'Brazilië was emotioneel uit balans'

Brazilië eist dat de nieuwe bondscoach Mano Menezes zijn ploeg in 2014 in eigen land naar de wereldtitel leidt. Voorzichtig klinkt al gemor.

Mano Menezes (48), bondscoach van het Braziliaanse elftal, relativeert het belang van de wedstrijd van morgen tegen het Nederlands elftal. Natuurlijk, het was Oranje dat Brazilië vorig jaar uitschakelde in de kwartfinale van het WK. Een pijnlijke afgang vanuit Braziliaans perspectief. „Maar er is geen sprake van revanchegevoelens. Dat is meer iets voor de supporters, niet voor de spelers. Het is een vriendschappelijke en geen kwalificatiewedstrijd”, zegt de bondscoach.

Een dag voor de vriendschappelijke wedstrijd heeft Menezes dertig minuten om met de Nederlandse verslaggever te praten. De ontmoeting is geregeld via zijn eigen, lastig te bereiken, publiciteitsmedewerker, zijn dochter Camilla. De Braziliaanse voetbalbond heeft geen invloed op zijn afspraken.

Menezes verwelkomt zijn gast in de ontvangsthal van een luxe en afgeschermd appartementenblok in Barra da Tijuca, in het zuidwesten van Rio de Janeiro. De bondscoach van het Braziliaanse elftal blijkt een man te zijn die weinig lacht – misschien omdat hij een beugel heeft. De ogen zijn blauw en zijn haar is wit aan het worden.

Misschien is hij zelfs wel een beetje saai voor Braziliaanse begrippen. Of is hij vooral diplomatiek? Confrontaties met de buitenwereld heeft hij tot nu toe weten te mijden. Irritaties verbergt hij en uithalen naar de meedogenloze Braziliaanse media, zoals zijn voorganger Dunga wel eens deed, zal hij niet snel doen. De Braziliaanse pers geeft hem vooralsnog het voordeel van de twijfel.

Maar twijfel is er wel degelijk en die kan in een voetbalgek land snel omslaan in wantrouwen en afkeer. De scheidslijn tussen bewondering en verguizing is flinterdun in het Braziliaanse voetbal. En echt overtuigen heeft Menezes nog niet gedaan. Maar goed, hij is een nieuw elftal aan het opbouwen, zo luidt het excuus voorlopig.

Toen hij na het echec van vorig jaar bij het WK en het ontslag van Dunga de nieuwe baas werd, waren de verwachtingen hoog. Hij beloofde het Braziliaanse volk dat de seleção – zoals het nationale voetbalelftal door iedere Braziliaan wordt genoemd – haar oude, vertrouwde aanvalsspel ging spelen. Het defensieve voetbal van Dunga werd in Brazilië als een schande ervaren. Straks, in 2014, moet Brazilië met oogstrelend voetbal wereldkampioen worden in eigen land. Dat is zijn opdracht en niet minder.

Eigenlijk was hij derde keus, achter Felipe Scolari – die Brazilië in 2002 naar de wereldtitel leidde – en Muricy Ramalho. Zijn aanstelling werd niet met gejuich ontvangen, maar ook niet met tegenstand. Hij trainde verschillende clubs en wist in 2009 het gedegradeerde Corinthians uit São Paulo weer terug te brengen naar de Braziliaanse eredivisie. Alleen is hij er als coach nooit in geslaagd kampioen te worden op het hoogste niveau in Brazilië.

Met respect praat Menezes over de tegenstander van zaterdag. Nederland is net als Brazilië een land met een eigen, dwingende stijl van voetbal. De confrontaties tussen beide landen, zo constateert hij, zijn bovendien vaak beslissende wedstrijden geweest bij eindtoernooien, waarbij de ene keer Brazilië won, de andere keer Oranje.

Met verbazing zag hij hoe Brazilië tegen Nederland bij het WK in de tweede helft het zelfvertrouwen verloor en de wedstrijd uit handen gaf (2-1). „Na de gelijkmaker van Nederland raakte het team emotioneel uit balans. Waar dat door komt? Je weet het nooit. Een echt kampioensteam zal dat niet overkomen, dat zag je terug in de wedstrijd Brazilië-Nederland in de VS in 1994. Nadat Nederland 2-2 had gemaakt, sloeg de wedstrijd niet ineens om. Brazilië won en werd later wereldkampioen.”

Hoewel Menezes blijft benadrukken dat hij bezig is met de renovatie van een team, met het brengen van nieuwe jonge spelers, met als grote ster Santos’ Neymar, betekent dat niet dat hij eindeloos de tijd krijgt om te experimenteren. Tot nu wist de selectie onder zijn toezicht vooral te overtuigen in vriendschappelijke wedstrijden tegen de VS en Schotland, maar verloor van ploegen als Argentinië en Frankrijk.

En daarom telt de wedstrijd tegen Nederland wel degelijk. Als hij die ook verliest, zal het gemor in Brazilië luider klinken. Diplomatiek zegt hij: „Het is een belangrijke wedstrijd waar we doorheen moeten, om van te leren vooral.”

Het is ook een wedstrijd die mede de contouren van de ploeg zal bepalen die deze zomer in Argentinië speelt om de Copa America, het Zuid-Amerikaanse kampioenschap. Van de 29 opgeroepen spelers van morgen zullen er nog zeven afvallen voor de Copa America.

In de ogen van Menezes moet Brazilië zijn oude stijl oppakken. Hij zegt, met een hint naar het spel van zijn bekritiseerde voorganger Dunga: „Ik heb in het verleden een Brazilië gezien dat fouten van de tegenstander afwachtte en dan toesloeg, veel op de counter speelde. Dat is te pover voor een Braziliaans team.”

Zijn elftal moet dan ook op balbezit spelen, domineren, aanvallen, de tegenstander de wil opleggen, voortdurend in beweging zijn. De centrale middenvelders moeten gewoon meedoen in de aanval, op de helft van de tegenstander, terwijl ook de backs meer op moeten komen. Hij zegt: „Ik denk dat we nu de spelers hebben om zo te spelen.”

Het zal daarbij voor het eerst zijn sinds lange tijd dat Brazilië zonder echte spits speelt. In het verleden waren er centrale aanvallers als Ronaldo, Luis Fabiano en Romario, nu ontbreekt het vooralsnog aan een echte afmaker. Dus neigt Menezes naar een Barcelona-achtige stijl, met drie bewegende aanvallers. Een tegenvaller voor de bondscoach is het ontbreken van de geblesseerde Ganso, een van de andere nieuwe sterren van het Braziliaanse voetbal.

Menezes blijft echter vertrouwen hebben in zijn project. Hij concludeert: „Ik ga er vanuit dat we slagen in onze missie: in 2014 in eigen land wereldkampioen worden. Tegen Nederland kunnen we zien hoe ver we zijn.”