Gordijnen dicht, camera's aan!

Philip Hensher: King of the Badgers. Fourth Estate, 436 blz. € 22,–

Wanneer een schrijver een slaperig stadje als romandecor kiest, weet je dat er gruwelijke dingen gaan gebeuren. En inderdaad, King of the Badgers van Philip Hensher is nog nauwelijks begonnen of er verdwijnt een achtjarig meisje. De pers stroomt toe, het pittoreske Zuid-Engelse stadje Hanmouth staat op zijn kop.

Alles lijkt gereed voor een roman waarin het verdwenen meisje centraal staat, maar dan verschuift het perspectief naar David, een depressieve homoseksueel uit St Albans die op het punt staat naar Hanmouth af te reizen om zijn ouders te bezoeken. Een vage Italiaanse kennis krijgt hij zo ver om voor de duur van het bezoek als zijn partner te fungeren. Dat moet wel misgaan.

En inderdaad, het gaat mis, maar voor het zo ver is hebben we kennis gemaakt met een groot aantal inwoners van Hanmouth, en met de geheimen die ze koesteren. De levens die Hensher ons voorschotelt raken elkaar door bezoekjes en toevallige ontmoetingen, en al deze elementen worden losjes bij elkaar gehouden door de zaak van het verdwenen meisje, het gedoemde uitstapje van David met zijn Italiaan en de orgie die de twee homoseksuele eigenaren van de kaaswinkel, Sam en Harry, organiseren.

Het gaat Hensher niet om plot, maar om een portret van een gemeenschap. En passant geeft hij ook een beeld van het huidige Engeland. Dat zorgt voor hilarische scènes, maar zijn satire blijft mild en beweegt zich niet buiten de gebaande paden. Hensher is op zijn best als hij zich op zijn personages concentreert.

Alledaags realisme

Hensher brak in 2008 door toen zijn zesde roman, The Northern Clemency, werd genomineerd voor de Booker Prize. Ook in die roman schilderde hij een portret van een groep mensen, maar terwijl The Northern Clemency onder zijn oeverloosheid leek te bezwijken, houdt hij zich in King of the Badgers beter in de hand. Al besteedt hij gelukkig nog steeds veel aandacht aan kleine gebeurtenissen en banale gesprekken, want juist door dat alledaagse realisme beginnen de personages te leven en worden hun belevenissen lichtelijk verslavend.

Bij een roman-als-groepsportret ligt altijd een zekere eentonigheid op de loer, juist doordat er geen echte hoofdpersoon is en je blik steeds weer van de een naar de ander wordt geleid zonder ergens écht te blijven hangen. Hensher heeft die dreiging gepareerd door tussen al die realistische inwoners een karikaturaal personage neer te zetten, een zekere John Calvin, een mysterieuze, onsympathieke regelneef die overal opduikt en in zijn hoedanigheid als zelfbenoemd toezichthouder heel Hanmouth volhangt met bewakingscamera’s. En juist dit personage, dat zo vreemd afsteekt bij de andere inwoners, geeft het boek vaart en zorgt ervoor dat je doorleest, omdat je hoopt dat je in de loop van het verhaal meer over hem te weten komt.

Sommige Britse recensenten hadden moeite met de homoseksuele personages in King of the Badgers. ‘Onder de inwoners van Hanmouth die we in het boek tegenkomen, bevinden zich veel meer homoseksuelen dan we op grond van statistische gegevens mogen verwachten’, schrijft Lionel Shriver zuinigjes in de Financial Times. Een rare opmerking (waarom zou een roman een representatief beeld van de bevolkingssamenstelling moeten geven?) en bovendien heeft Shriver ongelijk. Als we het dan toch over cijfers hebben: van de veertien, vijftien inwoners op wie Hensher zich concentreert zijn alleen de kaasboeren Sam en Harry homoseksueel. David en zijn ingehuurde Italiaan wonen niet in Hanmouth, dus vallen buiten de statistiek, net als de mannen die afkomen op het seksfeestje van Sam en Harry. Misschien is Shriver (de schrijfster van We moeten het even over Kevin hebben) een beetje geschrokken van dat feestje.

Shrivers bewering is des te potsierlijker omdat Hensher helemaal geen pamflettistische of emancipatoire bedoelingen lijkt te hebben met zijn roman. Uiteindelijk gaat King of the Badgers over kijken en bekeken worden, over het blootleggen en verborgen houden van geheimen. Niet voor niets komen er gaandeweg het verhaal steeds meer camera’s in Hanmouth te hangen.

Geheimen

En dan blijkt Hensher zijn op het eerste gezicht zo realistische roman van een extra laag te hebben voorzien: King of the Badgers gaat ook over het lezen van het boek zelf. Want het kijken en bekeken worden speelt zich niet alleen af tussen de inwoners onderling, maar ook tussen lezer en personages; het is de lezer die de echte geheimen waarneemt, tot in de slaapkamer toe. Zodra je die laag ontdekt, valt ook de raadselachtige en karikaturale Calvin op zijn plaats. De man die zo vreemd afsteekt bij de andere personages en heel Hanmouth met camera’s volhangt, vertegenwoordigt de lezer, die overal toegang heeft, die door alle muren heenkijkt.

Op de laatste pagina’s benadrukt Hensher dat idee door Calvin zijn verhuizing te laten aankondigen: het boek is bijna uit, de lezer kan vertrekken. Vervolgens beginnen ook de personages zelf de lezer buiten te sluiten. Eerst vernielen drie bewoners eensgezind een zojuist geplaatste camera. Daarna maken kaasboeren Sam en Harry zich klaar voor een avondje met z’n tweeën. Vooral die scène is veelzeggend. De gordijnen gaan dicht, de flessen gaan open. Misschien drinken ze te veel, maar niemand die het bijhoudt, en bovendien – en dit zijn letterlijk de laatste woorden van de roman – niemand die het ziet. Inderdaad, het boek is uit, opeens is onze almacht als lezer voorbij.