'Aarde is de enige hemel die er is'

Zijn verhalen mogen dan nogal wat mystiek herbergen, het is wel een mystiek die geworteld is in een tastbare realiteit. Aldus de vaak bekroonde auteur David Almond, wiens verhalen soms gewoon zichzelf schrijven.

Tijdens zijn kinderjaren was het katholieke geloof allesomvattend. Het bepaalde het dagelijks leven en gaf ondubbelzinnige antwoorden op de grote vragen over leven en dood en goed en kwaad. Toen werd hij dertien en besloot David Almond katholicisme af te zweren: het vastomlijnde wereldbeeld zoals de kerk dat schetste, kwam niet langer overeen met het zijne. Totdat hij de veertig naderde. „Rond die leeftijd realiseerde ik me dat mijn katholieke achtergrond in elke vezel van mijn lichaam zit en niet is uit te bannen.”

Aan het woord is de in Newcastle geboren (jeugdboeken)schrijver David Almond (60), even op bezoek in Amsterdam om zijn nieuwe boek Mijn naam is Nina te promoten. „Voorzichtig heb ik het katholicisme toen weer toegelaten in mijn leven, zonder het geloof nog te praktiseren. De mystieke sfeer in de katholieke kerk, de rijke beeldtaal, het ritme van het gesproken woord, de heiligenbeelden de vele legendes ervoer ik als schrijver als een gift: een ontdekking die mij een diepe zucht van opluchting deed slaken. Aan een jarenlange kwelling kwam een einde. Eindelijk voelde ik de ruimte in me om landschap, taal en invloeden en sfeer uit mijn jeugd in mijn boeken te laten weerklinken. Eindelijk had ik een eigen vertelstem gevonden.”

Dat resulteerde in een serie autobiografische, korte verhalen – later gepubliceerd als Counting Stars. Daarin vertelt Almond terloops hoe hij in een groot katholiek gezin liefdevol opgroeide in het oude mijnwerkersstadje Felling. Het ligt tegen de steile oevers van de rivier de Tyne geplakt, in het ruige noordoosten van Engeland dat in veel van zijn romans voelbaar aanwezig is: desolate heidegronden en oude mijnschachten (De Wildernis, 1999), de in de jaren zestig met kolen bevuilde kustlijn bij Newcastle (De Vuurvreter, 2003) en Felling zelf (Duister, 2005).

„De directe aanleiding voor het schrijven van de verhalen in Counting Stars was het overlijden van mijn moeder. Door verdriet overmand staakte ik onmiddellijk mijn poging een volwassenenroman te schrijven. Ik besloot terug te keren naar de onbeduidende gebeurtenissen van de al even onbeduidende mensen die ik mij van vroeger herinnerde en die ik in mijn hart had gesloten. Sommige van die verhalen zijn vol vrolijk jongensachtig avontuur. Sommige gaan over het wonder van het leven. Sommige zijn beschouwend en een beetje droef van toon: mijn vader overleed betrekkelijk jong na een lang ziekbed en toen ik zeven was overleed mijn babyzusje van een jaar – zie hier waarom jongere zusjes en karakteristieke vaders vaak mijn boeken bevolken.

„Na twee jaar was ik klaar met Counting Stars. . De bundel markeert de verandering in mijn schrijverschap: het ritme en de taal van de verhalen maakten van mij in één keer een noordelijke auteur. En ik ontdekte ook hoe bevrijdend het is te vertellen vanuit van een kind dat nog in staat is de magie van het alledaagse te ervaren.”

Bouwvallige garage

De dag dat Almond Counting Stars naar zijn uitgever stuurde, stapte de tienjarige Michael uit zijn veelvuldig geprezen en bekroonde roman De schaduw van Skellig (1998), zomaar zijn verbeelding binnen. „Ik zag hem een bouwvallige garage inlopen – de openingsscène van het boek – boos op zijn ouders omdat ze waren verhuisd en hem zijn vertrouwde omgeving hadden ontnomen, bezorgd om zijn vroeg geboren zieke zusje. Daarna schreef het verhaal zichzelf. Althans, zo voelde het.

„Wie of wat Skellig is? … Zijn naam is ontleend aan de ruige Ierse Skellig-eilanden, waar op de top van het eiland Skellig-Michael een 6de- eeuws klooster staat. Misschien is Skellig wel het ultieme bewijs van de menselijke verbeeldingskracht: een kunstwerk, een mystieke kruising tussen een zwerver en engel, niets en van alles een beetje, een creatie die Michael helpt samen met zijn nieuwe buurmeisje Nina zijn problemen te overwinnen.”

