'Ik ben rijp voor de vaderrol'

Brad Pitt staat bekend als een dom blondje, maar hij weet wel altijd films te kiezen die artistiek en commercieel een succes zijn. Voor ‘The Tree of Life’ werkte hij met Terrence Malick. „Je kunt de film zien als een studie in de vluchtigheid van een mensenleven.”

Het klinkt bijna griezelig, ‘Brangelina’ op de rode loper van Cannes. Als Brad Pitt (47) en Angelina Jolie (35) op maandagavond arriveren bij het Palais des Festivals voor de première van The Tree of Life staan sommige fans al een etmaal te wachten. Een soort geloei golft over La Croisette: honderden roepende fotografen, duizenden gillende fans.

Het glamourpaar van het decennium neemt alle tijd voor het vuurpeloton, de paparazzi in smoking die een vijf rijen dikke erehaag vormen rond de rode loper. Wandelen dan naar de fans. Pitt naar rechts, Jolie naar links: handen schudden, lachen, handtekeningen. Terug naar de rode loper, waar Pitt op de foto moet met medeacteurs Jessica Chastain en Sean Penn. Dan met zijn drieën het paleis in, een handje geven aan het welkomscomité van Cannes. Waarna Pitt met verende tred de trap weer afloopt om Jolie op te halen, die alleen tussen de fotografen achterbleef. Nog een keer poseren.

Een beetje intimiderend is het wel, zo’n rode loper”, zegt actrice Jessica Chastain de volgende ochtend opgewonden. „Je krijgt vreselijk veel energie op je afgevuurd.” Voor haar is het iets nieuws, voor ‘Brangelina’ is het gewoon een dag op kantoor. Jolie oogt gefocust en alert op de rode loper, Pitt heeft die afwezige, welwillende blik die je vaker ziet bij supersterren. Ik ken de regels, speel het spel, maar ben zelf even elders.

The Tree of Life is één van die films waarvoor Brad Pitt een stapje extra doet. Hij staat namelijk niet alleen als hoofdrolspeler, maar ook als producer op de titelrol. Als eigenaar van Plan B Entertainment, het productiebedrijf dat Pitt in 2002 met zijn ex Jennifer Aniston oprichtte en nu van hem is. Plan B produceerde naast kleinere titels films als Troy, Charlie and the Chocolate Factory, The Departed, Kick-Ass en Eat, Pray, Love. In Hollywood zijn sterren een machtsfactor van belang. Zij bepalen vaak of een film er komt.

Het is pas de vijfde speelfilm voor regisseur Terrence Malick, die in 1978 na Days of Heaven twintig jaar van het toneel verdween, zodat er rond hem een mythe groeide: de verborgen Messias van de Amerikaanse film. Malick geeft nooit interviews en laat zich zelden fotograferen: het is aan Brad Pitt om in Cannes zijn ‘star power’ in te zetten. Want 32 miljoen dollar voor een dromerige meditatie over de zin van het bestaan is niet zomaar terug verdiend. Malicks vorige film, The New World, flopte.

Pitt zegt de ochtend na de première in een suite in hotel Carlton dat hij het met alle plezier doet, rode lopers. Hij weet: met Brangelina erbij wordt The Tree of Life hoe dan ook het grootste evenement van Cannes. „Toen Terry zich in 1978 terugtrok, kon je een film misschien nog op kwaliteit lanceren”, zegt hij bijna verontschuldigend. „Nu vechten zoveel films om een plekje in de zon.”

In The Tree of Life speelt Brad Pitt een strenge vader die in de jaren vijftig in Waco, Texas met zijn engelachtige vrouw drie zonen opvoedt. Een naam heeft deze O’Brien niet: voor zijn zonen is hij ‘father’ of ‘sir’. O’Brien gelooft in de Amerikaanse Droom, de jacht op het grote geld in ongelimiteerde concurrentie – maar is bitter omdat hij tot de verliezers hoort en niet voor zijn passie durfde te kiezen: muziek. Zijn strikte opvoeding om zijn jongens ‘weerbaar’ te maken, is afgewentelde woede en frustratie.

Eigenlijk zou een ander de vader spelen, zegt Pitt. Maar die haakte op de valreep af, waardoor de film niet door dreigde te gaan. Pitt: „Dus zei Terry: ‘wat denk je?’ En ik: ‘waarom niet?’”

Pitt vindt zelf dat hij rijp is voor vaderrollen. Zelf werd hij – in recordtijd - immers vader van zes kinderen. In 2004 bracht hij de roddelpers in extase door bij de opnames van Mr. and Mrs. Smith te vallen voor de charmes van tegenspeelster Angelina Jolie, waarna ‘Brangelina’ zich snel uitbreidde. Naast de twee geadopteerde kinderen van Jolie uit Cambodja (Maddox) en Vietnam (Pax) haalde het paar Zahara uit Ethiopië. En maakten er zelf nog drie: Shiloh en de tweeling Knox en Vivienne.

