Hij ging volstrekt intuïtief zijn gang

Willem Duys was een man van records: Voor de vuist weg duurde zestien seizoenen en Muziek Mozaïek bestond 37 jaar.

De eerste tv-host die wist wat het volk wilde zien.

„Het valt mij buitengewoon zwaar, lieve mensen”, zei Willem Duys op 27 juni 1997 op de radio, aan het eind van zijn wekelijkse zondagochtenduur Muziek Mozaïek. „Met deze mooie klanken neem ik voorgoed afscheid.”

Zelf had hij nog helemaal niet willen stoppen, maar het moest: zijn stem was door een herseninfarct schor en slepend geworden. Het fluistertimbre van weleer klonk nu rafelig en oververmoeid. Zodat er toch nog een tamelijk abrupt einde aan zijn omroepcarrière kwam, nadat hij bijna veertig jaar lang een van de meest vertrouwde figuren op radio en televisie was geweest - alsof Willem Duys altijd al had bestaan en ook nooit meer zou verdwijnen.

In de jaren negentig was Duys vooral de radioman geworden die bij uitstek de toonhoogte van de zondagochtend bepaalde. Maar zijn grootste roem had Willem Duys natuurlijk aan de televisie te danken. Als belichaming van „het avondje AVRO” dat in de jaren zestig en zeventig voor miljoenen Nederlanders het summum van tv-gezelligheid was.

Hoe veel indruk hij in die tijd maakte, bleek vorige maand nog eens toen Matthijs van Nieuwkerk de duizendste aflevering van De wereld draait door geheel in het teken plaatste van de man die hij als lichtend voorbeeld beschouwde – om zijn eloquente vocabulaire en zijn grote improvisatievermogen, de eigenschappen die ook Van Nieuwkerk zelf in ruime mate bezit. Duys was bij dat huldeblijk aanwezig, maar te broos om nog een woord te zeggen.

Na een paar baantjes in het buitenland (roestkrabber en teerspuiter bij de Franse spoorwegen, klerk op een kantoor in Londen) begon Willem Duys in 1949 als redacteur bij Het Vrije Volk, destijds de grootste krant van Nederland. Maar omdat hij niet altijd weerstand kon bieden aan zijn neiging de dingen iets mooier te maken dan ze waren, ervoer hij de journalistiek al gauw als een veel te beperkende werkkring. Hij werkte een paar jaar als tekstschrijver bij het reclamebureau van Unilever, werd publiciteitsman bij Philips Phonografische Industrie en was directeur van het propagandakantoor van de Nederlandse platenindustrie.

Intussen bracht de platenwereld hem ook in contact met de televisie, het nieuwe wondermedium dat al in een half miljoen huiskamers stond. Op 1 juli 1959 werd Duys door de AVRO gevraagd een korte inleiding te houden bij een optreden van de Amerikaanse hitzanger Johnny Ray. Moeiteloos improviserend schudde hij tien minuten lang de ene volzin na de andere uit zijn mouw. „Er is een ster geboren!” riep de dienstdoende AVRO-functionaris na afloop.

Al gauw kreeg Duys de kans diverse muziekprogramma’s te maken. Ook werd hij tenniscommentator. In 1962 begon het radioprogramma dat hij 37 jaar lang zou maken. En een jaar later kwam Voor de vuist weg, de eerste Nederlandse talkshow naar Amerikaans voorbeeld.

Eén keer per maand, zestien seizoenen lang, presenteerde Willem Duys een santekraam van artiesten, gasten met een curieuze hobby, huis- en wildere dieren, verhalenvertellers, vlotgebekte politici als Luns, Wiegel en Van Agt, populaire sportlieden en vele anderen. Hij had een neus voor stunts en werkte niet met vragenlijstjes (er was niet eens een redactie) maar ging volstrekt intuïtief zijn gang, waardoor de show vaak onverwachte wendingen kreeg.

Graag maakte Duys zich ook tot tolk van het volksgevoel van de velen voor wie de omwentelingen van de jaren zestig veel te snel waren gegaan. In die gepolariseerde tijden werd Duys de held van rechts – en tegelijk dus de risee van alles wat zich links en vooruitstrevend achtte. Hij zette bijvoorbeeld een behoudend betoog van de door links geminachte toneelleider Carel Briels kracht bij door op te staan en het Wilhelmus te zingen, en tegen de moeder van een aangerand vierjarig meisje zei de presentator: „Ik denk dat als ik hem op heterdaad had betrapt, hem ter plaatse had doodgeslagen!” Met zulke uitspraken maakte hij zich niet bepaald populair bij het progressieve volksdeel.

Ook werd hij geregeld beschuldigd van belangenverstrengeling. Hij gaf veel zendtijd aan artiesten en andere prominenten uit zijn vriendenkring, terwijl hij evenmin terugschrok voor de promotie van platen die bij zijn eigen platenmaatschappij (Iramac) verschenen.

Wat dat betreft was Duys de grootste marktkoopman van de Nederlandse televisie – als hij zei dat hij iets mooi vond, behoefde dat niet noodzakelijkerwijs zo te zijn. Maar hij was dermate aimabel en amicaal dat zulke schavuitenstreken hem nooit tot in de eeuwigheid zijn nagedragen.

Willem Duys woonde jaren in het lieflijke Saint Paul-de-Vence in Zuid-Frankrijk, maar keerde een paar jaar geleden om gezondheidsredenen terug naar Nederland. Daar is hij nu, op 82-jarige leeftijd, gestorven.

Wie het condoleanceregister wil tekenen gaat naar: condoleance.nl/13155/willem-duys.html