Israël geschokt door zaken met vijand Iran

Israël is in de ban van de Ofer-affaire. In weerwil van sancties heeft scheepvaart-onderneming Ofer Groep zaken gedaan met Iran, Israëls grootste vijand.

Het had een vrij alledaags corruptieverhaal kunnen zijn, geschikt voor de economiekaternen van de serieuze Israëlische kranten. Een groot Israëlisch bedrijf doet via een dochteronderneming zaken in een land dat onder een internationale boycot valt en ontduikt sancties. Het bedrijf weerspreekt alle aantijgingen.

Maar het bedrijf waar Israël al een week van in de ban is, is een van de grootste scheepvaartondernemingen ter wereld: de Ofer Groep. En, belangrijker, het land waarmee het bedrijf van de Israëlische broers Sammy en Yuli Ofer indirect zaken zou hebben gedaan, is Israëls nationale obsessie: Iran. Uitgerekend het land waarvan Israël een einde wil maken aan het nucleaire programma. Israël roept de internationale gemeenschap geregeld op tot strengere sancties en zinspeelt zelfs op een oorlog om het Iraanse kernprogramma uit te schakelen. De zaak heeft ook premier Netanyahu in problemen gebracht.

Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken bracht vorige week een lijst naar buiten met de namen van zeven bedrijven die, ondanks strenge Amerikaanse sancties, toch zaken deden met Iran. Ofer is een daarvan. De multinational zou via een dochteronderneming een tanker aan het Iraanse scheepvaartbedrijf IRISL hebben verkocht. Dat is pikant, want volgens Israëlische en Amerikaanse rapporten is IRISL een belangrijke partij in het Iraanse nucleaire programma.

Israëlische kranten berichtten deze week dat het daarbij niet gebleven is. Zeker dertien schepen die indirect in handen zijn van Ofer hebben Iraanse havens aangedaan. De Ofer Groep zegt dat er niets tegen de regels is gedaan. In een eerste reactie stond dat het bedrijf werkte met de zegen van de Israëlische overheid. Vanochtend werd bekend dat Sammy Ofer, een van de broers, op 89-jarige leeftijd is overleden.

Israëlische praatprogramma’s op radio en televisie slaan al een week een geschokte toon aan. Want wat is verontrustender? Óf het grootste scheepvaartbedrijf van Israël doet schimmige zaken met de gevaarlijkste publieke vijand. Of het jarenlang door politieke leiders in stand gehouden verhaal dat Iran zo gevaarlijk is, wordt buiten de openbaarheid veel minder serieus genomen. Juist voor premier Netanyahu, die zijn land onvermoeibaar wijst op de gevaren van het atoomprogramma van Iran, is de kwestie pijnlijk.

Zijn belangrijkste veiligheidsadviseur, Yaakov Amidror, vervulde volgens de krant Ha’aretz tot voor kort verschillende directiefuncties in de Ofer Groep. Hij zegt niet te hebben geweten van illegale handel met Iran. Maar alles wijst erop dat de politieke top van Israël de zaak uit de publiciteit wil houden. Een hoorzitting over Ofer in het parlement werd na een kwartier afgebroken toen de voorzitter een briefje kreeg. Ze wilde niet zeggen wie de afzender was.

De zaak komt op een onhandig moment voor Netanyahu, omdat de steun voor zijn harde Iran-standpunt afbrokkelt. Zijn verhaal is consequent hetzelfde: Iran bouwt een atoomwapen, Iran wil Israël vernietigen, de wereld moet Iran dus stoppen, en anders doen wij het wel. Kritiek kwam deze week van scheidend hoofd van de Mossad, de geheime dienst, Meir Dagan. Volgens Dagan is het niet realistisch Irans atoomprogramma via oorlog te willen vernietigen. Bovendien, zei Dagan, „oorlog tegen Iran zou een oorlog in de hele regio betekenen”.