Scharf geschossen!

Terwijl Nederland zich opmaakte voor de Maand van het Spannende Boek, kwamen onlangs 260 misdaadschrijvers vanuit de donkerste hoeken van Duitsland naar het Roergebied. Hoe in een land vanregiothrillers het spannende boek tot bloei komt.

.

‘Pas goed op uzelf! Laat u niet vermoorden!” Dat advies krijgen bezoekers van Mönchengladbach opvallend vaak. Is Mönchengladbach dan zo gevaarlijk? Ach, dat valt wel mee. Voor een middelgrote Duitse stad (260.000 inwoners) zijn de misdaadcijfers er betrekkelijk laag. Maar dit jaar, nota bene in de mooie maand mei, wordt de metropool aan de rand van de Ruhrpott geterroriseerd door een bende. Haar wapens bestaan uit woorden, want zij slaat met boeken toe.

Of, in klare taal: 260 misdaadauteurs uit alle Duits sprekende landen streken onlangs in Mönchengladbach neer. Daar deden ze mee aan de Criminale, een festival dat zich sterk maakt voor de erkenning van de Duitstalige thriller. Zo zijn we terug bij de tegenwoordige tijd: rood-witte politielinten markeren de locaties waar wat loos is. Bij een bijzonder alarmerend lint gaan wij naar binnen. Een krakende trap, een zaaltje met flakkerend kaarslicht, een inktzwarte tafel. Tien schrijfsters zitten eromheen. Elke schrijfster mag vijf minuten uit haar werk voorlezen. Maar eerst moet ze een voorwerp tonen dat er in haar tekst toe doet. We zien een tang, een joint, een bloederige vinger. En we horen hoe een gehate chef aan zijn einde komt, hoe een modekoning niet zonder stijl crepeert en hoe een met een dodelijke ziekte geïnfecteerde dame wraak neemt op een heer. Een schat aan vrouwelijk-perfide opruimstrategieën onthult deze Ladies’ Crimenight.

Toch is het een man die de Criminale van dit jaar leidt. Festivalcoördinator Thomas Hoeps (44) stapt gehaast een groot hotel in Mönchengladbach binnen. „Worden Duitse thrillerschrijvers miskend?” wil ik van hem weten. „O ja! Nog steeds moeten ze tegen het vooroordeel vechten dat ze Amerikaanse thrillers kopiëren. Maar de Europese thriller heeft eigen tradities ontwikkeld. De Europese thriller is maatschappijkritisch.” En de Duitse thriller? Wat is daar bijzonder aan? „Veel Duitse thrillerschrijvers bedienen een bepaalde streek. Ein Niederrhein-Krimi of Ein Krimi aus dem Schwarzwald staat er dan op de kaft. Duitsers willen thrillers lezen uit hun eigen regio. In jullie land heb je dat niet, maar Duitsland is dan ook iets groter.”

Thomas Hoeps is zelf ook thrillerschrijver. Samen met de Nederlander Jac. Toes vormt hij een scherp duo. In hun tegelijk in het Nederlands en in het Duits verschenen roman Kunst zonder genade/ Nach allen Regeln der Kunst trekt een seriemoordenaar in musea aan weerszijden van de grens een bloedig spoor. Hij doodt zijn slachtoffers met kunstwerken. „De uitdaging was, naast het schrijven van een spannend verhaal, om de lezers te laten zien dat moderne kunst hun eigen leven raakt. Een voorbeeld. Er bestaat een chocoladesculptuur van de Zwitserse kunstenaar Dieter Roth. Dat beeld komt ook in ons boek voor. De koeling valt uit en de sculptuur smelt. Zo kun je het hebben over de vergankelijkheid van kunst en van mensen. Dat brengt kunst dichterbij.” Hoeps strijkt over zijn stekeltjeshaar en resumeert: „Een thriller geeft je de mogelijkheid om mensen te bereiken met thema’s waar zij anders niet voor zouden openstaan. Een thriller is een geweldig transportmiddel.”

Op naar een podiumdiscussie. Import Top – Export Flop heet de bijeenkomst. Een Duitse auteur op het podium legt aan zijn niet-Duitse collega’s de prangende vraag voor waarom er in het Duitse taalgebied zoveel vertalingen van thrillers bestaan, terwijl er zo weinig Duitstalige thrillers in het buitenland verschijnen. Maar zijn veronderstelling klopt niet helemaal. In Nederlandse boekhandels althans liggen uit het Duits vertaalde misdaadromans van Zoran Drvenkar en Agnes Hammesfahr, Jan Seghers en Jan Costin Wagner uitgestald.

