Klankwolken boven de concertzaal

Op het Holland Festival klinkt dit weekend veel muziek van Iannis Xenakis. Het zijn beklemmende werken van grote gebaren en contrasten, die met dank aan wiskunde en architectuur door de ruimte glijden, flitsen en schuren.

Als student stond Iannis Xenakis in 1941 in Athene geregeld vooraan bij demonstraties tegen de fascistische bezetters. Zo maakte hij ook een keer mee dat de nazi’s het vuur openden op de menigte. Wat hem altijd bijbleef was het geluid: de overgang van de strak gescandeerde spreekkoren van de demonstranten naar de chaos van kogels en paniek. „De verandering van iets heel ritmisch naar een chaos die de hele stad vulde, was iets uitzonderlijks, en heel belangrijk voor mij” zei hij in een interview (te zien op YouTube).

De oorlog tekende Xenakis (1922-2001) voor het leven. Letterlijk, want in 1945 werd hij geraakt door een Britse granaatscherf, waardoor hij een oog verloor. Maar ook figuurlijk, want in al zijn werk, heeft hij later gezegd, zijn ervaringen uit de oorlog terechtgekomen. Het veel voorkomende contrast tussen ritmische regelmaat en door toeval bepaalde chaos is één van de vele herkenbare voorbeelden, een soms plotseling invallende dorheid en desolaatheid een ander.

Dit weekend is tijdens vier concerten een dwarsdoorsnede van het muzikale oeuvre van Xenakis te horen, van het redelijk vroege Syrmos (1959) tot het relatief recente Voile (1995). ‘Mooi’ in traditionele zin is Xenakis’ muziek zelden. Imposant, fascinerend en beklemmend vrijwel zonder uitzondering. Op weinig componisten zijn toevoegingen als ‘eigenzinnig’ en ‘uit duizenden herkenbaar’ zo van toepassing als op Xenakis, die grotendeels autodidact was, en zich niet zozeer oriënteerde op de muziek(geschiedenis), maar zijn voorbeelden haalde uit architectuur en wiskunde.

Dat deed hij op advies van de Franse componist Olivier Messiaen, bij wie hij in 1951 als compositieleerling terechtkwam. Xenakis woonde inmiddels in Frankrijk, na zijn land te zijn ontvlucht omdat hij dreigde te worden geïnterneerd als lid van een verzetsbeweging die weigerde zichzelf op te heffen. Bij verstek werd hij ter dood veroordeeld. Hij verdiende in Parijs zijn brood als architect bij Le Corbusier, maar wilde ook leren componeren. Na enige omzwervingen kwam hij terecht bij Messiaen, die ook latere grootheden als Karlheinz Stockhausen en Pierre Boulez tot zijn leerlingen rekende.

Messiaen herkende het unieke (dubbel)talent van Xenakis, en gaf hem – mede vanwege zijn al enigszins gevorderde leeftijd – het opmerkelijke advies om het traditionele compositieonderwijs met solfège, harmonieleer en contrapunt te laten voor wat het was. „Ik begreep meteen dat Xenakis anders was dan de rest,” vertelde Messiaen later. „Hij was extreem intelligent. Ik deed wat ik bij geen enkele andere leerling zou doen. Ik zei: ‘Je hebt het geluk een Griek te zijn, een architect en wiskundige. Doe er je voordeel mee. Doe die dingen in je muziek.’ ”

Wie morgenavond in het Muziekgebouw aan ’t IJ de tonen van de composities Terretektorh (1966) en Nomos Gamma (1968) letterlijk om zich heen hoort bewegen, begrijpt meteen één van de manieren waarop Xenakis zich deze raad ter harte heeft genomen. In beide werken staat een enorm aantal musici (88 in Terretektorh, 98 in Nomos Gamma) verspreid door het publiek. De plaats waarvandaan het geluid komt, is een muzikale parameter, net als toonhoogte, duur of timbre.

Aan het begin van Terretektorh wordt bijvoorbeeld één enkele toon estafette-achtig door de ruimte doorgegeven, van instrument naar instrument. Elders klinken de voor Xenakis karakteristieke strijkersglissando’s als dikke vegen door de ruimte, of is er rondzingend geknetter van percussie-instrumenten. De muziek maakt hierbij niet alleen gebruik van de fysieke ruimte als extra dimensie, maar geeft haar ook vorm, zoals dat normaal gesproken aan de architectuur is voorbehouden. Om deze ervaring te onderstrepen, wordt het stuk door het Residentie Orkest tweemaal uitgevoerd. Wie de tweede keer op een andere plek gaat zitten, krijgt een ander perspectief; alsof je een sculptuur of een gebouw vanuit een andere hoek bekijkt.

