Zedenmeesters schuimen Istanbul af

Met verkiezingen op komst leggen de regerende Turkse moslimdemocraten de zeden onder de loep. Cafés moeten de bankjes waarop jeugd zoent, in de kelder opbergen.

Op een morgen in mei verscheen in een van de nauwe straatjes van het centrum van Istanbul de Zabita, de Turkse stadspolitie, bewakers van de wet en tegenwoordig ook van goede zeden. Die tweezitsbankjes in de hoeken van de cafés, waar de jeugd zo vaak innig gearmd zit te drinken, die moesten maar eens verdwijnen.

In sommige cafés droegen de agenten de tweezitters naar de kelder. Waarom? Dat wisten de agenten ook niet. Maar hier in steegjes als de Adnan Sokak en de Balo Sokak hoorden caféhouders hoe het hoofd van het gemeentebestuur, Ahmet Demircan, op een avond langs de dranklokalen was gewandeld en in woede ontstoken toen hij stelletjes op die tweezitters zag zoenen. „Ze willen de kiezers kennelijk een boodschap geven dat onder dit stadsbestuur die losbandigheid niet langer getolereerd zal worden”, zegt barman Mohammed bij café Nero. „Het is een test om te zien hoe we reageren.”

De cafés hebben hun tweezitters weer uit de kelder gehaald. Het losbandige leven in sommige wijken van deze stad is misschien niet altijd representatief voor het leven in andere delen van Turkije. Niet alleen zijn de rokken korter in Istanbul dan in het Anatolische achterland, de dranklokalen talrijker, de uitgaansavonden langer. Het protest is ook groter en luider dan in de rest van het land als die westerse levensstijl onder druk dreigt te komen te staan. Dan wordt de stad opstandig.

Zo is de stemming in de aanloop van de verkiezingen van 12 juni die volgens alle opiniepeilingen voor een derde keer op een rij gewonnen zullen worden door de islamitisch georiënteerde AK-partij die in de laatste maanden van haar negen jaar durende regering steeds meer is gaan bemoeien met de sociale mores. Ingenieurs van de Turkse zeden. Niet alleen de caféhouders klagen. Ook publicisten en de sociale media.

Ze gingen hier in dezelfde maand al massaal de straat op om te protesteren tegen nieuwe internetwetgeving die aan het eind van de zomer zal worden ingevoerd en het wereldwijde net gaat filteren op inhoud. Pagina’s waarin woorden als „blondine”, of „minirok” voorkomen worden dan automatisch geblokkeerd.

In Turkije zijn de afgelopen jaren al duizenden pagina’s ontoegankelijk gemaakt, meestal wegens een inhoud die de publieke zeden zou vervuilen. Zo’n extra wet maakt de 35 miljoen Turkse internetgebruikers nerveus. YouTube was hier jarenlang niet te bezichtigen. Facebook en andere sociale media, zo liet de premier zich recentelijk ontvallen, waren voorbeelden van „lelijke technologie”. Te kritisch. Te losbandig.

De nieuwe wet bedreigt ook het werk van Haydar Dümen, een excentrieke seksuoloog, die al decennia op televisie het land bijpraat over bedproblemen. Zijn website werd in de afgelopen jaren druk bezocht. Maar ook zijn site moet sluiten. „Al jarenlang probeer ik het volk te bevrijden van zijn taboes. Ik vertegenwoordig de moderne tijd”, zegt de professor in zijn appartement in Istanbul. „Maar nu wordt mijn communicatiekanaal met mijn publiek afgesneden. Dit gaat de verkeerde kant op.”

De seksuoloog is al geregeld met de dood bedreigd wegens zijn expertise in onbespreekbare onderwerpen. Vorig jaar werd zijn auto in brand gestoken. Hij ziet dit als het bewijs van een maatschappij die langzaam conservatiever wordt onder het leiderschap van premier Erdogan en zijn AK-partij met haar wortels in de politieke islam.

De moslimdemocraten sleutelen aan de sociale mores. Zo voelen Turken met een westerse levensstijl als Haydar Dünmen dat. De belastingen op alcohol worden ieder jaar hoger. Restaurants die alcohol schonken, sluiten de deuren. Oppositiepartijen worden aangevallen met video’s waarop partijleden te zien zijn in bed met vrouwen die niet hun echtgenoten zijn. Zo dient een politicus zich niet te gedragen, is de boodschap.

Uitgever Irfan Sanci voelt die sfeer ook in zijn wereld. Deze maand was hij alweer tweemaal in de rechtszaal om te strijden voor de vertaalde uitgave van het werk van de Amerikaanse romanschrijver William Burroughs. Ook al noemen Amerikaanse recensenten Burroughs „een van de meest invloedrijke en innovatieve kunstenaars van de twintigste eeuw”, volgens aanklagers is zijn boek The Soft Machine obsceen, en niet geschikt voor de Turkse markt. Eerder werd dezelfde uitgever ook al aangeklaagd wegens het uitgeven van de Jonge Don Juan, van Guillaume Apollinaire. Uitgave kon pas doorgaan na tussenkomst van het Europese hof voor de Mensenrechten. „De autoriteiten hopen dat de rechtszaken ons zullen bewegen tot zelfcensuur. Dat we ermee ophouden. Maar een op de vijf boeken die ik uitgeef, heeft een erotische inhoud. Het is mijn vak en ik wil geen slaaf worden van een oude mentaliteit. Waarom zou je dit wel in Nederland kunnen lezen en niet hier?”

De strijd om de sociale mores is zo oud als de republiek. Ook Mustafa Kemal Atatürk was architect van sociale codes, en vond er omwille van de opvoeding van zijn volk een aantal uit. Hij dwong ze hun fezzen te ruilen voor Europese hoeden, danste in het openbaar met vrouwen die niet de zijne waren, dronk alcohol. „We hebben het hier over een reflex van de staat zich te bemoeien met het privéleven”, zegt uitgever Sanci. „Dat is niet nieuw, iedere regering probeert het volk te laten zien wat goed is voor ze. Ze proberen het dagelijks leven te ontwerpen. Het is aan ons om het in eigen hand te houden.”