Die rifpiraten van Bosma waren ook Nederlanders

Martin Bosma stelt dat we de islamitische slavenhandel zijn vergeten. Dat klopt, net als dat het vaak Nederlanders waren, stelt Harry Jansen.

Een grootadmiraal van het Turkse Rijk, Soleiman-reys, overviel tussen 1615 en 1620 geregeld Engelse en Franse schepen in de Middellandse Zee. Hij roofde de lading en verkocht de bemanning als slaaf aan Turkse of Arabische handelaren. Hetzelfde deed hij bij schepen uit Nederland. Daar liet hij de bemanningsleden de keuze – hij zou hen als slaaf verkopen, of hij maakte hen lid van de bemanning van zijn eigen schepen. Ontwaarde hij Spaanse schepen, dan hees hij de Princevlag, van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Dat scheepsvolk liet hij geen enkele keuze. Het werd met man en muis over de kling gejaagd.

Deze Turkse admiraal was een van de vele Barbarijse zeerovers die in de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan rondzwierven, op zoek naar buit. Soleiman-reys was geboren in Hoorn. Daar stond hij bekend als Ivan Dirkie de Veenboer. Hij had het piratenvak geleerd van Simon de Danser, een schipper uit Dordrecht. Die was al toegetreden tot het Noord-Afrikaanse zeeroversgilde. De Veenboer bekeerde zich tot de islam. Hij nam de naam Soleiman aan. Na zijn dood werd zijn werk overgenomen door Moerad-reys. Die ondernam zelfs kaperstochten naar IJsland. Moerad-reys was geboren als Jan Janszoon van Haarlem. Zijn carrière verliep overeenkomstig die van De Danser en De Veenboer.

In zijn column wijst Martin Bosma (Opinie, 1 juni) terecht op het aandeel van de Barbarijse zeerovers in de slavenhandel. Hij lijkt daarmee verder te kijken dan de neus van de linkse elite lang is. Helaas reikt ook de neus van Bosma niet verder dan het traditionele verhaal van de canon van Nederland, met zijn vijftig vensters. Michiel de Ruyter heeft daarin een etalageruit. Inderdaad dankt hij een deel van zijn roem aan de bestrijding van die Barbarijse zeerovers. Om het Arabische aandeel in de slavenhandel in het hedendaagse islamdebat te gebruiken, moet alleen wel worden verteld dat ook Nederlanders meededen aan die Barbarijse slavernij en slavenhandel.

Als Bosma zo graag de hardvochtigheid van islamitische voorvaderen aan de kaak wil stellen, wil ik hem toch ook herinneren aan de – christelijke – Spanjaarden. Zij vermoordden een aanzienlijk aantal inwoners van Zutphen, Naarden en Haarlem. Bovendien vervolgden ze de Joodse inwoners in hun eigen land. Het was nota bene de Turkse sultan die schepen stuurde om hun in Turkije een veilig heenkomen te bezorgen.

De grondleggers van onze nationale staat waren gelukkig niet zo islamofoob als Bosma en de zijnen. Dat wordt onderstreept door de watergeuzen. Zij vochten tegen de Spanjaarden met om hun halzen een penning, waarop stond: ‘Liever Turks dan paaps (of paus)’. ‘Paaps’ staat hier voor katholieke overheden die niet-katholieken bestreden met inhumane middelen. Islamitische overheden gedroegen zich toen toleranter tegenover joden en christenen dan die christelijke overheden.

Bosma’s historische wijsheid is zeer beperkt. Hij weet kennelijk niet – of wil het niet weten – dat Turkije de Nederlandse opstand op verregaande wijze steunde. Turkije was de eerste staat die in 1612 de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden erkende als zelfstandige staat. Vieren we volgend jaar dat dat vierhonderd jaar geleden was?

Onlangs verscheen Wereldrijk voor een dag. Over de opkomst en ondergang van hypermachten. Het is van de Amerikaanse Amy Chua, hoogleraar aan de Yale-universiteit. Zij wijdt een hoofdstuk aan de plaats van Nederland in de wereldgeschiedenis. De beste voorwaarde voor het ontstaan van wereldrijken is een zo groot mogelijke tolerantie, aldus Chua. Intolerantie bevordert slechts neergang. Is dat wat Bosma wil? Nederland was bij zijn ontstaan een tolerante natie, zeker ten overstaan van de islam. Ivan Dirkie de Veenboer heeft geen venster in de canon van Nederland. Dat is jammer. Hij is zeker zo representatief voor onze nationale identiteit als Michiel de Ruyter.

Harry Jansen is auteur van Triptiek van de tijd. Geschiedenis in drievoud, dat in 2010 verscheen bij Vantilt in Nijmegen.