Overrompeld door Lagarde

Over een week, op vrijdag 10 juni, sluit de termijn waarbinnen lidstaten van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) kandidaten mogen aandragen voor de opvolging van Strauss-Kahn als directeur van het IMF. Deze race lijkt al gelopen. Pijlsnel schoof de Franse regering een landgenoot, minister Christine Lagarde van Financiën, naar voren en verzekerde zich van de steun van de landen van de Europese Unie.

Met haar kandidatuur wordt de ongeschreven regel bestendigd dat een Europeaan directeur is van het IMF en een Amerikaan topman van zusterorganisatie de Wereldbank. En dat terwijl bij de benoeming van Strauss-Kahn in 2007 werd bezworen dat het ditmaal de laatste keer was, omdat dit automatisme niet meer past bij de verhoudingen in de moderne wereldeconomie. De Nederlandse regering liet zich destijds ook in zulke bewoordingen uit. Nu was minister De Jager van Financiën er twee weken geleden als de kippen bij om Lagarde te omarmen.

Realisme is ook in de financiële diplomatie zeker geen vies woord. Van Europa mag niet worden verwacht dat het zo’n post uit altruïsme opgeeft. Maar er zijn ook andere overwegingen. Europa is door de schuldencrisis een van de belangrijkste ontvangers van IMF-gelden geworden. Dat is een ommezwaai ten opzichte van de vorige schuldencrises. Zou het in de jaren tachtig wenselijk zijn geweest een Latijns-Amerikaanse IMF-directeur te kiezen, of in de jaren negentig een Aziatische?

Bovendien moet het IMF representatiever worden voor de nieuwe mondiale machtsverhoudingen, al was het maar om te voorkomen dat de opkomende landen het de rug toekeren nu het juist zo hard nodig is om de wereldeconomie gezond en evenwichtig te helpen houden. Een sterk IMF is in Europa’s eigenbelang.

De snelheid van de benoemingsprocedure geeft intussen het voordeel aan de best georganiseerde partij. Van de opkomende landen kan, in al hun diversiteit, nauwelijks worden verlangd dat zij het zo snel eens worden over een gezamenlijke tegenkandidaat van kaliber, zoals de Mexicaanse centralebankier Augustín Carstens dat zou kunnen zijn.

Op de statuur, kennis en ervaring van Christine Lagarde valt intussen weinig af te dingen. Mocht zij volgende week horen dat zij niet wordt vervolgd in een zaak rond de zakenman Bernard Tapie, dan staat weinig haar kandidatuur in de weg. Als zij dan uiteindelijk zegeviert als topvrouw van het IMF, is daar niets mis mee. Maar dan wel na een open race, waarbij het grootste deel van de wereld zich uiteindelijk achter haar schaart. Het kabinet had zich dat moeten realiseren, in plaats van op voorhand zijn stem te geven.