'Oudjes' vullen machtsvacuüm

De tennisroutiniers Francesca Schiavone en Na Li profiteren op Roland Garros van het vertrek van Justine Henin, de vormcrisis van Kim Clijsters en de blessures van de zussen Venus en Serena Williams.

Tot voor kort leek het vak van proftennisster geen beroep waarmee je oud kon worden. Het afgelopen decennium gingen speelsters als Justine Henin, Kim Clijsters en Martina Hingis al op jonge leeftijd met tennispensioen – om vervolgens later een comeback te maken. Maar geen van drieën haalde de dertig als actieve topsporter. Francesca Schiavone (30) en Na Li (29) gaan dit jaar tegen de trend in en spelen morgen op Roland Garros de finale van het vrouwentoernooi. De Italiaanse is titelverdediger in Parijs en de Chinese was eerder dit jaar verliezend finalist op de Australian Open.

„De jaren ervaring hebben geholpen”, zei Schiavone gisteren in de perszaal van de Open Franse tenniskampioenschappen. „Ik heb het een aantal dagen geleden ook al gezegd. Het is als een goede wijn die met de jaren steeds beter wordt.” Na Li had een heel andere kijk: „Leeftijd betekent niets.”

Schiavone kan de eerste vrouw van dertig worden die een grandslamtoernooi wint sinds 1990, toen Martina Navratilova op Wimbledon zegevierde. Met Na Li vormt Schiavone het oudste finaleduo op een ‘major’ sinds 1998. De routiniers vullen dit seizoen het machtsvacuüm op dat is ontstaan door het vertrek van Henin, de blessures van de zussen Williams, de vormcrisis van Clijsters en het wegvallen van ‘eendagsvliegen’ als Dinara Safina, Jelena Jankovic, Svetlana Koetsnetsova en Ana Ivanovic. Het leek er even op dat Maria Sjarapova op het gravel van Parijs de hegemonie na een langdurige kwakkelperiode zou herstellen, maar Na Li versperde haar gisteren in het winderige stadion Philippe Chatrier de weg: 6-4 en 7-5. Gravelspecialiste Schiavone rekende een paar uur later overtuigend in twee sets af met de lokale favoriet Marion Bartoli: 6-3 en 6-3. Zo blijft Mary Pierce (2000) de laatste Franse winnares van Roland Garros.

De macht in het vrouwentennis is de laatste jaren niet meer in handen geweest van één dominante speelster. De laatste vijftien jaar zijn ruwweg onder te verdelen in zes perioden: 1. Het tijdperk-Martina Hingis en Lindsay Davenport 2. De hegemonie van Venus en Serena Williams 3. De machtsovername van Clijsters en Henin 4. De opkomst van een contingent talentvolle en succesrijke Russinnen, onder wie boegbeeld Maria Sjarapova 5. De revival van Henin 6. De nummers één zonder grandslamtitel, zoals Jankovic, Safina en Caroline Wozniacki.

De tijd dat een jong sterretje uit het niets een greep naar de koppositie kan doen is mede door het invoeren van nieuwe regels voorbij. De Nederlandse Arantxa Rus is nu op haar twintigste nog relatief jong. Veertien jaar geleden werd Hingis op haar zeventiende de jongste nummer één uit de geschiedenis van het vrouwentennis. Ze nam de macht over van Steffi Graf en Monica Seles. Met verschillende onderbrekingen – door Davenport – wist Hingis de koppositie van de wereldranglijst 209 weken vast te houden. Ze kreeg in 2002 zoveel last van een chronische enkelblessure dat ze op haar 22ste voor de eerste keer afscheid nam van het proftennis. De Zwitserse maakte in 2006 nog wel een opmerkelijke comeback, maar ze kreeg opnieuw lichamelijke klachten, testte positief op cocaïne en maakte een definitief einde aan haar carrière.

De Amerikaanse zusjes Venus en Serena Williams namen eind jaren negentig de hegemonie over van de schaaktennisster Hingis. Ze wisten hun tegenstanders met modern powertennis te declasseren en waren elkaars gevaarlijkste opponenten. Niemand had een antwoord klaar. De overige profs streden om de titel best of the rest. Pas toen Venus én Serena zowel door activiteiten buiten het tennis als door blessures langere tijd uit de roulatie waren, kwam de eerste positie weer vacant.

De Belgische tennissters Clijsters en Henin maakten optimaal gebruik van het wegvallen van de zusjes Williams. En zo ging de machtsstrijd in de top tussen de atletische en gespierde Vlaamse en de met veel vernuft spelende Waalse. Eerst was het Clijsters die zich de nummer één van België mocht noemen. Maar toen de Belgische vrouwen elkaar in finales van grandslamtoernooien moesten bestrijden, was het Henin die zegevierde. Aan de Belgische overheersing kwam ook vroegtijdig een einde.

Daarna was het de beurt aan een lichting Russische en Servische speelsters om toe te slaan. Anastasia Miskina, Sjarapova, Koetsnetsova, Ivanovic, Jankovic en Safina speelden mee om de hoofdprijzen. Sjarapova leek als enige in staat om de nieuwe koningin van het vrouwentennis te worden toen ze in augustus 2005 nummer één van de wereld werd. Een hardnekkige schouderblessure wierp haar ver terug. Pas dit seizoen heeft de Siberische hardhitter wat van haar oude glans terug. Maar het was gisteren niet genoeg om van Na Li te winnen. Sjarapova sloeg op matchpoint tegen haar tiende dubbele fout van de dag. Roland Garros blijft nog minstens een jaar het enige grandslamtoernooi dat nog niet werd gewonnen door Sjarapova.

De hedendaagse topvier van het vrouwentennis was op Roland Garros al eerder afgehaakt. Wozniacki (1), Clijsters (2), Vera Zvonareva (3) en Victoria Azarenka (4) konden de verwachtingen op het complex nabij Bois de Boulogne niet waarmaken. Schiavone – de nummer vijf van de wereld – ging met steeds meer vertrouwen spelen en rook haar kans op een tweede grandslamtitel. In de halve eindstrijd schakelde ze gisteren overtuigend de vreemde, selfmade speelster Bartoli uit, voor wie een plaats in de halve finales al een opmerkelijk resultaat was.

De kans dat Schiavone en Na Li een nieuw tijdperk van de ‘oudjes’ gaan inluiden lijkt niet al te groot. Ze mogen in de herfst van hun carrière op Roland Garros nog om een hoofdprijs strijden, maar geen van beiden zal als nummer één van de wereld met pensioen gaan. En ze gelden ook niet als grote favorieten voor het grastoernooi van Wimbledon dat over ruim drie weken begint. Met de eindstrijd van morgen hebben Schiavone en Na Li de jongeren op Roland Garros in ieder geval wel een lesje geleerd.