De schaduw van Skellig werd een succes. Eindelijk kon Almond zijn geploeter, dat hij sinds zijn literatuurstudie aan de Universiteit van East Anglia met het leraarschap combineerde, achter zich laten en zich volledig richten op schrijven voor een jonger publiek. Dat wil niet zeggen dat zijn universele thematiek veranderde. Zijn fascinatie voor het leven en het waarom van de dood, de grens tussen de werkelijkheid en het mystieke en de schijnbare tegenstellingen tussen goed en kwaad, heden en verleden en jong en oud verbindt al zijn werk. Volgens Almond is het vooral de directe, oprechte verteltoon – bewondering voor Ernest Hemingway en Raymond Carver klinkt erin door – die hem het label jeugdboekenauteur heeft bezorgd. Maar goedbeschouwd, schrijft hij voor iedereen: reden waarom zijn toekomstige werk in twee edities zal verschijnen.

Bibliotheken

In de bibliotheek van het Ambassade Hotel in Amsterdam vertelt hij in weloverwogen zinnen waarin een licht noordelijk accent doorklinkt hoe hij er al als kind van droomde ooit zijn eigen boeken in bibliotheken en boekwinkels te zien pronken. „Zoals ik er ook van droomde ooit een beroemde voetballer te zijn. Die schrijversdroom is aanvankelijk aangewakkerd door mijn oom, die een drukkerij had en zelf verhalen en gedichten schreef. Vroeg in mijn leven was ik mij daardoor bewust van de betekenis en kracht van de boekdrukkunst en verhaalkunst.

„Maar”, vervolgt hij na een stilte, „ongetwijfeld is het verlies van mijn zusje, het verdriet daarover en de vragen die dat opriep, onbewust allesbepalend geweest voor mijn keuze schrijver te worden. Het verzinnen van verhalen – en goedbeschouwd geldt dat voor het beoefenen van elke kunstvorm – helpt je in je voortdurende zoektocht naar antwoorden op de grote levensvragen. Veel van mijn personages zijn daarom creatieve talenten die door hun jeugdige kunstuitingen de wereld een beetje beter hopen te begrijpen.

„Kunst is in haar zoeken naar betekenis overigens verwant aan religie en de natuurwetenschappen. Hun oorsprong ligt in ons krachtige vermogen tot verbeelding. Met het verschil dat de kunsten en natuurwetenschappen een aards karakter hebben, terwijl religie het idee van het een andere wereld opvoert.” En dan resoluut: „Maar daar geloof ik niet in.”

Toch zijn de wonderen in Almonds boeken er niet minder om. In Duister raakt hoofdpersoon Davie bevriend met de vreemde Stephen Rose die zijn kleicreaties leven kan inblazen. In De Wildernis is er voortdurend de suggestie van een andere wereld en een andere tijd en verschijnen geesten van vroegere jeugdige mijnwerkers. „Daarom word ik wel een magisch-realistische schrijver genoemd”, zegt Almond. „Maar de mystiek in mijn verhalen is geworteld in een zeer tastbare werkelijkheid. Verbeeldingskracht kan met je aan de haal gaan, staat in De Wildernis. Misschien is dat inderdaad wat er gebeurt wanneer mensen wonderen waarnemen, waarom die ook meestal plaatshebben in het schemergebied tussen slapen en waken. Noem het waanbeelden, die ontstaan omdat we het leven per se willen verklaren, terwijl het soms beter is, zoals Nina zegt, te accepteren dat niet alles uit te leggen valt. Het echte wonder is de evolutie. De sterren aan het firmament die ons het verleden tonen. De bomen die groeien. De vogels die vliegen.” Nina is een bomenkind dat alles weet over merelnesten en uilenballen. Zij is een typische Almond-hoofdpersoon: een buitenbeentje, een zoekende vrije ziel die thuis onderwijs geniet, worstelt met haar vaders dood en al schrijvende haar verdriet te boven komt.

Almond beschouwt Nina als een hoogtepunt. „Lange tijd wilde ik dit verhaal vertellen. De associatieve opzet, de afwisseling van proza en poëzie, de zin en onzin van woorden, de vrijheden die ik mij permitteer, de stille aanklacht tegen het rigide Engelse onderwijssysteem en Nina’s persoonlijkheid – al die dingen tezamen vertellen veel over wie ik ben en hoe ik schrijf. Nina’s taal maakt het verhaal. Het kan niet in een andere vorm bestaan. Alles wat mij bezighoudt komt samen in Mijn naam is Nina. Het boek is – met dank aan het katholicisme – een lofzang op het aardse bestaan. Hier is de enige hemel die er is en wij zijn de enige engelen.”

David Almond: De schaduw van Skellig. Vert. Annelies Jorna. Querido, 156 blz. €12,50David Almond: Mijn naam is Nina. Vert. Annelies Jorna. Querido, 239 blz. €14,95