Van afzwaaiende senatoren rest alleen een pasfotootje

De Mondriaan Stichting wil geen fotoafdrukken op groot formaat subsidiëren van vertrekkende senatoren. „Dit moet ons weer gebeuren.”

Het had een mooi afscheid moeten zijn. Afzwaaiende senatoren konden op 31 mei, op hun laatste dag in de Eerste Kamer, na een ceremonie in de senaatsbankjes en een borrel in de oude ridderzaal, nog even langsgaan in het Haags Historisch Museum. Daar zou hun portret hangen, gemaakt door de gerenommeerde Nederlandse fotograaf Koos Breukel (1962).

Het mocht niet zo zijn. Anders dan waar museum en fotograaf op hadden gerekend, wilde de Mondriaanstichting de tentoonstelling niet subsidiëren. Dus was er geen geld voor afdrukken op groot formaat. Breukel besloot daarop de 75 portretten af te drukken op één vel, alle op formaat pasfoto. Dat vel konden de senatoren alsnog bekijken, in een zwarte, rechthoekige vitrine in een zaal van het museum, met een heuse opening en een ontvangst door de directeur.

„Dit moet ons weer gebeuren”, zegt een senator. Symbolisch, vindt hij: de Eerste Kamer is toch altijd al het ondergeschoven kindje van de Tweede Kamer, de leden komen nooit groot in beeld in de media. Henk ten Hoeve, de scheidend senator van de Onafhankelijke Senaatsfractie (OSF): „Dat deze senaat zo aan zijn einde moet komen, stemt intens droevig”. Han Noten (PvdA) laakt de beslissing van de Mondriaanstichting: „In Nederland weten we niet hoe je momenten creëert.”

De museumdirecteur, Antoinette Visser, wil daarentegen niet van teleurstelling weten. In de entreeruimte groet ze senaatsleden die toch de moeite hebben genomen het museum te bezoeken. Ze spreekt van „een prachtige musealisering” van de serie. Want door die ene afdruk in een vitrine te leggen te midden van grote schutterstukken uit het begin van de zeventiende eeuw, geschilderd door Jan van Ravesteyn, is Breukels verzamelfoto zelf een schuttersstuk geworden.

Ook de fotograaf is niet ontevreden. Hij ziet „een intieme, maar volwaardige tentoonstelling”. En als grap: „Ik heb de senatoren klein gekregen”.

Ook onder de senatoren is niet louter treurnis op te tekenen. Heleen Dupuis (VVD): „Ach, zo erg is het niet dat wij daar niet levensgroot hangen, wij senatoren zitten niet zo met ons ego.” Haar partijgenoot Edward Asscher: „Tja, jammer voor die mensen die het hebben georganiseerd, maar er zullen vast betere dingen zijn geweest om te subsidiëren”.

En Niko Koffeman van de Partij voor de Dieren wil de Mondriaanstichting zelfs bedanken. „Dit zal die foto’s meer aandacht geven.” En terecht, meent Koffeman: „Echte kunst kan niet zonder afwijzing.”