Blijf dansen tot het gif is uitgezweet

Tous les soleils. Regie: Philippe Claudel. Met: Stefano Accorsi, Neri Marcorè, Clotilde Courau, Lisa Cipriani, Anouk Aimée.In: 17 bioscopen. ***

Muziekdocent Alessandro (Stefano Accorsi) springt op tafel en begint de tarantella te dansen. Vol enthousiasme doceert hij over de oorsprong en betekenis van deze Zuid-Italiaanse volksdans, die zijn hoogtepunt beleefde in de zestiende en zeventiende eeuw. Wie gebeten was door de giftige tarantula restte niets anders dan het gif uit het lichaam te dansen. Dit gebeurde op sterk ritmische muziek, waarbij een tamboerijn een snel en regelmatig ritme slaat waardoor de danser in trance raakt en urenlang wild kan dansen. Door het vele zweten raakt het gif vervolgens uitgewerkt en is de persoon ‘genezen’.

Maar de tarantella kan ook muziek zijn die melancholieker van aard is: het hoogtepunt van Tous les soleils bestaat uit een uitvoering van het droevige maar schitterende Silenzio d’amuri. Zowel de opzwepende als de trieste vorm van de tarantella zijn te horen op de geluidsband van Tous les soleils, de tweede film van de Franse schrijver Philippe Claudel, wiens Il y a longtemps que je t’aime in 2008 een grote filmhuishit was.

De mythologie die Alessandro in zijn les ontvouwt, slaat ook op zijn persoonlijke situatie. Sinds zijn vrouw 15 jaar geleden omkwam bij een auto-ongeluk leeft hij in zekere zin ook in een staat van trance. Maar zijn genezing is aan het begin van de film nog ver weg. Hij leeft in het verleden. Hij zit nog vol verdriet en praat elke avond tegen een foto van zijn vrouw die op het nachtkastje staat. Ook is hij volledig op zijn puberdochter Irina (Lisa Cipriani) gericht. Tot haar grote verdriet, want zijn bezorgdheid heeft soms verstikkende kantjes.

De uit Italië afkomstige Alessandro woont samen met zijn excentrieke broer Luigi (Neri Marcorè), een altijd in een versleten ochtendjas geklede anarchist die te pas en te onpas tirades afsteekt tegen Berlusconi. Het gezin woont in Straatsburg, de stad in de Elzas die door zijn associatie met het Europees Parlement vele nationaliteiten kent.

Claudel slaat met Tous les soleils een lichtere toon aan dan in zijn debuut. Hij wilde een film maken die bewust in de traditie staat van de Commedia all’Italiana, bijna kluchtige komedies met vaak een maatschappijkritisch randje. Bovendien films waarin Franse en Italiaanse acteurs gebroederlijk optraden, net als in Claudels film. Net als de keuze om in het vele nationaliteiten tellende Straatsburg te filmen verraadt deze keuze van Claudel iets over zijn ideeën: nationalisme is hem vreemd.

Minder subtiel is zijn al te gemakkelijke aanval op Berlusconi. Luigi wil het huis pas uit als Berlusconi is afgetreden en schrijft brieven naar het Europees Parlement waarin hij zich beklaagt over de ondemocratische manier waarop de door veel (seks-)schandalen geplaagde Italiaanse premier is gekozen. Elke keer als er bezoek komt, loopt Luigi leeg. Zijn anarchistische idealen heeft hij overgedragen aan Irina en ook roept hij de plaatselijke postbode op tot sabotage. Geestig, maar net even te kluchtig uitgewerkt, net als de verhaallijn over internetdaten.

Tous les soleils is op zijn sterkst als het om Alessandro draait. De weduwnaar moet in het reine zien te komen met zijn verleden en weer leren openstaan voor het leven. In zijn vrije tijd leest hij voor aan terminale patiënten, zoals de elegante Agathe – gespeeld door Anouk Aimée (1932), onder meer bekend van Fellini’s Otto e mezzo (1963). Als hij Agathes dochter Florence (Clotilde Courau) ontmoet, bloeit Alessandro stukje bij beetje op. In deze scènes komt de sterke kant van Claudel naar voren: het geloofwaardig neerzetten van personages van vlees en bloed. Het is daarom extra jammer dat hij van Luigi een karikaturaal personage heeft gemaakt en dat de film wat onevenwichtig heen en weer schakelt tussen klucht en drama.