X-Men: kermis van superhelden

X-Men: First Class. Regie: Matthew Vaughn. Met: James McAvoy, Michael Fassbender, Jennifer Lawrence. In: 91 bioscopen.

Net als Bryan Singers oorspronkelijke X-Men-film uit 2000 begint ook deze nieuwe film – naar verluidt het eerste deel van een trilogie – X-Men: First Class in Auschwitz. Daar ontdekte de kleine Erik Lehnsherr (de latere schurk Magneto) voor het eerst zijn magnetische superkrachten.

Die eerste trilogie, losjes gebaseerd op de Marvel-strip van Stan Lee en Jack Kirby uit de jaren zestig, hield het daarbij. Daarna gingen we naar het heden en namen de stunts en effecten het werk over terwijl aartsvijanden Magneto en professor Xavier hun multiculturele clans van supermutanten aanvoerden. Maar in X-Men: First Class gaan we weer helemaal terug naar het begin. Dat betekent veel Auschwitz dus, en een waarschijnlijk als camp bedoelde nazi gespeeld door Kevin Bacon die nog even dunnetjes probeert over te doen wat Christoph Waltz deed in Quentin Tarantino’s Inglorious Basterds: de spot drijven met onze filmische verbeelding van de Tweede Wereldoorlog.

In X-Men: First Class wordt nog meer geschiedenis herschreven: de Cuba-crisis is de schuld van een maniakale nazi en een wraakzuchtige Jood. Ja, zo kennen we er nog wel een paar. Maar dat moet zijn geen zaken waar je vragentekens bji moet zetten: dit soort entertainment schrijft voor dat denken even niet gewenst is.

Jammer eigenlijk dat moderne superheldenfilms verhalen nodig lijken te hebben, want als kermisattractie is de film bij regisseur Matthew Vaughn, die met Kick-Ass vorig jaar al zo'n verrukkelijke subversieve, bijna anti-superheldenfilm afleverde, in uitstekende handen.