Crescendo The National eindigt in oerknal

The Long Count, met Aaron en Bryce Dessner, Matt Berninger, Kelly Deal, Shara Worden. Ensemble olv Rob Moose. Beeld: Matthew Ritchie, geluidsdecor David Sheppard. ****

Het Holland Festival begon met een oerknal. De eerste muziek op het festival kwam woensdag van de tweelingbroers Aaron en Bryce Dessner, gitaristen van de Amerikaanse rockgroep The National. Met kunstenaar Matthew Ritchie schiepen zij de songcyclus The Long Count, geënt op de scheppingsmythe Popul Vuh van de Maya’s die voorspelt dat de wereld in 2012 zal vergaan. Niet de Apocalyps, maar de tijdloze leegte die vooraf ging aan de schepping inspireerde de voorstelling, die in 2009 voor het eerst in New York werd opgevoerd.

De gebroeders Dessner en een ensemble met strijkinstrumenten, blazers, piano en drums brachten een mengeling van kamermuziek, rock en minimal music. En paar keer was er een lawaaiige ontlading. De Dessners begonnen met een partijtje touwtrekken, met een elektrische gitaar die aan het touw bungelde en waarmee incidentele noise werd opgewekt. Een sputterende saxofoon, een geprepareerde elektrische viool en een aan het plafond hangende gitaar genereerden geluiden die normaal niet zo snel bij een rockconcert zouden klinken. Samen speelden Aaron en Bryce Dessner geconcentreerd gitaar; de puntjes van de tongen uit de mond.

Zangeres Shara Worden van My Brightest Diamond verscheen met een aantal opzichtige hoofdtooien die de zon, de maan en de elementen moesten verbeelden. Ze zong schel en geëxalteerd, veel vromer dan de schorre Kelly Deal van The Breeders die de muziek in een lossere rockrichting stuwde. Zanger Matt Berninger van The National kreeg met maar één nummer het minst te doen en dat was jammer. Zijn warme, melancholische stem paste prachtig bij de serene muziek die opbouwde naar een overdonderend crescendo: de verbeelding van de oerknal.

Matthew Ritchie bedacht het podiumvullende decor in de vorm van een paar insectenogen, waarop caleidoscopische beelden geprojecteerd werden. Hij maakte de animatiefilmpjes op basis van zijn ‘biomorfe’ tekeningen: soms abstract, dan weer lijkend op vallende bladeren of krioelende eencelligen onder een microscoop. Het symmetrisch bewegende beeld herinnerde aan ouderwetse vloeistofprojecties. Ze werkten hypnotiserend en ondersteunden de muziek met hun pulserende ritme. Het muziekstuk kreeg daardoor de werking van een doorlopende trip zonder tijdsbesef, totdat Kelly Deal het woord ,,One” uitsprak en daarmee de jaartelling liet beginnen.

En opvallend jong en hip publiek liet zich niet uit het veld slaan door het feit dat deze indrukwekkende voorstelling veel moeilijker muziek bracht dan een concert van The National. Het door Kelly Deal gezongen It’s time to play kwam nog het dichtst in de buurt van een toegankelijke popsong, al eindigde het in helse dissonanten. The Long Count zal later dit jaar op cd verschijnen. Voor de bedwelmende totaalervaring had je er bij moeten zijn.