Componeren met beton

Muzikale ramen noemde Le Corbusier de strookramen van zijn klooster La Tourette, niet ver van Lyon. En inderdaad, met zijn ritmische patroon en betonnen sponningen lijken de La-Tourette-vensters verbeeldingen van muziek. Ze zijn dan ook ontworpen door Iannis Xenakis (1922-2001), de Griekse componist die van 1947 tot 1959 op het bureau van Le Corbusier in Parijs werkte.

Het idee om glasplaten tussen twee betonnen sponningen te zetten, was wel van Le Corbusier. Hij had zulke ramen gezien in India, waar hij in de jaren vijftig regelmatig was voor de bouw van de door hem ontworpen stad Chandigarh. Maar het was Xenakis die de Modulor, het maatsysteem van Le Corbusier, toepaste op de vensters van het klooster. Wekenlang zat hij overdag in de studio van Le Corbusier in Parijs te componeren met beton en glas – ’s avonds werkte hij aan zijn muziekcomposities als Achorripsis. Niet alleen horizontaal gaf hij de ramen ritmiek, maar ook verticaal, door de omvang van de glasplaten eindeloos te variëren.

Xenakis was in 1947 naar Parijs gekomen. Hoewel hij een afgestudeerd bouwkundig ingenieur was, had hij nog nooit van Le Corbusier gehoord, schreef hij in een van zijn herinneringen aan dé architect van de twintigste eeuw. Hij had gewoon werk nodig en Le Corbusier zocht toevallig een bouwkundige die veel verstand had van beton en goed kon rekenen.

Eerst hield Xenakis zich op het bureau van Le Corbusier bezig met technische berekeningen van betonconstructies, zoals die van de Unité d’ Habitation in Marseille uit 1952. Het in 1960 voltooide klooster La Tourette was een van de eerste gebouwen van Le Corbusier waaraan Xenakis niet alleen als constructeur maar ook als architect werkte. Het was het begin van een klein oeuvre wel en niet uitgevoerde architectuurontwerpen, die nu zijn te zien op de tentoonstelling Iannis Xenakis: Composer, Architect, Visionary in het Amsterdamse Muziekgebouw.

Verreweg het bekendste ontwerp van Xenakis is het Philips-paviljoen op de Wereldtentoonstelling in Brussel in 1958. Een ruzie met Le Corbusier over het auteurschap hiervan kwam hem in 1959 ten slotte op ontslag te staan (zie inzet). Een jaar later vroeg Le Corbusier hem terug, maar Xenakis wilde niet: hij wijdde zich liever aan muziek.

Maar dat betekende niet dat hij de architectuur helemaal opgaf. Voor een vriend maakte hij een vakantiehuis op een van de Cycladen in Griekenland. Het bestaat uit een paar min of meer ronde paviljoentjes met curieuze haakvormige sleuven als ramen waardoor het licht geheimzinnig naar binnen valt.

Op de tentoonstelling in Amsterdam hangt ook Xenakis’ ontwerp voor een ‘kosmische stad’. Hierin zette hij zich af tegen de stedenbouwkundige opvattingen van zijn vroegere werkgever. Steden moesten niet worden opgebouwd uit afzonderlijke, verspreid liggende delen voor wonen, werken en vrije tijd, zoals Le Corbusier decennialang voorstond, maar ruimtes voor de verschillende activiteiten moesten juist worden samengebracht. Xenakis’ Kosmische stad bestaat uit gigantische, grillig gevormde gebouwen voor vele duizenden bewoners die voor het leiden van hun dagelijkse leven de deur niet uithoeven.

Architectuur speelde ook een rol in de uitvoering van Xenakis’ muziek. Of beter gezegd: in de jaren zestig en zeventig maakten Xenakis verschillende Gesamtkunstwerke van elektronische muziek en computergestuurde ruimtelijke, beweeglijke composities van laserstralen. Vaak werden die uitgevoerd in bestaande gebouwen, zoals Polytope in de Romeinse baden van Cluny . Maar voor Diatope uit 1978 ontwierp Xenakis een verplaatsbare tent van kunststof die nauw verwant was met het Philips-paviljoen.

De bekroning van Xenakis’ architectonische oeuvre had de Cité de la Musique in Parijs moeten worden. Samen met twee andere architecten ontwierp hij een gigantische tent van beton, staal en glas. Hoewel het in 1984 de eindronde haalde en aan de Franse president Mitterrand werd voorgelegd, koos die – om politieke en niet om esthetische redenen, zo wist Xenakis zeker – voor het ontwerp van Christian de Portzamparc. Verbitterd besloot Xenakis dat hij nooit meer een ontwerp voor een publiek gebouw zou maken. Hij hield woord en deed alleen nog een verbouwing en twee huizen. Zijn laatste ontwerp was zijn eigen vakantiehuis op Corsica in 1996, een cilinder met een groot ‘muzikaal raam’ rondom.

Tentoonstelling: Iannis Xenakis: Composer, Architect, Visionary. Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam. 4 t/m 24 juni