Tussen monitor en vreetaanval

Adrienn Pál. Regie: Agnes Kocsis. Met: Eva Gábor, István Znamenák, Akos Horváth. In: Rialto, Amsterdam; ’t Hoogt, Utrecht; Filmhuis Den Haag.

Op de geluidsband van de Hongaarse film Adrienn Pál overheerst het klepperen van klompen en allerlei alarmbliepjes. De klompen behoren toe aan verpleegster Piroska en de bliepjes komen uit de monitoren van het ziekenhuis waar ze werkt.

De dood is overal. In de film keren geregeld shots terug van de brancard waarop weer een dode naar de krochten van het hospitaal wordt gerold. En zo komen wel meer beelden terug, om aan te geven dat het leven van Piroska is gestagneerd. Net zoals de modeltreintjes van haar partner altijd dezelfde rondjes rijden. De aan overgewicht lijdende Piroska zit klem tussen ziekenhuis en vreetaanval.

Om haar leven richting te geven, begint ze een eindeloze zoektocht naar haar jeugdvriendin Adrienn Pál. Ze bezoekt klasgenoten, maar iedereen heeft andere, sterk gekleurde herinneringen. De gesprekken die Piroska met hen voert staan bol van de misverstanden: langs elkaar heen praten is de norm. Uiteindelijk is de queeste naar Adrienn vooral een zoektocht naar geluk. Een vlucht naar voren uit haar apathische bestaan.

De tweede film van Agnes Kocsis (die sterk debuteerde met Fresh Air) heeft een opvallende stijl, met lange camera-instellingen waarin nauwelijks gemonteerd wordt. De kadering is vaak weids en uiterst precies, het ziekgroene licht van het hospitaal domineert de kleurstelling. Een constant aanwezig gevoel van vervreemding hangt over alles. Kocsis’ trage en wat (te) lange film is zowel een onder de huid kruipend portret van een ongelukkige vrouw als een dwarsdoorsnede van de Hongaarse samenleving.