Twee vertalingen '4338'

Niet opgenomen in Van Oorschots vermaarde Russische bibliotheek, maar wel heel goed: Vladimir Odojevski (1803-1869). Althans, dat meende Willem Weststeijn, emeritus-hoogleraar Slavische talen en cultuur van de Universiteit van Amsterdam. Hij stelde bij de bescheiden uitgeverij Pegasus voor om Odojevski’s novelle Het jaar 4338 naar het Nederlands te vertalen. Bij Pegasus stemde men in; een prima idee om in Nederland wat aandacht te schenken aan deze in Rusland gerespecteerde, maar in ons land nauwelijks bekende auteur. Odojevski was een tijdgenoot van Alexander Poesjkin en schreef sciencefictionachtige verhalen.

Twee weken voordat het boek zou verschijnen, ontdekte Pegasus dat ook uitgeverij Hoogland & Van Klaveren op het punt stond een vertaling van Het jaar 4338 uit te brengen. Susan van Oostveen, directeur van Pegasus: „Wanneer een schrijver meer dan 70 jaar dood is, wordt zijn oeuvre rechtenvrij. Zo’n project kun je dus stilletjes beginnen, een vertaler kan aan het werk gaan zonder dat collega’s uit het vakgebied dat door hebben.”

Dat dit met Het jaar 4338 gebeurt is een bizar toeval. Aai Prins, die het boek voor Hoogland & Van Klaveren vertaalde, kent Weststeijn zelfs. „Via hem ben ik met Odojevski in aanraking gekomen. Hij was mijn docent op de universiteit en had het op de leeslijst staan.”

Het was volgens Van Oostveen te laat om het project af te blazen. „Alles lag al bij de drukker. We hebben Hoogland & Van Klaveren benaderd en besloten beide boeken maar gewoon uit te brengen.” Van Oostveen hoopt nu op recensie in een krant of tijdschrift die beide vertalingen met elkaar vergelijkt. „Ze verschillen namelijk nogal. Weststeijn is dichter bij de oorspronkelijke tekst gebleven, omdat we die op de linkerpagina’s van het boek afdrukken.”

Uitgeverij Hoogland en Van Klaveren was niet bereikbaar in verband met een verhuizing.

Sebastiaan Kort