Ik wilde niet als alle anderen zijn

Hij vertrok op zijn 19de naar New York en was er liftbediende en pizzakoerier.

Nu is Pieter Henket een van de topfotografen in Amerika en hangt zijn werk in musea.

Hij weet al precies hoe hij de koningin zou fotograferen. Als hij ooit die kans krijgt. Hij zou haar vastleggen als beeldhouwster in een zeventiende-eeuwse galerie.

Pieter Henket (32) vertrok op negentienjarige leeftijd met enkel een mavo-diploma op zak naar New York. Hij ging er een filmcursus doen en wilde daarna fotograaf worden. Hij had als kind altijd tegen zijn ouders gezegd: „Geef me een camera en het komt goed met me.”

Nu, dertien jaar later, durft Henket te zeggen: „Het is gelukt.” Zijn werk hing in het Metropolitan Museum in New York. Hij schoot de coverfoto voor het eerste album The Fame van Lady Gaga. Hij had een eigen expositie op het Gronings fotofestival Noorderlicht. Mensen betalen grof geld voor een plaat van zijn kater. Hij woont in New York en de opdrachten stromen binnen, zowel in Nederland als in Amerika.

Het begon allemaal in het Noord-Brabantse dorpje Esch?

„Ja daar groeide ik op in een mooi oud huis middenin het bos. Mijn ouders zijn kunstenaars: mijn vader architect, mijn moeder modeontwerper. Elk jaar schilderden ze ons huis in een totaal andere kleur. Ooit was het oranje, daarna geel, toen werd het kobaltblauw met zware, zijden gordijnen. Ons huis stond vol bijzondere dingen, verzameld op reizen over de hele wereld. Heel romantisch.”

Hebben je ouders je geïnspireerd?

„Enorm. Elke ochtend ontbeten we drie kwartier lang. ’s Avonds zaten we anderhalf uur aan tafel. Kaarsen aan. En maar praten. Mijn ouders vertelden verhalen over kunst. Ze namen mij en mijn broer mee op verre reizen, naar beroemde musea. Met mijn moeder keek ik in het weekend keer op keer naar The Piano, The never ending story, Out of Africa.”

School vond je minder inspirerend.

„School interesseerde me helemaal niets. Ik wilde niet zo worden als alle anderen. Ik wilde niet hetzelfde leren als alle anderen. School haalt de puurheid uit veel mensen.”

En dus…

„Op een gegeven moment wilde geen school me meer hebben. Uiteindelijk heeft een bijzondere school voor slechthorende kinderen – ik ben aan één oor doof – me op mijn negentiende liefdevol aan een mavo-diploma geholpen.”

Wat moest er van je worden?

„Ik wilde filmregisseur worden. Maar de Filmacademie vroeg een havodiploma. Toen zeiden mijn ouders: ‘Wij betalen een twee maanden durende filmcursus in New York.’ Ik ben in New York gebleven. Ik dook in het diepe om te zorgen dat elke dag iets bijzonders werd. Ik dacht: morgen kunnen we er allemaal niet meer zijn.”

Je liep stage bij Robert de Niro en Joel Schumacher. Je was pizzabezorger en loopjongen voor een documentaire productiebureau. Hoe werd je fotograaf?

„Ik was liftbediende in een oud pakhuis in Chelsea. Ik werkte daar voor een man die van oud hout mooie meubels maakte. De foto’s op zijn website vond ik lelijk. Ik zei: ‘Dat kan ik veel beter.’ Hij nam me mee naar de zolder. Daar stonden duizenden beeldjes van heiligen. Hij gaf me een fototoestel en zei: ‘Fotografeer ze, inventariseer ze, nummer ze.’ Een jaar lang ben ik daarmee bezig geweest. Elk beeldje belichtte ik anders. Dan zette ik de lamp een centimeter lager, maakte een foto en keek op de digitale camera naar het resultaat. Zo leerde ik mezelf fotograferen.”

En je ontdekte dat je verstild beeld eigenlijk mooier vindt dan bewegend beeld.