Terecht, want ze hebben literaire kwaliteiten. Ze hebben originaliteit, stijl en diepgang – en precies daarnaar speurt ook de Criminale. Niet minder dan vijf prijzen gaan er op dat festival van de hand: vier Friedrich-Glauser-prijzen, voor respectievelijk het beste korte verhaal, het beste debuut, de beste roman en het belangwekkendste levenswerk, plus één Hansjörg-Martin-prijs, voor het beste jeugdboek. De schrijvers van de nauw met de Criminale verbonden vereniging Das Syndikat betalen de prijzen uit eigen zak en op een gala-avond worden die Oscars onder de Krimi-prijzen aan de winnaars uitgereikt. Maar zo ver zijn

Vervolg op pagina 2

Het nieuwe Duitse misdaadboek heeft originaliteit, stijl en diepgang

we nog niet. Er zijn nog geen winnaars, het is nog geen avond, het is klaarlichte dag en drukkend warm. Zoë Beck (36) kijkt vanaf een deftig terras naar de ober. „Hij heeft geen goed humeur, he?” piekert ze hardop. „Haat hij zijn beroep? Maar waarom dan ? Wat is er mis met hem?”

Thrillerauteurs zoals Zoë Beck onderzoeken in elke situatie of iemand zich verdacht gedraagt. Het is een noodzakelijke beroepsafwijking want ze brengt de fantasie van de schrijver onmiddellijk op gang. Becks genomineerde verhaal ‘Rapunzel’ is een fantasie met het sprookje als grondstof. De toren staat nog overeind – alleen zit er bij Beck geen meisje in maar een jongeman. Plaats en tijd: Albanië in de jaren dertig.

„Daar werden toen bloedige vetes uitgevochten. Mijn hoofdpersoon is de enige van haar familie die de traditie van eerwraak kan voortzetten. Men knipt haar haren af en zij moet als man verder leven. En zij moet het onrecht dat haar familie werd aangedaan op een andere familie wreken, maar ze wordt verliefd op degene die ze eigenlijk moet vermoorden.” Niet dat moderne mensen geen archaïsche trekjes hebben: „Onze bondskanselier Angela Merkel juichte van blijdschap over de dood van Osama bin Laden, terwijl wij in Duitsland de doodstraf hebben afgeschaft. We zijn primitiever dan we willen weten.”

Over zulke dingen schrijft Zoë Beck op een subtiele manier. Haar sterkste punt? „Gebroken karakters. Psychisch zieke mensen. Onsympathieke mensen, met wie de lezer toch kan meeleven. Hij moet denken: oei, daar zit iemand in de val, hoe komt hij daar nou uit? Situaties van machteloosheid herkent iedereen. Voorwaarde is wel een goed gebouwd verhaal, geschreven in een eenvoudige maar elegante stijl.” Aan stijl schort het nogal eens bij regionale thrillers, vindt Zoë Beck. „In regionale thrillers mogen ook geen afgronden in zitten, ze moeten grappig zijn. Door de enorme winsten die de regionale thriller maakt, komen er bij de uitgevers veel slechte boeken doorheen en dat geeft de thriller een slechte reputatie.”

De meningen over de regionale thriller mogen dan verdeeld zijn, In Mönchengladbach wemelt het tijdens de Criminale van de misdaadauteurs uit afgelegen streken. Bij het Münster, in de Bismarckstrasse en op de Alter Markt: overal hoor je Stiermarkse en Zwabische, Fränkische en Emmentaler dialecten. Bernhard Jaumann (54) is een geval apart. Hij praat in het slepende Duits van zijn geboortestad Augsburg, maar woont in Namibië. Eerder woonde hij in Italië, in Australië en in Mexico. Inspireert het buitenland hem meer dan Duitsland?

„Ik heb inderdaad nog geen enkele roman geschreven die zich in Duitsland afspeelt”, lacht Jaumann. Voor mij is het goed om een zekere afstand te voelen tot het land waarover ik schrijf. In een vreemd land observeer je nauwkeuriger en ontdek je dingen die een inheemse bewoner helemaal niet meer ziet. Anderzijds heb je een zekere betrokkenheid nodig om achter de schermen te kunnen kijken. Een mengeling van afstand en betrokkenheid werkt bij mij het best.”

Jaumanns genomineerde roman Die Stunde des Schakals gaat over een historische moordzaak. In 1989 doodden drie mannen van de Zuid- Afrikaanse geheime dienst de Namibische onafhankelijkheidsstrijder Anton Lubowski. De daders werden nooit berecht. Dus zoeken Jaumanns personages alsnog naar de waarheid. „Omdat zij allemaal naar hun eigen vorm van waarheid zoeken botsen ze met elkaar. En sommigen grijpen naar ontoelaatbare middelen.” Zo laat een rechter in de roman zich omwille van de gerechtigheid in met misdadige acties. „En voor mij gold bij het schrijven de vraag: kan ik door onderzoek werkelijk ophelderen wat er toen gebeurd is? Ik kon dat niet, het is mij niet gelukt, en toen kwam de volgende vraag: kan ik met fictie dichter bij de waarheid komen? Ook daarover gaat het boek.”

Jaumann bereidde Die Stunde des Schakals zorgvuldig voor. Alleen al het bedenken van zijn personages, met als prachtigste resultaat de zwarte politievrouw Clemencia Garises, kostte hem maanden tijd. En dat gaat bij hem altijd zo. „Ik moet de breuklijnen in hun binnenste helder krijgen. Bij wijze van oefening plaats ik zo’n figuur in een extreme situatie en dan moet ik kijken hoe hij reageert. Pas als ik zijn reacties goed kan inschatten, ga ik met hem of haar in zee.” Gelukkig is de thriller volgens Jaumann uit het verdomhoekje gekomen.

