Het Groene Gevaar

In een rubriek over de actualiteit van klassieke fictie deze week The Body Snatchers in het licht van de EHEC-bacterie.

Goed, het zijn geen peulen, en ze zijn doorgaans ook geen meter groot. Maar het zijn groene, langwerpige vruchten en inmiddels boezemen ze de mens net zo veel angst in als de aliens deden in The Invasion of the Body Snatchers.

Komkommers.

‘Die nuttige en suikervrije planten’, zoals Drs P ze abusievelijk omschreef, zijn in de publieke opinie veranderd in nietsontziende moordenaars: dragers van een virulente bacterie die er op zijn beurt, vele malen vergroot, ook weer uitziet als een komkommer – zij het onsmakelijk rood. Op de voorpagina van NRC Handelsblad waren ze maandag te zien: rauwe worstjes die kruipsluip door een darmwand gingen. De gevolgen werden breed uitgemeten: diarree, bloedarmoede, nierfalen, en in vijf procent van de gevallen de dood.

Ehecs heten de bacteriën, wat klinkt als een vijandig volk uit Star Wars. En net als de meeste indringers uit de ruimte laten ze een spoor van verwarring en paniek na. In Duitsland durft niemand meer rauwe groente te eten, in Nederland maakt de tuinbouw zich zorgen, in Spanje vreest men een doodklap voor de kwakkelende economie. Met 1500 besmettingen in Noordwest-Europa mag je nog niet spreken van een volksziekte, maar de vrees voor de komkommer neemt inmiddels epidemische vormen aan.

Psychologisch is dat goed te verklaren. Het onderspit delven tegen iets wat je niet kunt zien, wat je niet begrijpt, is een archetypische angst; en de reden voor het voort durende succes van The Body Snatchers van de Amerikaanse science-fictionschrijver Jack Finney. In deze roman uit 1955 – vier keer verfilmd, waarvan één keer met Donald Sutherland – landen ‘interstellaire sporen’ op aarde, vast van plan om het leven hier uit te roeien. Ze storten zich op slapende mensen, die ze tot stof laten vergaan, nadat ze hen eerst door replica’s hebben vervangen. En dat dupliceren gebeurt in reuzenpeulen, pods, wat het allemaal nog angstwekkender maakt.

Toen het boek van Finney verscheen, zagen de critici er vooral een allegorie op de angst voor communistische infiltratie in – een interpretatie die de leidraad zou worden voor de eerste verfilming door Don Siegel in 1956. Per slot van rekening was het trauma van de communistenjacht door senator Joseph McCarthy nog maar een paar jaar oud. Maar het verhaal bleek van alle tijden. Zo zette de herverfilming van regisseur Philip Kaufman (1978) vooral in op het algehele gevoel van paranoia dat in het spoor van Watergate het vertrouwen in de overheid had aangetast.

Tegenwoordig is de roman van Finney vooral te lezen als een commentaar op de even sluipende als vernietigende werking van levensvormen die met het blote oog onzichtbaar zijn. Alleen zijn happy end – de alien seeds verlaten de aarde omdat ze op te veel weerstand stuiten bij de bewoners van Mill Valley – is hopeloos gedateerd. Tegen de killer germs van de 21ste eeuw is geen antibioticum meer opgewassen. De Body Snatchers zijn resistent geworden.