Brangelina goochelt volgens Pitt sindsdien met de agenda’s. Zo doet Pitt in Cannes de promotie van The Tree of Life en Jolie van Kung Fu Panda II. „We hebben onze thuisbasis in Los Angeles en proberen nu een soort hub op te zetten in Frankrijk”, zegt hij – de tweede taal thuis is Frans. Normaliter reist de clan, met kindermeisjes en privédocenten, van set naar set, nagejaagd door paparazzi. Brad Pitt: „Reizen doen wij meestal ’s nachts, onze kinderen zijn experts in het in- en uitpakken van hun rugzakken. Ik geloof niet dat zo’n nomadisch bestaan slecht voor ze is. We blijven bij elkaar, daar gaat het om. Wij maken zelf hun ontbijt. En op deze manier zien ze de wereld, andere culturen.”

Nu hij vader is, zoekt Pitt ook bewust andere rollen. „Onze kinderen kijken nog niet naar onze films, maar we zijn ons ervan bewust dat ze dat ooit zullen doen. Ik wil dat ze trots op me zijn. Vroeger zocht ik rebelse personages, nu wil ik graag dat de kinderen zien dat pa een zekere waardigheid heeft.”

Vader O’Brien in The Tree of Life is het tegendeel van de vader die Pitt wil zijn. „Kinderen zijn zich extreem bewust van alles dat om ze heen gebeurt. Ik weet dat ik mijn rotzooi op de drempel moet achterlaten, daarmee mag ik ze niet belasten. Maar O’Brien is een heel treurige man, bitter en teleurgesteld. Hij heeft het gevoel dat hij het korte strootje heeft getrokken en niet vooruit komt in het leven. Zijn frustratie wentelt hij af op zijn zoons, van wie hij tegelijk vreselijk houdt. Dus voelt hij zich schuldig, wil hij het goed maken. Het is een cyclus waaruit hij niet kan ontsnappen.”

Toch denk je bij de rol niet direct aan Brad Pitt. Hoe goed hij O’Brien ook speelt – de rol lijkt een serieuze kandidaat voor zijn derde Oscarnominatie na Twelve Monkeys (1996) en Benjamin Button (2009) – toch zie je geen strenge, dominante patriarch in Brad Pitt. In Cannes doet Pitt net iets te goed zijn best rijpheid uit te stralen. Hij gaat gekleed in wit – broek, blouse, jasje – met gouden ketting en een gele zonnebril met zwaar, gespikkeld montuur. Zijn haar is met gel achterover gekamd en blond geverfd, maar zijn baardje is grijs. Het geheel oogt een klein beetje ridicuul.

Dat is zijn lot, zo lijkt het. Na wat kleine rollen bestormde Brad Pitt de wereld in 1991 met zijn bijrol van J.D. in de feministische road movie Thelma and Louise. Nog geen kwartier was de toen 27-jarige Brad Pitt in beeld als toy-boy annex stelende gigolo. Het was zo’n ‘wie is dat?’-moment: een ster was geboren. De meest sexy man van de planeet.

Toen Pitt zijn plek op Hollywoods A-lijst had veroverd, ging dat imago hem steeds meer dwars zitten. Lekker kontje, leuk smoeltje, leeg hoofdje: de wereld geloofde dat hij dom was. Zijn jongensachtige uitstraling en zijn speelse, tot zelfspot en relativering geneigde optreden hielpen niet. Toen Pitt de dood speelde in Meet Joe Black (1998) heette het dat Pitt ‘het publiek moeilijk kan wijsmaken dat hij de mysteries van de dood en eeuwigheid doorgrondt.’

Pitts beleden passie voor architectuur – hij liep stage bij onder anderen Koolhaas, is bevriend met Frank Gehry en realiseerde onlangs een duurzaam bouwproject in New Orleans – wekte de indruk van koketterie en overcompensatie. Zoals hij in interviews vaak te hard bezig leek zichzelf te bewijzen. („Ik geloof dat (de band) Radiohead de Beckett en Kafka van onze generatie is”).