„Goede schrijvers wagen zich nu aan het genre.De indeling in speurders en daders is minder strikt geworden. In een reeks andere romans van mij vervult de dorpsgemeenschap alle rollen die in klassieke thrillers gescheiden zijn. Het dorp is én slachtoffer én speurder én rechter.”

Dorpen? Agnes Hammer (41) krijgt er ondanks de hitte koude rillingen van. In haar genomineerde jeugdroman Dorfbeben prikt zij de idylle van een Duits dorpje door. Een brute moord schrikt de bewoners op. Maar al gauw doen zij alsof er niets gebeurd is. Een jongen gaat op zoek naar de dader en stuit op een oud geheim.

„In elk gesloten systeem ontstaan geheimen”, zegt Hammer. „Vooroordelen die niet meer gecorrigeerd kunnen worden gaan hun eigen leven leiden. Daar komen leugens uit voort. Lekker fris hoor, pfff!” De in een bloot blauw jurkje gestoken schrijfster komt zelf uit een dorp. 700 zielen, allemaal katholiek. „Ik was een Aussenseiterin, mijn vriendin en ik waren de enige punks. Wij verzetten ons tegen de dubbele moraal, de roddels, de intriges: het was een harde tijd.”

Gefascineerd werd zij door een oude opa. „Er zat een tatoeage op zijn arm die hij had geprobeerd weg te halen. Over hem werd gefluisterd dat hij bij de SS had gezeten. Maar dat mocht je niet hardop zeggen.” Ook het dorpsgeheim in haar boek heeft met de oorlog te maken, en met dwangarbeid, vluchthulp, verraad en wraak. Voorwaar geen lichte kost. Een verhaal is goed, vindt Hammer, als de lezer er moeite voor moet doen. En wat is een goede thriller? „Die laat verstrikkingen zien, in de hoop dat de lezer er iets van leert.”

Bad Fucking. Zo heet het dorp, alweer een dorp, in de gelijknamige thriller van Kurt Palm (55). Het gehucht in de Alpen krijgt het zwaar te verduren. Een zonderling wordt dood in zijn grot aangetroffen. Een minister die in Bad Fucking een asielzoekerscentrum wil bouwen wordt door islamisten ontvoerd. En tegelijk met een vreselijk onweer rukken duizenden palingen op naar Bad Fucking, klaar voor wraak op de mens.

Met een zwaar Oostenrijks accent vertelt Palm: „Het boek is een mengeling van genres. Een catastrofen-story, een les natuurgeschiedenis, een liefdesverhaal, een satire. Alle personages bewegen zich langs de rand van de afgrond. Om seksuele redenen, om financiële redenen, om politieke redenen. Pikzwarte humor is het.”

Zoals het een satiricus betaamt barst Palm van de kritiek op Oostenrijkse en Europese toestanden: „Er is een ongelooflijke ontdemocratisering gaande. Van elke burger wordt al zijn telefoonverkeer bewaard; dat overtreft de spionagepraktijken uit de DDR! En hoe racistischer een politicus, hoe populairder. Was soll das?”

Niet dat woede een goede motivatie voor het schrijven is. „Als je woedend bent, ben je te beperkt. Ik heb een andere methode. Door te overdrijven maak ik de heersende groepen belachelijk.” Kurt Palm, theatermaker, operaregisseur en volksopvoeder, houdt behalve van grootspraak van experiment. „Veel thrillerschrijvers zijn behoudend. Zij creëren seriefiguren. Commissaris zus en zo, in elk boek dezelfde: saai!”

En waar blijft nou de ontknoping? Van dit verhaal? Wie heeft in Mönchengladbach welke prijs gekregen? Welnu, de Friedrich-Glauser-prijs voor de beste roman ging naar… Kurt Palm. Meer verklap ik niet. Lees Zoë Beck, lees Bernhard Jaumann, lees Agnes Hammer en vorm zelf uw oordeel. Maar pas goed op uzelf. Elke thriller begint met een lijk. Het kan het uwe zijn.

Nach allen Regeln der Kunst’/ ‘Kunst zonder genade van Thomas Hoeps en Jac. Toes verscheen bij Grafit in Duitsland en bij De Geus in Nederland (€ 19,90). Daar kwam ook Das Lügenarchiv/Het leugenarchief uit. Zoë Becks verhaal ‘Rapunzel’ is na te lezen in de anthologie Die Märchenmörder (Kölnisch-Preussische Lektoratsanstalt, € 10,–). Bij Script 5 verscheen de jeugdroman Dorfbeben (€ 12,90) van Agnes Hammer; de roman Die Stunde des Schakals” (€ 19,95) van Bernhard Jaumann zag het licht bij Kindler en het Residenz Verlag in Wenen gaf Kurt Palms roman Bad Fucking (€ 21,90) uit. Zie verder de websites die-criminale.de en das-syndikat.com.