Vernederende bezuiniging

Heleen Dupuis, medisch ethica, VVD-senator en kandidaat voor het voorzitterschap van de Eerste Kamer, stelde in een interview met deze krant vast dat het medisch-ethisch debat in de politiek „een beetje saai” geworden is. De VVD zal immers verruiming noch beperking van de wettelijke regelingen voor abortus en euthanasie voorstellen.

Achter haar rug ontspint zich een medisch-ethisch vraagstuk van jewelste. Het kabinet besloot per 2012 de kosten voor tolken in de gezondheidszorg niet meer te vergoeden, wat 19 miljoen euro oplevert, plus wat vragen: hoe acceptabel is het voor een specifieke groep de gang naar de gezondheidszorg te bemoeilijken? Wie is er verantwoordelijk als er bijgevolg slachtoffers vallen? Tot op welke hoogte mag een maatregel iemand vernederen?

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) blust die vragen af door te stellen dat buitenlandse patiënten met een verblijfsstatus „zelf verantwoordelijk” zijn voor hun „beheersing van de Nederlandse taal”. Dat iemands taalvaardigheid gebrekkig kan zijn na recente gezinshereniging, doet niet ter zake. Dat met taalles pas wordt begonnen na een positief resultaat van de asielprocedure, wordt weggewuifd. Dat een gesprek met een arts vraagt om nuances die zelfs voor de taalvaardige immigrant ingewikkeld liggen, telt niet mee. Dat bejaarde migranten de kennis van hun tweede taal vaak weer kwijtraken, zoals bijvoorbeeld bleek uit onderzoek naar Nederlandse migranten in Australië, speelt geen rol.

Dat deze maatregel nadrukkelijk de havelozen treft interesseert het ministerie van VWS niet. Wie ziek is, gaat naar een dokter. Is de taal een probleem en ontbreken de middelen voor een professionele tolk, dan moet er maar een bekende mee. Hopelijk begaat die dan geen fouten. De zieke zal de aanwezigheid moeten dulden van een bekende. Van een buurvrouw, een collega, vaak van een zoon of dochter, bij onderzoek naar intieme kwesties als zwangerschap, depressie, kanker en wat voor missers het menselijk lichaam verder zo in petto heeft.

Gêne zal leiden tot uitstel van een beroep op de gezondheidszorg. Pas bij onhoudbaar voortgeschreden ziekte volgt de gang naar zorgverlening – die dan een stuk duurder uitpakt.

De artsen staan voor een ethisch dilemma. Zij zwoeren in hun eed: ‘Ik zal de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de gezondheidszorg bevorderen’. Dat is het tegendeel van de kraaienpoten die het ministerie van VWS nu strooit. Bovendien wordt hun beroepsgeheim aangevreten. Een tolk is een neutrale derde. Een meegekomen vertaalhulp is dat niet. Artsen moeten niet akkoord gaan met dit ingebakken gebrek aan discretie.