Dodelijke kritiek

Ik heb het altijd al gezegd. Job Cohen is in de verkeerde film beland. Wouter Bos heeft het kabinet-Balkenende IV doelbewust laten vallen met het vooropgezette idee om zich te laten opvolgen door Cohen die de nieuwe premier van Nederland moest worden. Dat was het scenario. En het was een goed scenario in de zin dat het strategisch goed was doordacht. Cohen was met zijn bestuurlijke ervaring, zijn redelijkheid, rust en geloof in de noodzaak om ‘de boel bij elkaar te houden’ de ideale tegenpool van Wilders. Het was ook bijna gelukt. De PvdA kwam een luttele zetel tekort. En nu is de gedroomde premier Cohen oppositieleider tegen wil en dank. En daar is hij niet goed in. Hij is een bestuurder, geen straatvechter.

En nu de samenstelling van de nieuwe Eerste Kamer geen onoverkomelijk struikelblok vormt voor de coalitie en het duidelijk is geworden dat de PvdA best wel eens vier jaar lang in de oppositie zou kunnen zitten, begint het te rommelen in de partij. HP/De Tijd en de Volkskrant citeerden de afgelopen dagen anonieme parlementariërs die zeggen dat het een kwestie van tijd is totdat Cohen opstapt. Kamerleden bekritiseren zijn „non-leiderschap”. „Als ik een oproep in de krant moest plaatsen”, zegt een van de partijbonzen, „dan luidde de tekst: partij zonder leider zoekt verhaal”.

Het valt niet te controleren of dit echt zo is gezegd en zo ja door wie, want niemand wil met zijn naam in de krant. Maar als het waar is, is het dodelijk. Geen enkele leider overleeft zulke harde interne kritiek, tenzij hij een nietsontziende straatvechter is.

Maar het vertrek van Cohen zou de PvdA in een diepe crisis storten. Het is, sinds Wim Kok de ideologische veren heeft afgeschud en het socialisme is afgeschaft, inderdaad een partij zonder verhaal. Het enige wat de partij nu nog heeft, is een gezicht. Het gezicht van een fatsoenlijke en nette man van wie iedereen wel gelooft dat hij het beste voor heeft met het land. Ik zou werkelijk niet weten wat er zonder dat gezicht nog zou overblijven van die partij.

Ilja Leonard Pfeijffer