Deze maand gratis: flink wat historie en een hoop gedoe

Monaldi & Sorti: Versluiering. Gratis bij aankoop van een boek in juni, 96 blz.

Het spannende-boekenweekgeschenk is een boekje dat – onder héél veel meer – gaat over een boek dat over boeken gaat, en iedereen die in deze Maand van het spannende boek een boek koopt, krijgt het boek cadeau. Wie de vorige zin nodeloos verwarrend vindt, staat nog wat te wachten bij het lezen van het geschenkboekje, geschreven door het Italiaanse schrijversechtpaar Monaldi & Sorti en toepasselijk Versluiering getiteld. Het verschijnt in een oplage van 846.000 exemplaren en zal potentieel 1.692.000 wenkbrauwen doen optrekken.

Monaldi & Sorti schreven de succesvolle historische thrillers Imprimatur (2002), Secretum (2005) en Veritas (2006) over Atto Melani (1662-1714), een castraatzanger, diplomaat en spion van Lodewijk XIV die net als de meeste figuren in de boeken werkelijk bestond.

Ze etaleren grote historische kennis en steunen op uitputtend archiefonderzoek. In elk ervan poneren de schrijvers een ‘onthulling’, een andere uitleg van historische feiten.

In Imprimatur suggereerden ze bijvoorbeeld dat paus Innocentius XI de verovering van de Britse troon door de protestantse Willem III om opportunistische redenen heimelijk co-financierde. Deze laster zou het Vaticaan hebben bewogen tot een steels complot tegen Monaldi & Sorti’s boek. Niets zo goed voor de verkoop van een thriller als een Vaticaans complot, maar ook de boeken zelf rechtvaardigen hun succes.

Monaldi & Sorti schrijven goed en intrigerend, zij het erg barok. Echter: de politieke en kerkelijke machinaties in hun Atto Melani-drieluik (er volgen nog twee delen) konden ademen op 2.100 pagina’s. De intriges in Versluiering, dat óók nog plaats biedt aan scabreuze decadentie aan het Franse hof en aan het vroege leven van Atto Melani, hebben het piepend benauwd op 96 pagina’s. Versluiering heeft een te hoge informatiedichtheid; hierbij vergeleken leest Wittgenstein als de Margriet.

Lodewijk XIV is nog maar acht en zijn moeder Anna van Oostenrijk een gansje; Frankrijk wordt zolang bestuurd door eerste minister kardinaal Mazarin, een Italiaan nota bene, die zich omringt met Italiaanse bankiers en hoge belastingen oplegt. In 1647 haalt Mazarin de halve Italiaanse kunstenaarswereld naar Parijs om een gruwelijk dure opera te laten opvoeren, te schrijven door Luigi Rossi; diens Orfeo is het resultaat. Allemaal historisch juist, hoewel Monaldi & Sorti het succes van de opera in twijfel trekken.

Het geeft een hoop gedoe in Versluiering, maar de werkelijke intrige betreft een boek, geschreven door de bibliothecaris van Mazarin, waarin andere boeken over staatsgrepen worden geanalyseerd.

De gehate kardinaal, diplomaat en politicus Mazarin (1602-1661) moet zo’n greep vrezen, dus nuttig leesvoer, zeker omdat ook de kennis van Cicero, Machiavelli, Pompeius, Erasmus, Osorius, Foxius, Natta, Ribadeneira, Wimpheling, Bellarminus en vele anderen niet onbenut blijft.

Maar waarom schrapt één van Mazarins bankiers vóór publicatie toch steeds een verwijzing naar de laffe poging tot moord op Lorenzo de’ Medici in Florence in 1478 (een aanslag waarover Monaldi & Sorti een onthulling doen). Zou daar iets achter zitten? Wel degelijk, en dat wordt half duidelijk als de lezer, gebukt onder geschiedkunde, bladzijde 96 bereikt.