Vermeer

Toen ik, vrij vroeg in de ochtend, langs het Rijksmuseum liep en zag dat er niet zo’n erg lange rij voor de ingang stond, besloot ik even naar binnen te wippen en in sneltempo langs mijn favorieten te lopen. Een half uurtje kunstgenot, daar knapt een mens van op. Niet iedereen misschien, maar ik wel.

Zo kwam ik na een tijdje bij het melkmeisje van Vermeer. Daar stonden twee bejaarde dames voor, zodat ik geduldig wachtte tot ik er op mijn beurt bij kon. Op de een of andere manier zagen ze eruit als dames uit de provincie, die een dagje Amsterdam deden. De ene vrouw keek met welgevallen naar het schilderij voor haar. Ze had het zo vaak in reproductie gezien, maar nu stond ze wel degelijk voor de echte. „Ja....,” fluisterde ze in vervoering, „ja...”

Haar ogen straalden blij van herkenning. Oog in oog met dat ontzettend beroemde schilderij. Dit kon niemand haar meer afnemen, dacht ze. Maar haar vriendin, die ooit een kunsthistorische klok had horen luiden, zette een stevige domper op haar vreugde. Met grote stelligheid zei die: „Dat kunnen we niet meer begrijpen, tegenwoordig. Dat zijn allemaal symbolen. Dat heeft een heel andere betekenis dan wat je daar denkt te zien.”

„Maar....,” sputterde de vrouw tegen, „maar...”

„Nee”, werd ze kordaat afgekapt door haar vriendin. „Nee. Dat is symbolisch bedoeld, dat begrijpen we echt niet meer.” Ze maakte een wegwerpend gebaar naar de Vermeer en draaide zich van het doek af. „Kom maar”, zei ze en liep weg.

Haar vriendin bleef nog even staan, haar gezicht opeens grauw van verdriet. Met moeite scheurde ze zich los en liep diep ontgoocheld achter de andere vrouw aan. Op naar de volgende wijze les.

Haar eventuele plezier in de Nederlandse schilderkunst van de zeventiende eeuw was voorgoed bedorven.