'Ik kan lopen. Ik ben generaal Mladic'

De van genocide verdachte oud-generaal wil meer tijd om de aanklacht te lezen en zegt doodziek te zijn. Hij maakt duidelijk dat hij een eigen team van advocaten wil.

Ratko Mladic zit om 10.03 uur al in de verdachtenbank, wanneer het rolgordijn van rechtzaal 1 van het Joegoslavië-tribunaal opengaat. Hij draagt een grijs streepjespak en heeft een grijze pet op en hij brengt een saluut aan de publieke tribune. Op het moment dat de drie rechters een paar minuten later binnenkomen wordt de 69-jarige oud-generaal door twee VN-bewakers op de been geholpen. Ook richting de rechters groet hij, waarbij hij zijn linkerhand richting de pet beweegt. Daarna laten de bewakers hem weer voorzichtig in zijn stoel zakken. Het is een ongebruikelijke procedure in het VN-hof – meestal loopt de verdachte de rechtszaal binnen – maar Mladic is hulpbehoevend. De vrouwelijke bewaker haalt de pet van zijn hoofd en legt hem op tafel.

De voormalig Bosnisch-Servische legerleider is door het Joegoslavië-tribunaal aangeklaagd voor genocide, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Na een paar formaliteiten zegt Mladic tegen voorzittend rechter Fons Orie dat hij „doodziek” (gravely ill) is. Hij heeft de aanklacht nog niet gelezen. „Ik heb meer tijd nodig.” In de rechtszaal werd Mladic vanmorgen bij gestaan door de Servische advocaat Aleksandar Aleksic. „Ik ken die man nauwelijks”, zei Mladic. Hij maakte duidelijk dat hij een team van advocaten gaat formeren.

Nadat hij zestien jaar voortvluchtig was geweest, werd Mladic vorige week opgepakt in een dorp in het noorden van Servië. Dinsdagvond werd hij overgebracht naar het VN-cellencomplex van de gevangenis in Scheveningen.

Mladic is volgens de aanklagers samen met de Bosnisch-Servische leider Radovan Karadzic de kwade genius van het plan om na de val van de door moslims bewoonde enclave Srebrenica de mannen en jongens te vermoorden. Bij deze, door het VN-hof in eerdere rechtszaken al bewezen genocide, werden in juli 1995 ongeveer achtduizend moslims vermoord. Toen rechter Orie deze aanklacht voorlas, schudde Mladic meewarig zijn hoofd.

Hij is ook aangeklaagd voor de belegering van de Bosnische hoofdstad Sarajevo. Van 1992 tot en met 1995 werd de stad bestookt door de Bosnische-Serviërs die onder commando stonden van Mladic. Tijdens het beleg kwamen twaalfduizend mensen om het leven.

Na het voorlezen van de aanklacht (Mladic: „monsterachtige woorden”) keek hij provocerend naar de publieke tribune. Op de derde rij zaten vertegenwoordigers van de Moeders van Srebrenica. Mladic knipoogde en stak zijn duim omhoog.

Hij wilde nog niet zeggen of hij schuldig of onschuldig is aan de aanklacht. Hij heeft dertig dagen de tijd om deze vraag te beantwoorden.

„Ik verdedigde mijn land en mijn volk. Toen en nu’’, zei Mladic aan het eind van de zitting. Hij verweet de rechtbank dat hij naar binnen was gereden in een rolstoel. „Ik kan lopen. Ik ben generaal Mladic.’’ De zitting is verdaagd tot 4 juli.

Mladic zei dat hij in zijn cel in Scheveningen drie ordners aantrof, bijlagen bij de aanklacht. „Ik heb twee maanden nodig om dat te lezen.” Gisteren heeft Mladic in het ziekenhuis even met zijn advocaat gesproken. Volgens zijn advocaat in Belgrado is Mladic twee jaar geleden geopereerd en bestraald tegen lymfeklierkanker. De rechtbank in Belgrado vond Mladic gezond genoeg om te worden uitgeleverd.

De zitting werd geleid door de Nederlandse rechter Fons Orie omdat hij van de drie rechters, zo zei hij, het langst bij het VN-hof werkt. Sinds 2001 is hij rechter. In het proces tegen Karadzic werd Orie in 2008 vervangen door de Koreaan O-Gon Won. Karadzic had met succes een wrakingsverzoek ingediend en beschuldigde Orie van vooringenomenheid, omdat hij rechter was bij het proces tegen Karadzic’ rechterhand Krasjisnik tijdens de oorlog in Bosnië. Krajisnik werd veroordeeld tot 27 jaar cel. Volgens Karadzic had Orie er belang bij om die straf „te bevestigen”. Medewerkers van de rechters houden er rekening mee dat ook Mladic zal proberen Orie te wraken.