Tatort in der Region

In Nederland is er nog steeds discussie over de literaire waarde van thrillers.

Ook de Duitse Krimi zoekt naar erkenning. Daar doen de regiothrillers het nu goed.

‘Pas goed op uzelf! Laat u niet vermoorden!’ Dat advies krijgen bezoekers van Mönchengladbach opvallend vaak. Is Mönchengladbach dan zo gevaarlijk? Dat valt wel mee. Voor een middelgrote Duitse stad zijn de misdaadcijfers er vrij laag. Maar dit jaar wordt de stad aan de rand van de Ruhrpott geterroriseerd door een bende. Haar wapens bestaan uit woorden, want zij slaat met boeken toe. 260 misdaadauteurs uit alle Duitssprekende landen streken onlangs in Mönchengladbach neer. Daar deden ze mee aan de Criminale, een festival dat zich sterk maakt voor de erkenning van de Duitstalige thriller.

Rood-witte politielinten markeren de locaties waar wat loos is. Bij een bijzonder alarmerend lint gaan wij naar binnen. Een krakende trap, een zaaltje met flakkerend kaarslicht, een inktzwarte tafel. Tien schrijfsters zitten eromheen. Elk van hen mag vijf minuten uit haar werk voorlezen. Maar eerst moet ze een voorwerp tonen dat er in haar tekst toe doet. We zien een tang, een joint, een bloederige vinger.

De Criminale van dit jaar wordt geleid door festivalcoördinator Thomas Hoeps (44). „Worden Duitse thrillerschrijvers miskend?” wil ik van hem weten. „O ja! Nog steeds moeten ze tegen het vooroordeel vechten dat ze Amerikaanse thrillers kopiëren. Maar de Europese thriller heeft eigen tradities ontwikkeld. De Europese thriller is maatschappijkritisch.” En de Duitse thriller? Wat is daar bijzonder aan? „Veel Duitse thrillerschrijvers bedienen een bepaalde streek. Ein Niederrhein-Krimi of Ein Krimi aus dem Schwarzwald staat er dan op de kaft. Duitsers willen thrillers lezen uit hun regio.”

Op naar een podiumdiscussie. ‘Import Top – Export Flop’ heet de bijeenkomst. Een Duitse auteur op het podium legt aan zijn niet-Duitse collega’s de prangende vraag voor waarom er in het Duitse taalgebied zoveel vertalingen van thrillers bestaan, terwijl er zo weinig Duitstalige thrillers in het buitenland verschijnen. Maar zijn veronderstelling klopt niet helemaal. In Nederlandse boekhandels althans liggen uit het Duits vertaalde misdaadromans van Zoran Drvenkar en Agnes Hammesfahr, Jan Seghers en Jan Costin Wagner uitgestald. Terecht, want ze hebben literaire kwaliteiten. Ze hebben originaliteit, stijl en diepgang – en precies daarnaar speurt ook de Criminale.

Aanwezig is ook Zoë Beck (36) die onder meer het verhaal ‘Rapunzel’ schreef: een fantasie met het bekende sprookje als grondstof. De toren staat nog overeind, alleen zit er bij Beck geen meisje in maar een jongeman. Plaats en tijd: Albanië in de jaren dertig. „Daar werden toen bloedige vetes uitgevochten. Mijn hoofdpersoon is de enige van haar familie die de traditie van eerwraak kan voortzetten. Men knipt haar haren af en zij moet als man verder leven. En zij moet het onrecht dat haar familie werd aangedaan op een andere familie wreken, maar ze wordt verliefd op degene die ze eigenlijk moet vermoorden.” Niet dat moderne mensen geen archaïsche trekjes hebben: „Onze bondskanselier Angela Merkel juichte van blijdschap over de dood van Osama bin Laden, terwijl wij in Duitsland de doodstraf hebben afgeschaft. We zijn primitiever dan we willen weten.”

