'Voor hervormingen is het te laat'

Omdat er bloed gevloeid is, zal de Syrische regering het tegen de demonstranten niet volhouden, zegt Khaled Khalifa, schrijver. „De muur van angst is gebroken.”

Khaled Khalifa’s roman over de sunnitische opstand in Syrië van 1976 tot 1982 stelt niet alleen de moordexpedities van de moslimextremisten aan de kaak, maar ook de verschrikkelijke repressiemethoden van het Syrische regime. Het boek, De Poorten van het Paradijs, is dan ook na publicatie in Syrië in 2006 verboden. Maar het regime, dat zo makkelijk critici oppakt en gevangen zet, liet Khalifa zelf ongemoeid.

Het zijn de ongerijmdheden van een Arabische dictatuur. Het boek is in Syrië wel onder de toonbank te koop. „Regeringsfunctionarissen vertellen me dat ze ervan hebben genoten. De echtgenote van een hoge ambtenaar kocht er vijftig.”

Khalifa is in Nederland in verband met de verschijning van de Nederlandse vertaling van het boek. In een interview in Amsterdam spreekt hij vrijuit over de „Syrische revolutie” van nu. Hij is niet bang voor problemen als hij straks terug is in Damascus. „Als ik vergelijk wat ik als schrijver geef met wat de mensen op straat doen, dan doe ik helemaal niets, dan mag ik niet bang zijn.”

De gruwelijke ‘gebeurtenissen’ van destijds waarbij tienduizenden doden vielen, opgeblazen en vermoord door de sunnieten en doodgefolterd en gebombardeerd door het regime, waren lange tijd een taboe-onderwerp. Zijn vrienden, zegt hij waren banger dan hijzelf toen hij het onderwerp oppakte. „Om een goed boek te schrijven, heb je moed nodig”, zegt Khalifa. „Roekeloosheid zelfs, je moet zo roekeloos zijn dat je nergens bang voor bent.”

Als inwoner van Aleppo was hij getuige van alles wat er toen gebeurde. „Ik moest het opschrijven. Het was mijn onvermijdelijk lot. En ik ben gelukkig dat ik het heb gedaan.”

Hij maakt geen deel uit van de oppositie. „Ik ben geen politieke schrijver. Ik ben een schrijver die aan de kant van de mensen staat. Ik schrijf niet van een zijde, een ideologie. Ik wil alles laten zien. Niemand verlaat de troon van het schrijven voor de politiek.”

Arabische schrijvers, zegt Khalifa, hebben geluk dat ze zoveel materiaal hebben – de pijn, het leed – dat verteld moet worden, dat de wereld nog niet weet. „Ik beschouw onze omstandigheden als een goudmijn. Wij hebben zoveel waarover wij kunnen schrijven. De Arabieren moeten ophouden te zeuren over hun leven, ze moeten gaan schrijven.”

De huidige strijd is volgens Khalifa volstrekt anders dan de oorlog van toen. Destijds ging het om een oorlog tussen twee fundamentalismen, het islamitisch fundamentalisme en het machtsfundamentalisme van het regime. „Wat nu gebeurt is een revolutie, van de bevolking, van iedereen, ongeacht godsdienst en achtergrond. Hun eisen zijn heel duidelijk: democratie en vrijheid. Iedereen doet mee, het is geen strijd van radicalen.

„Het heeft ook te maken met wat er elders in de Arabische wereld gebeurt. De Arabieren hebben jarenlang niet meegedaan aan de ontwikkelingen in de buitenwereld. Ze hebben altijd opgesloten gezeten en dat willen ze niet meer.

„Het belangrijkste nu is dat de muur van angst is afgebroken. De Syrische bevolking heeft zich weer meester gemaakt van de politiek. Ik denk niet dat het regime het zal volhouden. Geen enkel regime kan het volhouden tegen de demonstranten. Voor hervormingen is het te laat. Omdat er bloed is gevloeid.”

De muur van angst is voorgoed gebroken, onderstreept hij. „Wat de regering nu doet, is proberen te verhinderen dat veel mensen bij elkaar komen; ze schieten ze uit elkaar. Maar dat wil niet zeggen dat de mensen bang zijn. Ze willen blijven demonstreren. De regering wil opnieuw een muur optrekken. Maar dat kan niet meer.”

Khalifa is honderd procent seculier. Is hij niet bang dat een omwenteling een fundamentalistisch systeem zal voortbrengen?

Dan begrijp je Syrië niet, zegt hij. „Als de fundamentalisten ooit hadden kunnen winnen, was dat in de jaren tachtig. Maar het is hun niet gelukt. De mensen die onder vuur lopen te demonstreren en die niet bang zijn voor de dood, gaan niet toestaan dat er in plaats van een dictator een nieuwe dictator komt. Het islamitisch radicalisme is afgelopen met de dood van Osama bin Laden. Maar wie ook door democratische verkiezingen aan de macht komt, is in orde. Het volk beslist.

„Democratie zal een nieuw Syrië openen. De maatschappij is er klaar voor. Er zijn zoveel Syrische intellectuelen buiten Syrië, geld buiten Syrië. Misschien hebben we vijf, zes jaar, zeven jaar nodig. Maar we gaan ons land opnieuw opbouwen. Landen worden niet alleen door oorlog vernietigd, maar ook door een regime. Assads Ba’athpartij houdt niet van schoonheid, ze heeft alleen lelijkheid gebracht. Syrië heeft een heel diepe cultuur, Aleppo met name. De Syrische cultuur is niet van de laatste honderd jaar. Speciaal Syrië, meer dan andere landen, is klaar voor een nieuw tijdperk. We moeten nu kijken naar de toekomst en ophouden te huilen over het verleden.”