De kolkende toverdrank die hem niet redde

Opening Holland Festival: Mea Culpa van Christoph Schlingensief. Gezien 2/6. Inl: hollandfestival.nl. ****

Een sissende, schuimende, borrelende heksenketel – dat is de ‘ready made opera’ Mea Culpa (2009) van de vorig jaar op 49-jarige leeftijd overleden Duitse regisseur Christoph Schlingensief. Uit verzet tegen zijn naderende dood – in 2008 werd bij hem longkanker geconstateerd – creëerde Schlingensief een betoverend brouwsel waarin hij een terugblik op zijn eigen leven mengt met een hartstochtelijke liefdesverklaring aan de kunst; hoge en lage kunst, kunst van vroeger en nu.

Brutaal paart Schlingensief Roy Orbison en Sheryl Crow aan Schönberg, Schubert, Wagner en Bach; gedragen teksttoneel aan hartverscheurende opera, jubelende gospel en scheurende blues. Mea Culpa zindert van de verwijzingen naar film, filosofie, religie en kunst. De cast is een bonte parade van zangers en acteurs, professionals en amateurs, Afrikanen, bejaarden, en een dwerg. Het decor – veelvormig en dynamisch – is een verblindende toverbal: een reeks bordkartonnen huisjes biedt al draaiend zicht op de eetzaal van een sanatorium, de spreekkamer van een dokter, een peeskamer en een kapel. Op het decor worden teksten en flarden film geprojecteerd. Daarbij omspant het stuk niet alleen het Westen en het Afrikaanse continent, maar ook de wereld van de levenden en het dodenrijk.

Wie naar Schlingensiefs schepping kijkt, erin roert, kan gefascineerd en gehypnotiseerd raken door de draaikolk van geuren en kleuren, door de peilloze diepte die een blik biedt op verleden en toekomst. Maar hij zal soms ook terugdeinzen voor het geweld, de hitte, de onwelriekende dampen. Schlingensief stookt het vuur hoog op en de ketel kookt bij hem vaak vervaarlijk over. Zeker in het eerste deel maakt hij het met zijn tomeloze energie en ambitie moeilijk voor het publiek.

Mea Culpa heeft wel een soort verhaallijn, maar die is nauwelijks te volgen. In een Ayurvedische kliniek repeteert een groep patiënten de eerste akte van Wagners opera Parsifal. Onder hen ook de regisseur C.S. Terwijl om hem heen de mensen razendsnel sterven vestigt C.S. zijn hoop op de heilzame werking van opera. In het tweede deel trekt het gezelschap naar Afrika, waar C.S. een operadorp wil beginnen. Daar loopt alles mis en de regisseur neemt deemoedig de schuld op zich – mea culpa. In deel drie volgt de loutering; bij de opening van het Afrikaanse operadorp trekt een stoet figuren aan C.S. voorbij; levend en dood, hij ziet overleden vrienden van vroeger en ontmoet er zijn dode vader en moeder.

Hier draait Schlingensief het vuur omlaag en verlegt hij de focus van het allesomvattende naar het persoonlijke. Dat gebeurt in een prachtige decorvondst bijna letterlijk: we zien de complete cast, zo’n dertig man, op toneel, in een grootse, operateske parade. Maar het draaiende toneel duwt hen langzaam uit beeld, om plaats te bieden aan een geïsoleerd podiumpje waarop de moeder van C.S. de Liebestod-aria uit Wagners Tristan en Isolde voor hem zingt. Hartverscheurend is de 82-jarige sopraan Elfriede Rezabek: haar breekbare, bevende stem haalt steeds maar net de hoogste noten. Je houdt je adem in en je hart vast. Het is met recht een zwanenzang – alleen niet de hare.

Hoewel Mea Culpa toegankelijker is en beter te bevatten dan bijvoorbeeld Eine Kirche der Angst, Schlingensiefs andere requiem voor zichzelf dat op het Holland Festival 2009 te zien was, is het nog steeds veel; te veel vaak. De regisseur wil het niet alleen hebben over leven en dood, maar ook over de Westerse houding ten opzichte van Afrika, en over het belang van kunst. Elk van die thema’s is een opera waard. Die ambitie is pijnlijk begrijpelijk: Schlingensief moest een heel mensenleven op aarde vieren en verwerken. En hij had haast. Werken alsof de dood je op de hielen zit; niet eerder was dat begrip zo zichtbaar in de praktijk.

Het is alsof hij zich met de kunst, zijn eigen en die van anderen, probeert te weren tegen de dood. Dit hallucinatoire brouwsel is zijn medicijn, zijn toverdrank. Maar wij weten nu dat het hem niet heeft kunnen redden. Als zijn vader C.S. in de hemel uitnodigt, slaat hij het verzoek eerst nog af: „Het is te vroeg, ik wil nog niet.” Sinds 21 augustus 2010 zijn het voor altijd de droeve laatste woorden van een tragische held.

Meer Schlingensief in het CS