Over zulke dingen schrijft Zoë Beck op een subtiele manier. Haar sterkste punt? „Gebroken karakters. Psychisch zieke mensen. Onsympathieke mensen, met wie de lezer toch kan meeleven. Hij moet denken: oei, daar zit iemand in de val, hoe komt hij daar nou uit? Situaties van machteloosheid herkent iedereen. Voorwaarde is wel een goed gebouwd verhaal, geschreven in een eenvoudige maar elegante stijl.” Aan stijl schort het nogal eens bij regionale thrillers, vindt Zoë Beck. „In regionale thrillers mogen ook geen afgronden zitten, ze moeten grappig zijn. Door de enorme winsten die de regionale thriller maakt, komen er bij de uitgevers veel slechte boeken doorheen en dat geeft de thriller een slechte reputatie.”

De meningen over de regionale thriller mogen dan verdeeld zijn, in Mönchengladbach wemelt het tijdens de Criminale van de misdaadauteurs uit afgelegen streken. Bij het Münster, in de Bismarckstrasse en op de Alter Markt: overal hoor je Stiermarkse en Zwabische, Fränkische en Emmentaler dialecten.

Dorpen? Agnes Hammer (41) krijgt er ondanks de hitte koude rillingen van. In haar jeugdroman Dorfbeben prikt zij de idylle van een Duits dorpje door. Een brute moord schrikt de bewoners op. Maar al gauw doen zij alsof er niets gebeurd is. Een jongen gaat op zoek naar de dader en stuit op een oud geheim. „In elk gesloten systeem ontstaan geheimen”, zegt Hammer. „Vooroordelen die niet meer gecorrigeerd kunnen worden gaan hun eigen leven leiden. Daar komen leugens uit voort.”

De schrijfster komt zelf uit een dorp. 700 zielen, allemaal katholiek. „Ik was een Aussenseiterin, mijn vriendin en ik waren de enige punks. Wij verzetten ons tegen de dubbele moraal, de roddels, de intriges. Het was een harde tijd.” Gefascineerd werd zij door een oude opa. „Er zat een tatoeage op zijn arm die hij had geprobeerd weg te halen. Over hem werd gefluisterd dat hij bij de SS had gezeten.” Ook het dorpsgeheim in haar boek heeft met de oorlog te maken, en met dwangarbeid, vluchthulp, verraad en wraak. Een verhaal is goed, vindt Hammer, als de lezer er moeite voor moet doen. En wat is een goede thriller? „Die laat verstrikkingen zien, in de hoop dat de lezer er iets van leert.”

Bad Fucking. Zo heet het dorp in de gelijknamige thriller van Kurt Palm (55). Het gehucht in de Alpen krijgt het zwaar te verduren. Een zonderling wordt dood in zijn grot aangetroffen. Een minister die in Bad Fucking een asielzoekerscentrum wil bouwen wordt door islamisten ontvoerd. En tegelijk met een vreselijk onweer rukken duizenden palingen op naar Bad Fucking, klaar voor wraak op de mens.

Met een zwaar Oostenrijks accent vertelt Palm: „Het boek is een mengeling van genres. Een catastrofen-story, een les natuurgeschiedenis, een liefdesverhaal, een satire. Alle personages bewegen zich langs de rand van de afgrond. Om seksuele redenen, om financiële redenen, om politieke redenen. Pikzwarte humor is het.” Zoals het een satiricus betaamt barst Palm van de kritiek op Oostenrijkse en Europese toestanden: „Er is een ongelofelijke ontdemocratisering gaande. Van elke burger wordt al zijn telefoonverkeer bewaard; dat overtreft de spionagepraktijken uit de DDR! En hoe racistischer een politicus, hoe populairder.”

Niet dat woede een goede motivatie voor het schrijven is. „Als je woedend bent, ben je te beperkt. Ik heb een andere methode. Door te overdrijven maak ik de heersende groepen belachelijk. Veel thrillerschrijvers zijn behoudend. Zij creëren seriefiguren. Commissaris zus en zo, in elk boek dezelfde: saai!”