwalkend een zaal binnenkomt.

De man met de schaar is te veel een als roman vermomd opiniestuk geworden, waar desondanks een paar mooie zinnen en observaties instaan over de huidige tijd. Koppe lijkt in staat iets te kunnen zeggen wat de moeite waard is, maar moet als schrijfster van fictie nog rijpen om werkelijk te raken. Het probleem waar zij mee kampt is niet nieuw: hoe drama te creëren uit mensen die je duidelijk als emotioneel uitgehold neerzet?