„Eén foto kan meer zeggen dan een heel filmpje. Ik ging foto’s maken van vrienden, van rare mensen in het clubcircuit, van mijn vriend Roger. Op een avond trof ik een topfotograaf in een café. Ik vroeg: ‘Wil je eens naar mijn foto’s kijken?’ Ik mailde hem een link. Diezelfde nacht belde de man me om vier uur op. Hij zei: ‘Je bent gek dat je me naaktfoto’s van je vrienden stuurt.’ Hij zei: ‘Je hebt heel veel lelijke foto’s gemaakt. Maar ook drie hele mooie.’ Hij bleek ook een belangrijke man bij de Aziatische Esquire. Hij gaf me mijn eerste grote opdracht.”

Die man, Mitchell McCormack, werd een meester voor je.

„Dan belde hij me om zeven uur ’s ochtend op en vroeg: ‘Waar werk je aan?’ ‘Niets. Ik slaap’, zei ik. Bulderde hij: ‘Je moet niet slapen. Je moet aan de slag.’ Het was een soort tiran.”

Wat leerde hij je?

„Hij zei: ‘Je moet je ergens op focussen.’ Ik heb voor licht gekozen, belichting. Zelfs als ik thuiskom ben ik eerst vijf minuten bezig de lichten naar tevredenheid te dimmen en kaarsen aan te steken.”

En toen?

„Na een tijdje ging de bal rollen. Tik-tik-tik. Ik werd gevraagd de officiële portretten te maken voor het prestigieuze Morelia Filmfestival in Mexico. Ik belde mijn vader en vroeg: ‘Wat denk jij?’ Hij zei: ‘Je hebt niets anders nodig dan de bijzondere koppen van de mensen die je voor je lens krijgt. Al het andere leidt af.’ Toen bedacht ik mijn interrogation project. Ik zette bekende regisseurs aan een kale tafel. Ik vroeg hoe ze zouden reageren als ze door de politie werden ondervraagd over iets wat ze niet hadden gedaan. Ik gaf ze een wereld en liet ze daarna vrij. Stephen Frears van The Queen, Alejandro Iñárritu van Babel, Alfonso Cuarón van de derde Harry Potter-film. Dat was zes jaar nadat ik in New York aankwam.”

Je brak door.

„Ja. Maar het hoogtepunt kwam pas toen ik vorig jaar met mijn vader naar mijn eigen foto keek in het Metropolitan Museum in New York. Ik zag mijn naam staan tussen de grootste fotografen van de wereld, tegen wie ik opkijk. Ik zag mijn vader rustig, ingehouden naar mijn foto turen. En toen viel alle stress van de afgelopen jaren even van me af. Ik dacht: nu hangt mijn werk in een museum. Nu is het in één keer kunst.”

En wat betekent dat?

„Plotseling kreeg ik mailtjes van mensen die mijn foto’s wilden kopen. Ik wist niet hoe ik moest reageren. Ik had hulp nodig, een galerie. Nu betalen mensen bijvoorbeeld voor foto’s die ik thuis maakte van mijn muze Elliot, mijn naakte kat. En ik krijg steeds vaker de luxe dat ik zelf gekke dingen kan bedenken die ik wil fotograferen. Net als Erwin Olaf. Die fotografeerde een naakte vrouw die een kar met een dwerg voorttrekt. Fantastisch. Hij laat zien wat in zijn hoofd zit.”

Wat maakt jouw foto’s bijzonder?

„Ik hoop dat mensen er naar kijken en denken: ‘Hoe heeft hij bij dat moment kunnen zijn?’ Ik wil foto’s maken waarvan het lijkt of het stilstaande beelden uit een film zijn, foto’s die een verhaal vertellen. Ik wil ze ook liever geen naam geven, want als ik ze uit moet leggen, zijn ze niet goed. Ik hoop dat mijn foto’s een fantasiewereld openmaken.”

Je wilt…

„En ach, je moet er ook niet te diepzinnig over doen. Dat is voor mensen die te lang op de filmacademie hebben gezeten. Ik ben gewoon een vakman die foto’s maakt.”