Donner: verzoek WOB soms afwijzen

Minister Piet Hein Donner (Binnenlandse Zaken, CDA) wil het oneigenlijk gebruik van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) beperken. Verzoeken zijn volgens hem te vaak alleen gericht op het frustreren van bestuurslagen of het innen van een dwangsom als de aanvraag niet snel genoeg wordt behandeld. Hoewel deze oneigenlijke verzoeken volgens de minister niet vaak voorkomen, kost de behandeling ervan te veel tijd en geld. Dat schrijft hij deze week in een brief aan de Tweede Kamer.

Op Dag van de Persvrijheid, 3 mei, in Amsterdam sprak de minister over zijn plannen voor de WOB. De wet, die journalisten en andere burgers in staat stelt officiële documenten van de overheid te verkrijgen, wordt volgens de minister te vaak misbruikt voor oneigenlijke verzoeken.

In de brief van deze week schrijft de minister het mogelijk te willen maken voor bestuurslagen dergelijke verzoeken als oneigenlijk te bestempelen. De bestuurslagen hoeven het dan niet te behandelen. Hij denkt bijvoorbeeld aan verzoeken ingediend door juridische bureaus die alleen wachtgeld willen innen als de overheid niet binnen de gestelde termijn aan het WOB-verzoek voldoet.

Een oneigenlijk verzoek is volgens de minister een verzoek dat niet gericht is op het verkrijgen van informatie. „Het is niet makkelijk dat vast te stellen”, aldus een woordvoerder van de minister. „In ieder geval is een verzoek niet meteen oneigenlijk als het slechts aan één aspect voldoet.”

Een lange brief voor een klein probleem, stelt Pierre Heijnen, Tweede Kamerlid voor de PvdA. „Hij geeft zelf toe dat ze niet vaak voorkomen.” Heijnen vindt dat de minister met een modernisering van de WOB moet komen, in plaats van een beperking. Heijnen: „De WOB voldoet niet meer aan de moderne tijd, met ambtenaar 2.0. De minister bewijst hiermee van de oude stempel te zijn.” Volgens Mariko Peters (GroenLinks) getuigt de brief van een totaal gebrek aan ambitie. Zij stelt dat de Kamer met een dergelijke hervorming zal moeten komen. In de brief benadrukt Donner dat het ondertekenen van het Verdrag van Tromsø, dat de randvoorwaarden voor toegang tot officiële documenten op Europees niveau vaststelt, geen prioriteit heeft. Wel zal hij voldoen aan de minimumeisen die het verdrag voorschrijft. Het niet ondertekenen noemt Mariko Peters „pijnlijk”.