Tinguely op de Apollolaan

Meer dan een halve eeuw geleden is in Amsterdam een paar keer een vrolijk sensationeel blaadje verschenen waarvan ik me de naam niet herinner maar wel een geweldige kop op de voorpagina. NOZEM PROBEERT MACHT TE GRIJPEN. Die nozem was Jan Cremer. Zijn Ik Jan Cremer was nog niet verschenen, maar de roem van de schrijver was al in aanbouw. Wat is een nozem? Volgens mijn digitale Van Dale een ‘lummelige, baldadige straatjongen’. Misschien is dat nu de betekenis. Het woord wordt niet vaak meer gebruikt. Toen, eind jaren vijftig, was het een jongeman uit het naoorlogs verzet. Jan Vrijman heeft het woord geintroduceeerd, in zijn reportage De nozems van de Nieuwedijk, in Vrij Nederland met foto’s van Ed van der Elsken. In Duitsland had je de Halbstarken, in Frankrijk de Blousons noirs, in Engeland de Teddyboys, en wij hadden de nozems die de hele gerestaureerde burgermaatschappij aan hun laars lapten.

Een jaar geleden ongeveer was ik Jan Cremer voor het laatst toevallig tegengekomen, ergens in Oud-Zuid. Dat was een vrolijke ontmoeting. En nu zag ik hem weer, op een foto in De Telegraaf. Hij had een keurig donker pak aan en was niet veranderd. Daar stond hij, kaarsrecht, een beetje wijdbeens, recht in de lens kijkend, zo te zien klaar om een eventuele tegenstander onmiddellijk een knal voor zijn kanus te geven. Dat was hier niet nodig. Een meter van hem af stond koningin Beatrix, die een paar minuten tevoren de tentoonstelling ArtZuid had geopend. Dat is een verzameling sculpturen, opgesteld over de hele lengte van de Apollolaan. Jan Cremer heeft de leiding over de samenstelling gehad.

Dit stukje schrijf ik op een afgelegen eilandje. Op de dag voor ik hierheen vertrok heb ik deze tentoonstelling, toen nog in het laatste stadium van aanbouw gezien. Niet alles is even mooi of interessant, zo gaat dat nu eenmaal, maar het geheel is zeer de moeite waard. Vlakbij het Olympiaplein is een vliegtuig opgehangen. Altijd goed. Er zijn een paar grote abstracte bouwsels, en voor mij verreweg het beste is een grote machine van Jean Tinguely, de Heureka. De koningin opende de tentoonstelling door deze machine in werking te stellen. Dan gaan de wielen draaien, de stangen bewegen, dit ingewikkeld geheel gaat leven, het maakt lawaai, het wordt een dramatisch en optimistisch schouwspel. De Heureka is een dringende uitnodiging om nader met het werk van Tinguely kennis te maken.

Ik geloof dat het Stedelijk Museum een paar machines van hem heeft, onder andere een Méta-matic die tekeningen maakt. Als dat zo is, staat die sinds jaren ergens ontoegankelijk in de bewaarplaatsen van de gesloten kunsttempel opgeslagen. Toen ik in de Apollolaan de Heureka zag, moest ik denken aan de jaren waarin W.J.H.B. Sandberg directeur van het Stedelijk was. Eerst de tentoonstelling Bewogen Beweging in 1961; een jaar later Dylaby. Daar was een rijkdom aan werk van Tinguely te zien, en ook van zijn vrouw, Niki de Saint Phalle die in de nu afgebroken Sandbergvleugel een schiettent had ingericht. Daar kon het publiek op zakjes verf schieten, bij een voltreffer de verf op een doek terecht kwam. Zo maakten de bezoekers van lieverlee zelf hun schilderij.

In Mille-en-Forêt niet ver van Fontainebleau staat Le Cyclop, een reusachtig machinebouwwerk. In Bazel heb je het museum Tinguely, een schatkamer van machines. Weet u nog niet wat u in de vakantie gaat doen, dan daarheen, via de Apollolaan.