Lijdt men aan de ogen, drinkt men thee van ogentroost

Goffe Jensma en Mart van Lieburg: Het ‘Doktersboek’ van Douwe Ales. De medische aantekeningen en recepten van een Friese boer uit 1699. Erasmus Publishing, 256 blz. €29,50

Vanaf 1699 werden in de Friese familie Veltman twee manuscripten bewaard vol medische aantekeningen en recepten van voorvader Douwe Ales. Zo’n receptenverzamelingen was geen unicum. Er moeten heel wat mensen zijn geweest die de werking van kruiden, smeerseltjes, tincturen en elixers hebben vastgelegd. Dokters waren dun gezaaid, opgeleide artsen zeldzaam, en kwalen ruim voorradig in een wereld waarin hygiëne nog niet was uitgevonden. Dat het ‘doktersboek’ van Douwe Ales nu nòg bestaat is bijzonder. De historici Goffe Jensma en Mart van Lieburg doken in de beide aantekenboeken, en gaven ze met een gravende inleiding uit: 665 recepten voor aandoeningen en kwalen, die de lezer als eerste reactie op de knieën doen zinken: ‘Here, dank dat ik nu mag leven en niet toen!’

In de vroege 18de eeuw, zeker in het dunbevolkte gebied van de Dokkumer Wouden, was het ‘dokteren’ nog vol van heidendom en astrologie. Belangrijk in Douwe Ales’ recepten is ook het principe van naam-, vorm- of kleurovereenkomsten tussen middel en kwaal. Lijdt men aan de ogen, drink thee van ogentroost. Geelzucht? Saffraan is werkzaam. Opvliegers? De schaal van uitgebroede eieren helpt.

Dierproducten komen niet zelden voor in Douwe Ales’ ‘Doktersboek’. Bevergeil, bokkenbloed, ganzendrek, kattenvet, paardenmerg, slakkensmeer. Men neme essenhout bij doofheid, eikels bij blaasstenen. Deventer koek werkt haarwormen tegen, wollekruid zere tepels. Klachten in de buik? Roer een likkepot van regenwormen en tast toe. Hoeveel moet men nemen? Tot het genoeg is.

Remedies waar het tegenwoordig gezonde verstand bij stil gaat staan, hoe komt Douwe Ales er op? Tekstbezorgers Jensma en Van Lieburg leveren werkelijk een verbluffend staaltje historische tekstanalyse, compleet met een fraaie uiteenzetting van de medische context waarin we dit ‘Doktersboek’ moeten begrijpen. Douwe blijkt zich vaak te baseren op gelijksoortige receptenboeken. Van bekenden als Hippocrates, maar vooral onbekenden zoals ‘pockmeister Jan’. Een groot aantal recepten zal uit de volksmond zijn opgetekend. Bij de schaarse gestudeerde medici bestond natuurlijk weinig respect voor volksgeneeskunstigheid à la Douwe Ales. In de woorden uit 1708 van het Leeuwarder chirurgijnsgilde werd het bedreven door ‘unervarene meesteren ende vrouwen, oude kollen, duijvelbanders, meesteressen van geswollen borsten, kwakverkoopers.’ Eén vraag heb ik nog wel voor de tekstbezorgers. Was er ook één recept van onze kwakverkoper dat werkelijk helpt?

Meer afleveringen van de rubriek ‘Vroeger Vaderland’ op nrcboeken.nl