Ook CDA’er Hoekstra verdient te veel

Rein jan Hoekstra benoemd tot informateur 15 04 2003 - Foto Roel Rozenburg Rein Jan Hoekstra, toen hij werd benoemd tot informateur in 2003. Foto Roel Rozenburg / NRC Handelsblad

Staatsraad Rein Jan Hoekstra (CDA) verwerft, in strijd met de wet, inkomsten met zitting in ministeriële commissies. Vorige week bleek zijn partijgenoot Deetman, lid van de Raad van State, hetzelfde te doen.

Uit onderzoek van deze krant blijkt dat Hoekstra sinds maart dit jaar ten onrechte een vergoeding krijgt als lid van de commissie-De Veer, die de integriteit bij de materieeldienst van Defensie onderzoekt.

Staatsraad Deetman overtreedt sinds 2008 de regels. Hij heeft zeker 75.000 euro ontvangen voor voorzitterschappen van ministeriële commissies en adviesorganen.

Herman Tjeenk Willink, vicepresident van de Raad van State, stuurde daarop alle leden van de Raad van State een brief waarin hij hen attent maakt op de regels over nevenfuncties.

Hoekstra heeft dertien bijbanen

Rein Jan Hoekstra heeft dertien bijbanen, waarvan vijf betaald. Zijn nieuwste bijbaan is het lidmaatschap van de commissie-De Veer die in opdracht van minister Hillen (Defensie, CDA) integriteitsschendingen bij de materieeldienst van Defensie onderzoekt.

Deze nevenfunctie valt onder de regels van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies. Volgens dit besluit heeft een lid van een ministeriële commissie geen recht op een vergoeding als commissielid, als de optelsom van de inkomsten uit al zijn publieke banen en bijbanen meer bedraagt dan een ministerssalaris (123.910 euro). Hoekstra gaat daar dit jaar, net als vorig jaar, overheen. Bovenop zijn inkomen als staatsraad (122.800 euro) komt onder meer zijn vergoeding als voorzitter van de raad van toezicht van Rijksuniversiteit Groningen.

Geen recht op vergoeding die hij krijgt

Omdat zijn publieke inkomen hoger is dan 123.910 euro heeft Hoekstra dus geen recht op de vergoeding die hij sinds maart dit jaar krijgt als lid van de commissie-De Veer. Defensie bevestigt de betalingen, maar kon niet zeggen om welk bedrag het gaat. Hoekstra verzuimde bij zijn installatie tot lid van de commissie te melden dat hij boven een ministerssalaris uitkwam, en dat hij daardoor geen recht had op de vergoeding.

Hoekstra had ook geen recht op de betalingen die hij dit (en vorig) jaar ontving als voorzitter van de ministeriële stuurgroep die zich boog over de Friese taal. De stuurgroep publiceerde in maart een eindrapport.

‘Ik kom niet boven norm uit’

Hoekstra bestrijdt dat hij in strijd met het vergoedingenbesluit handelt. Hij zegt dat hij met zijn inkomsten uit de commissies-De Veer en - Friese taal niet boven de norm uitkomt. Zijn overige publieke inkomsten laat hij – hoewel het vergoedingenbesluit anders zegt – buiten beschouwing bij de berekening van zijn totale publieke inkomen.

Hoekstra had sinds zijn benoeming in 1994 tot lid van de Raad van State een reeks betaalde en onbetaalde bijbanen. Zo was hij voorzitter van het bestuur van het wetenschappelijk bureau van het CDA en lid van de commissie-Van den Haak die de beveiliging van Pim Fortuyn onderzocht. Hoekstra, sinds 1994 lid van de Raad van State, was een van de adviseurs die prinses Máxima kennis liet maken met het staatsrecht.

Vicepresident Tjeenk Willink van de Raad van State wilde gisteren niet reageren.