Voedselketen zit vol perversiteiten

Het rapport Growing a Better Future van Oxfam-Novib over voedsel kun je op twee manieren lezen (complete rapport en Nederlandse samenvatting). Als een interessante beschouwing over de zwakke schakels in de voedselketen (want die zijn er, als je concludeert dat er in principe wereldwijd genoeg eten is voor iedereen, terwijl toch één op de zeven

Percentage van inkomen besteed aan voedselPercentage van inkomen besteed aan voedsel

Het rapport Growing a Better Future van Oxfam-Novib over voedsel kun je op twee manieren lezen (complete rapport en Nederlandse samenvatting). Als een interessante beschouwing over de zwakke schakels in de voedselketen (want die zijn er, als je concludeert dat er in principe wereldwijd genoeg eten is voor iedereen, terwijl toch één op de zeven mensen honger lijdt), of als een handreiking voor oplossingen.

De feiten spreken voor zich. Terwijl de hoeveelheid landbouwgrond per hoofd van de bevolking de afgelopen vijftig jaar ongeveer is gehalveerd, wordt in rijke landen zeker een kwart van al het voedsel weggegooid. Intussen dient 40 procent van de maïsoogst in de Verenigde Staten niet langer voor menselijke consumptie, maar als grondstof voor benzine. Dat gebeurt onder andere om de uitstoot van broeikasgassen (waarvan overigens zo’n 30 procent afkomstig is van de landbouw zelf) te verminderen, die op hun beurt leiden tot veranderingen in het klimaat. Die op veel plaatsen weer ten koste gaan van de voedselproductie.

Landbouwgrond en landbouwgrond per hoofd van de bevolkingLandbouwgrond en landbouwgrond per hoofd van de bevolking

Deze keten van oorzaken en gevolgen zit vol perversiteiten en biedt allerlei kansen op foute beslissingen. Zo is het verstandig om het inzetten van biobrandstoffen in de strijd tegen klimaatverandering nog eens te heroverwegen. Ook pakt het beleid van individuele landen, vooral uit China en het Midden-Oosten om elders landbouwgrond te ‘leasen’ misschien voor die landen zelf niet slecht uit, maar werkt het in het geheel toch averechts. Overigens concludeert Oxfam dat de meer dan driekwart van die zogeheten ‘land grab’ nog niet benut wordt voor de landbouw. En dat 90 procent van de wereldhandel in graan in handen is van een paar grote bedrijven, lijkt de prijs geen goed te doen.

Wat het rapport mooi laat zien is de verwevenheid van beleid en menselijke activiteit (variërend van handelspolitiek tot ontbossing) aan de ene kant en natuurlijke veranderingen (droogte, erosie, opwarming) aan de andere kant.

Wat het rapport echter ook laat zien zijn de onzekerheden in deze keten. Die maken de stelling van het rapport dat de prijs van basisvoedsel over twintig jaar verdubbeld zal zijn daardoor wel erg stellig. Het vertrouwen van Oxfam in internationaal leiderschap en regeringen om te voorkomen dat we ‘slaapwandelend een tijdperk van vermijdbare crisis instappen’, getuigt dan ook van een wel erg groot optimisme:

‘Our global food system works only for the few – for most of us it is broken. It leaves the billions of us who consume food lacking sufficient power and knowledge about what we buy and eat, almost a billion of us hungry, and the majority of small food producers disempowered and unable to fulfil their productive potential. The failure of the system flows from failures of government – failures to regulate, to correct, to protect, to resist, to invest – which mean that companies, interest groups, and elites are able to plunder our resources and to redirect flows of finance, knowledge, and food to suit themselves. Every day, it leaves 925 million people hungry. […]
Governments must renew their purpose as custodians of the public good rather than allowing elites to drag them by the nose. They must make policy in the interests of the many rather than the few. They must protect the vulnerable. They must regulate companies that are too powerful. They must correct markets that are failing.’