In een kwartier was het dorp weg

Het zuiden van Afghanistan lijkt weer onder controle van Amerikaanse militairen.

Maar de rust, waarvoor de lokale bevolking een hoge prijs heeft betaald, wordt bedreigd.

De wind verplaatst kinderschoentjes en flarden kleurige kleding van gevluchte vrouwen. Her en der kan nog het lijk van een Talibaan-strijder liggen, zegt een bewoner van Khasraw Sufla. „Die hebben ze niet begraven.” Khasraw Sufla heeft pech, het ligt in Arghandab, een district van de provincie Kandahar, de bakermat van de Talibaan. Verwoed proberen de Amerikanen dit gebied onder controle te krijgen en de bevolking voor zich te winnen. De felle strijd heeft het dorpje totaal verwoest.

De Amerikaanse bevelhebber in Afghanistan, generaal David Petraeus, toonde zich de laatste weken optimistisch over de in Afghanistan geboekte vooruitgang. Maar een recente opiniepeiling geeft aan dat 90 procent van de burgers in Zuid-Afghanistan de militaire operaties vervloekt. Het geval van Khasraw Sufla is illustratief. In juli vorig jaar namen de Talibaan het dorpje in, de strijders legden een tapijt van landmijnen en bermbommen. Daardoor durfde bijna niemand het dorp meer in. De Amerikaanse herovering van het gebied ging vervolgens gepaard met hevige bombardementen.

Nadat de Afghaanse regering vorig jaar haar greep op Arghandab verloor, grepen de Amerikanen in. Met de operatie Hamkari (‘Samenwerking’) moest de tegenstander uit het gebied worden verdreven, binnen zeven maanden, voordat het lenteoffensief van de Talibaan zou beginnen. President Obama was gebaat bij een rustiger Kandahar: het is de provincie waar veel Talibaan vandaan komen en waar de wieg staat van de familie van de Afghaanse president Karzai. Als Kandahar onder controle kon worden gebracht, zou Obama’s voornemen om vanaf juli geleidelijk troepen uit Afghanistan terug te trekken aan geloofwaardigheid winnen.

De prijs van operatie Hamkari voor de plaatselijke bevolking was echter hoog. De uitkomst twijfelachtig. „De komst van de Amerikanen lokte veel geweld uit”, legt soldaat Najibullah uit. Hij was erbij toen de Amerikanen Khasraw Sufla bombardeerden. Hij kreeg oordopjes en na een paar gigantische knallen was er niks meer over. „In een kwartier was dit dorp verdwenen”, zegt hij. Hetzelfde gebeurde met andere dorpen.

Ook in Kandahar, de hoofdstad van de gelijknamige provincie, is de toestand niet merkbaar verbeterd. Het afgelopen jaar was gewelddadig. Door de stad raceten bijna dagelijks Talibaan-strijders op bromfietsen om ambtenaren en Afghanen die werkten bij internationale organisaties te vermoorden. Tot overmaat van ramp wisten in april meer dan 400 gevangenen – onder wie veel Talibaan – te ontsnappen via een ingenieuze tunnel. Daardoor daalde het vertrouwen in de overheid en in de internationale troepenmacht ISAF tot een dieptepunt. Veertien dagen later vielen Talibaan de stad aan, 48 uur lang werd midden in Kandahar hard gevochten.

Bij het binnenrijden van het district Argandab – met een politieauto – is te zien wat met operatie Hamkari is bereikt. In het verleden trokken militairen zich doorgaans weer terug, de bewoners aan hun lot overlatend. Dat is nu anders: overal hebben Amerikaanse militairen zich geïnstalleerd in controleposten langs de weg. Het lijkt rustig, maar halverwege Arghandab gaat het mis. Onder de neus van een wachtpost van ISAF wordt een dorpshoofd neergeschoten. Nadat helikopters de gewonde man hebben weggehaald, lopen we met Amerikanen naar de lemen woning vol bloedsporen en kogels. „Het was zo rustig”, zegt een van de kapiteins die naderhand op verkenning gaat. „Dit is het eerste incident in lange tijd.”

Helemaal waar is dat niet. Een week eerder werd een ander dorpshoofd ook neergeschoten. Hij overleed. Soldaat Najibullah betwijfelt of het ooit weer rustig wordt in zijn regio. „Kan de overheid echt iets verbeteren hier”, vraagt hij wantrouwend. „Als ze echt iets willen doen, moeten ze de grens met Pakistan sluiten, dan wordt het vast rustiger hier.”