Benoem bij IMF een politicus en econoom in één

Is een econoom beter als baas van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) dan een politicus? De beste leider verenigt beide kwaliteiten, stelt H.O.C.R. Ruding, maar Lagarde is niet ongewenst.

Hoogleraar geschiedenis Harold James, van de universiteiten van Princeton en Florence, acht het beter dat de opvolger van Dominique Strauss-Kahn als managing director van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) een econoom is en geen politicus (Opinie, 18 mei). Hij baseert deze voorkeur op zijn stelling dat geen van de drie sterkste en invloedrijkste directeuren van het IMF sinds 1946 eerder „politicus of minister” was geweest en dat ongeveer de helft van de vroegere IMF-directeuren zwak of veel te uitgesproken politiek is geweest.

Ik acht James’ redenering zwak. Ten eerste is zijn analyse van die vroegere directeuren onvolledig en ten dele feitelijk onjuist. Ten tweede heb ik andere conclusies getrokken dan James uit mijn eigen ervaring van meer dan veertig jaar in en met het IMF, vooral als bewindvoerder – lid van de executive board – en later, gedurende vijf jaar, als voorzitter van het beleidsbepalende comité van alle ministers van Financiën van de 24 kiesgroepen in het IMF.

Wat die vroegere directeuren betreft, spreekt James terecht positief over drie van hen – Per Jacobsson, Jacques de Larosière en Michel Camdessus. Zij hebben samen 28 van de 65 jaar leiding gegeven. Inderdaad waren zij geen politici, maar economen en voorheen hoge ambtenaren.

James noemt de meeste andere voormalige directeuren „zwak”. In recente jaren geldt dat oordeel voor de ex-politici Horst Köhler en Rodrigo Rato. James vergist zich in de achtergrond van Köhler. Hij was in Duitsland wel staatssecretaris, maar dat was een positie als ‘ambtelijk’ staatssecretaris.

Ernstiger is dat James geen melding maakt van Johannes Witteveen, die met succes IMF-directeur is geweest. Hij was (en is) zowel een topeconoom als een – geslaagd – politicus, als minister van Financiën.

Bovendien heeft Strauss-Kahn – wat zijn fouten ook mogen zijn – met succes gefungeerd als directeur. Hij is econoom en oud-minister van Financiën.

Uit mijn ervaring volgt de conclusie dat het IMF het best wordt gediend door iemand die allereerst een econoom van topniveau is en bij voorkeur ook politieke ervaring heeft. Dat laatste kan een extra bijdrage leveren aan iemands succesvolle functioneren. Het omgekeerde is volgens James, en mij, inderdaad niet gewenst. Dat zou een ‘pure’ politicus zijn, die zijn of haar sporen niet heeft verdiend op het vakterrein van het IMF. De tegenstelling die James probeert te creëren, tussen een „tactische politicus” (niet gewenst) en een „visionaire econoom” (gewenst), hoeft zich niet voor te doen. Genoeg mensen weten beide kwaliteiten te combineren.

Wat moet dan het oordeel zijn over Christine Lagarde? Volgens de criteria van James zou zij niet geschikt zijn. Op grond van mijn criteria is het oordeel gemengd. Lagarde is qua opleiding en carrière een juriste van hoge kwaliteit. Zij is inderdaad geen econoom. Dat nadeel leidt tot de onzekerheid of zij alle problemen in de wereld kan analyseren.

Anderzijds heeft zij als Franse minister van Financiën een zeer bekwaam beleid gevoerd, binnenlands en internationaal. Haar profiel is dus niet ideaal, maar zij heeft een goede kans om een succes te maken van haar (mogelijk) nieuwe IMF-functie.

H.O.C.R. Ruding is oud-minister van Financiën (CDA) en ex-bewindvoerder van het IMF.