Ook de figuurlijke ruimte ‘binnen’ de muziek, bepaald door toonhoogtes en –duren, benaderde Xenakis op een wiskundige manier. Het beroemdste voorbeeld hiervan is Metastaseis (1954). De première van dit werk, in 1955, dus kort na de wijze raad van Messiaen, was een schandaal van de eerste orde, in de muziekgeschiedenis misschien alleen overtroffen door de beruchte eerste uitvoering van Stravinsky’s Le sacre du printemps (1913). Opvallend verschil: bij Stravinsky was het vooral de aanwezige burgerij die in opstand kwam tegen de hoekige, ritmische, rituele en erotische muziek en de bijbehorende, al even grensverleggende choreografie van Nijinsky. In het geval van Metastaseis waren het Xenakis’ eigen vakbroeders die protesteerden. Dirigent Hans Rosbaud dirigeerde het werk tijdens de Donaueschinger Musiktage, en het waren de hoogtijdagen van het ‘serialisme’, een compositiewijze waarin noten als maximaal van elkaar onderscheiden ‘punten’ werden afgeleid uit vooraf bepaalde reeksen van parameters. Het was de nuance op de vierkante millimeter die telde in het werk van componisten als Stockhausen en Boulez.

En daar klonk ineens Metastaseis, met zijn dreigende, luchtalarm-achtige schuifbewegingen, tremolo-salvo’s en gruizige klankvlakken. In grote delen van Metastaseis wáren er helemaal geen onderscheidbare ‘punten’, maar slechts globale bewegingen, ‘klankwolken’ zoals Xenakis ze noemde.

Metastaseis wordt dit weekend helaas niet uitgevoerd, maar op de Xenakis-tentoonstelling die óók te zien is, worden wel schetsen voor het werk getoond. Hieruit blijkt hoe bepalend de invloed van wiskunde en architectuur op dit werk is geweest.

Op grafisch papier (en dus niet op notenbalken), staan talloze rechte lijnen die op regelmatige afstanden van elkaar beginnen, onder een regelmatig toe- of afnemende hoek ten opzichte van de basis. In de snijpunten van de lijnen ontstaan daardoor parabolische figuren. In de uiteindelijke partituur, wél met notenbalken, vertaalde Xenakis deze lijnen naar strijkersglissando’s: elke strijker kreeg één doorgaande lijn waarin de noten nog slechts als oriëntatiepunt dienden. Het globale resultaat is een muziek die klinkt alsof de hele wereld gekanteld wordt.

„Na de première van Metastaseis was ik jarenlang uitgesloten van alle evenementen van de Duitse muzikale avant-garde,” zei Xenakis in een interview. „Maar achteraf was dat natuurlijk wel het begin van mijn beroemdheid.”

Xenakis zou later ook allerlei andere wiskundige en natuurkundige principes gebruiken om zijn muziek vorm te geven, waaronder de Poissonverdeling (uit de kansberekening), de wet van Bernoulli (over het stromingsgedrag van vloeistoffen en gassen), en de Maxwell-Boltzmannverdeling (die aangeeft hoe snel moleculen in een gas bewegen).

Het gaat hem daarbij steeds om het creëren van een globale vorm, die vaak op een zeer gedetailleerde, door toevalsprocessen bepaalde manier wordt ingevuld. Ook hier spelen herinneringen uit de oorlog een rol: een geweersalvo is volgens Xenakis altijd herkenbaar als zodanig, ook al is de specifieke ‘timing’ van de schoten telkens anders. Er zijn ook vrolijkere voorbeelden, bijvoorbeeld het gegons van muggen en krekels dat hij hoorde toen hij in zijn jeugd kampeerde in Attika. De individuele krekel trekt zich weinig aan van ritmes of maatsoorten, maar in de klankwolk die ze allemaal samen genereren, zit een grote, herkenbare schoonheid.

Xenakis maakte met deze voorbeelden op geheel eigen wijze een muziek van grote gebaren en contrasten. De consequentie waarmee hij dit volhield, blijkt onder meer uit het strijkerswerk Voile (1995), dat zondagmiddag op het programma staat bij Amsterdam Sinfonietta. Het is één van Xenakis’ beste latere composities, gedomineerd door felle schichten, waaierbewegingen en grauwe clusters. Het is géén muziek voor de traditionele klassieke muziekliefhebber die zoekt naar lyriek en houvast. Maar wél verplichte kost, een onvergetelijke belevenis, en misschien zelfs een openbaring voor wie wil horen op welke manieren je nog méér in geluid kunt denken.

Xenakis 1234, met o.a. ASKO|Schönberg, Slagwerk Den Haag, Residentie Orkest en Amsterdam Sinfonietta. 4/6 en 5/6 Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam. Inl. hollandfestival.nl.