Vanwaar deze ommekeer in Duitsland?

Duitsland is met z’n kernenergiebeleid terug bij waar het tot afgelopen najaar was: in 2022 moet de laatste kerncentrale gesloten zijn. Binnen acht maanden heeft de regering van bondskanselier Merkel twee keer een complete draai gemaakt. Eerst werd de looptijd van kerncentrales verlengd, nu is deze beslissing onder druk van de atoomcatastrofe in Japan ongedaan gemaakt.

Het besluit komt tegemoet aan wat de meerderheid van de bevolking op straat duidelijk probeert te maken: Atomkraft? Nein danke. Anders dan andere Europeanen zijn de Duitsers bereid om massaal tegen kernenergie te demonstreren. Al sinds jaar en dag wordt gedemonstreerd tegen atoomtransporten naar Gorleben, een van ’s land opslagplaatsen van nucleair afval. De sterke positie van de Groenen in Duitsland speelt hierbij een rol. Die partij weet het onderwerp succesvol op de agenda te houden. Zeker nadat in juli en augustus 2007 min of meer tegelijkertijd de kerncentrales bij Krümmel en Brunsbüttel door branden uitvielen.

‘Fukushima’ bood Merkel politiek-tactisch een kans om de Groenen de pas af te snijden. Protesten van de atoomlobby, ook in haar eigen partij, neemt ze voor lief. Net als het verwijt van de oppositie dat haar koersverandering opportunistisch en ongeloofwaardig is. Als ze niets gedaan had, waren de protesten nog luider geweest en had ze wellicht haar kanselierschap op het spel gezet; zo breed is de antikernenergiebeweging in Duitsland. Met name de problematische (eind)opslag van kernafval ligt er gevoelig.