Voor de 47-jarige is er weinig veranderd: ook in ‘Brangelina’ speelt hij in de tabloidfantasie de rol van mooie, niet al te snuggere jongen, door Jolie sluw ingepalmd en snel met een half dozijn kinderen opgezadeld. Brad Pitt, dom blondje. Zijn besluit om in Burn After Reading van de gebroeders Coen (2008) de rol van oliedomme fitnessinstructeur Chad te spelen, lijkt haast bedoeld om te demonstreren dat het hem allemaal niets kan schelen. Voor een dom blondje heeft Brad Pitt een goeie smaak: zijn films zijn doorgaans artistiek bevredigend én commercieel succesvol. Behalve een kleine dip in de tweede helft van de jaren negentig (Sleepers, The Devil’s Own, Seven Years in Tibet, Meet Joe Black) zit hij er zelden naast. Pitt werkt alleen met de grootste regisseurs: in de 21ste eeuw Tarantino, de gebroeders Coen, Wolgang Petersen, Steve Soderbergh, Alejandro Iñáritu en David Fincher, die zijn loopbaan met Se7en, Fight Club en The Curious Case of Benjamin Button bepaalde. Je ziet hem weinig in blockbusters, anders dan zijn wederhelft. Maar Angelina Jolie is dochter van Hollywoodadel, Pitt een buitenstaander. Hij neemt zijn vak wellicht serieuzer.

Pitt groeide op in Springfield, Missouri, in een conservatief gezin van baptisten. Twee weken voor zijn afstuderen aan de universiteit van Missouri, richting journalistiek, gaf hij er plots de brui aan. Waarna hij, zo wil de Pitt-legende, met 325 dollar in een gammele auto in Hollywood arriveerde. Daar hield hij zich in leven door als kip verkleed rond fastfoodketen El Pollo Loco te scharrelen en strippers in limousines naar vrijgezellenfeestjes te rijden. Totdat een stripper hem in contact bracht met zijn toekomstige coach Roy London, dé acteergoeroe van Los Angeles in die jaren.

Met de hoofdrol in The Tree of Life zet Pitt een nieuwe mijlpaal in een respectabel oeuvre. Hij is al jaren in contact met Malick: misschien herkennen ze de outsider in elkaar. Ook de regisseur is uit het Midden-Westen; zijn wat boerse accent raakte hij nooit kwijt. Pitt: The Tree of Life is deels autobiografisch, Terry werkt eigenlijk al dertig jaar aan het script. Maar op de set leek hij helemaal niet bezorgd of zijn visie werd gerealiseerd. Er was geen kunstlicht, maar één camera en weinig gedoe met make-up. De jongens hadden een eigen garderobe, ze mochten elke dag zelf uitkiezen welke kleren ze wilden dragen.”

Malick gaat het om frisheid, zegt Pitt. „Soms zijn scènes perfect geacteerd, maar toch dood. Dan torpedeert Terry de zaak, zoals hij dat noemt. Hij stuurt onverwachts een hond naar binnen. Of de jongste zoon in de film: die kreeg de bijnaam Torpedo. Terry is altijd op zoek naar momenten waarvan je denkt: dit is echt leven.”

Zo’n werkwijze kost tijd: de opnames van The Tree of Life in Texas duurden ruim drie maanden. Waarna het Malick zo’n drie jaar kostte om uit te zoeken welke film er precies in al die kilometers celluloid verscholen lag. Voor Brad Pitt moet het als producer moeilijk zijn geweest met de notoire perfectionist Malick te werken. Hij somt alle versies op die hij in de loop der jaren zag: vier uur, drie uur, twee uur, weer drie uur ... Tussendoor kregen hij een Chastain soms veertig vellen met filosofische teksten opgestuurd om ergens in een studio in Londen of Boedapest in te spreken - waarna het de vraag was of Malick het ging gebruiken. „Je weet dat je geduld moet hebben als je een film met Terrence Malick maakt. En als het resultaat al vast staat, waarom er dan nog aan beginnen?”

Eén ding deelt Pitt niet met Malick: diens spiritualiteit. Pitt, opgegroeid in een milieu van conservatieve baptisten, noemt zich „tachtig procent agnost en twintig procent atheïst”. „Ik ben opgevoed met de gedachte dat je op god moet vertrouwen, hij zorgt voor alles. Maar als het misloopt, is het opeens jouw straf. Ik weet dat religie mensen troost biedt, zelf ervaar ik het als verstikkend.”

Wat zoekt een atheïst in een film als The Tree of Life? Pitt: „Ik interpreteer de film anders dan Terry. Je kunt hem ook zien als een studie in de vluchtigheid van een mensenleven, van het leven op zich. Hoe we troost zoeken in religie, onszelf gerust stellen met theologie, verklaring en zingeving. Terwijl de schoonheid er juist in schuilt dat we niets weten. In het mysterie.”

Als zondag de prijzen in Cannes worden uitgereikt, gaat de Gouden Palm naar The Tree of Life. Pitt en Jolie zijn er niet: weer verdwenen als een dief in de nacht? Deze week debuteert The Tree of Life verrassend sterk in Amerikaanse bioscopen – terwijl Pitt de aandacht op zichzelf en de film vestigt met de melding dat ‘Brangelina’ overweegt te trouwen. Voor een dom blondje is hij toch verdomd handig.

‘The Tree of Life’ is te zien in 15 bioscopen