Tegen kanker kun je niet fietsen

Acties tegen kanker zijn nobel. Wek alleen niet de illusie dat kanker te genezen is, stellen Frits van Dam en Lukas Stalpers.

‘Over 10 jaar moeten we de kennis hebben om niemand meer dood te laten gaan aan kanker.” Dat zei Coen van Veenendaal in het NCRV-programma Altijd wat, van 20 mei. We willen anderen faciliteren en inspireren om ‘Goed, Gelukkig en Gezond’ te leven met kanker, valt te lezen op Veenendaals site opgevenisgeenoptie.nl.

Dat is een wat wrange boodschap voor de vele mensen die overlijden aan kanker. Van Veenendaal is de initiator van een jaarlijks fietsevenement, de Alpe d’Huzes. Daarbij wordt een aantal keer, als het even kan liefst zes keer, de uit de Tour de France beruchte berg Alpe d’Huez beklommen. De deelnemers laten zich hiervoor sponsoren. Het geld is bestemd voor kankeronderzoek en gaat naar KWF Kankerbestrijding. Op 9 juni wordt de berg weer beklommen. De verwachting is dat deze keer maar liefst twintig miljoen euro bij elkaar wordt gefietst. De NCRV wijdt tot 9 juni een serie programma’s aan deze fietstocht.

Bij dit evenement zijn kanttekeningen te maken. Kanker wordt door de organisatoren van de fietstocht en door KWF Kankerbestrijding neergezet als één ziekte. Zo begint KWF Kankerbestrijding haar Beleidsvisie 2011-2014 met de omineuze stelling ‘kanker is een vreselijke ziekte’.

Met dit soort statements wordt voorbijgegaan aan het simpele feit dat de ene vorm van kanker de andere niet is. De overleving van slokdarmkanker, alvleesklierkanker, maagkanker, longkanker en hersentumoren is somber. Minder dan 15 procent van de patiënten is na vijf jaar nog in leven. Darmkanker, blaaskanker en bepaalde vormen van klierkanker horen tot de middenmoot. Borstkanker en baarmoederhalskanker zijn de succesverhalen van de moderne oncologie. Van de patiënten met deze ziekten is 70 tot 90 procent na vijf jaar nog in leven. Generaliserende uitspraken over kanker zijn gewoon onjuist.

De fietsers hebben een droom – dat kanker evolueert van een dodelijke naar een chronische ziekte. Kennelijk hebben ze daarbij aids als voorbeeld genomen. Dat is inderdaad een chronische ziekte geworden. Kanker is alleen een volstrekt andere ziekte. Chroniciteit is voor de meeste vormen van kanker helemaal niet in zicht.

Ongeveer de helft van de patiënten met kanker wordt genezen. Zij hebben helemaal geen kanker meer, laat staan dat het voor hen een chronische ziekte is. Dat neemt niet weg dat veel genezen patiënten zich hun hele leven toch blijven beschouwen als kankerpatiënt. Dat is omdat ze bang zijn dat hun ziekte terugkomt, of omdat ze nog steeds de nadelen ondervinden van de behandeling of de doorgemaakte ziekte. Natuurlijk moet deze patiënten worden geleerd om daarmee te leven. Daarvoor is goede nazorg nodig.

Het is dus onjuist om het publiek te vertellen dat kanker één enkele ziekte is en dat de oplossing om de hoek ligt. Dat weet iedereen bij de bewuste organisaties ook wel. Dat ze toch dit soort ongenuanceerde uitspraken doen, heeft alles te maken met de techniek van fondsenwerving. Nuance verkoopt nu eenmaal niet. Of we hoog of laag springen – nooit zullen we een magic bullet krijgen die alle vormen van kanker geneest. Het is veel verstandiger om naar buiten te brengen dat kankerbestrijding een complex vak is, waar veel onduidelijk is en waar veel geld naartoe moet voor onderzoek naar preventie (roken!), behandeling en nazorg.

De vrijwilligers van Alpe d’Huzes en KWF Kankerbestrijding die zich zo inzetten voor de fondsenwerving doen uiterst nuttig werk, maar het is de vraag of de publieksvoorlichting over kanker is gediend met de slogans die hun organisaties bezigen.

Frits van Dam is oud-medewerker van het Nederlands Kanker Instituut/Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis en emeritus hoogleraar psychologie. Lukas Stalpers is radiotherapeut aan het AMC.