Ellen ten Damme doet choreografie bijna vergeten

Scapino Ballet Rotterdam met Twools 13. Gezien 1/6, nog t/m 4/6. Inl: www.scapinoballet.nl ***

Van de 3JS tot en met het Concertgebouworkest waarmee ze in augustus in het Concertgebouw staat: Ellen ten Damme treedt op met wie zij wil. Na haar avontuur in Cirque Stiletto had ze haar zinnen gezet op een optreden met een dansgezelschap.

Het werd Scapino Ballet Rotterdam met het zapprogramma Twools 13, waarin korte choreografieën worden bijeengehouden door brugstukken die artistiek leider Ed Wubbe maakte voor en rond de zangeres, die ook gitaar, piano en (niet heel zuiver) viool speelt. Enerzijds een verstandige keuze voor dit experiment; hoewel Ten Damme met haar liedjes – veel nieuw Nederlands repertoire – de rode draad vormt, hoeft zij de voorstelling niet echt te dragen.

Anderzijds zit je te verlangen naar een iets gewaagder concept. In de nummers waarin Ten Damme, intussen ook al weer 43, zich tussen de dansers mengt of zich laat partneren door Mischa van Leeuwen (die met zijn zorgzaamheid in niets lijkt op de ongrijpbare geliefde uit de liedjes) schemert wel iets door van de mogelijkheden van een nadere samenwerking tussen de popmuzikante en het dansgezelschap.

Door haar aanwezigheid zou je de nieuwe dansstukken bijna vergeten. Het opmerkelijkst is misschien wel Min Li’s Bauschiaanse, quasi-filosofisch-komische trio, maar naast Marco Goeckes pareltje Vuurvogel Pas de deux is Fake One van de Duitser Felix Landerer veruit het sterkst. In een vloeiende, soms breakdance-achtig schokkerige, choreografie komen de individuele kwaliteiten van zijn dansers uitstekend tot hun recht.