Spaanse academici laken 'apologeet' van Franco

Hij leidde een „autoritair, maar geen totalitair regime”. Hij „versloeg een vijand die in principe sterker was.” En hij „moest compromissen sluiten met Italië en Duitsland” vanwege de „vijandigheid van Frankrijk en Rusland”.

Aldus de opvallend positieve beschrijving van generaal Francisco Franco in het nieuwe Spaanse Biografische Woordenboek, waarvan de eerste delen vorige week verschenen. Een „dictator” wordt Franco, niet genoemd in het lemma over de generalísimo. De term „dictatoriaal” is juist gereserveerd voor één van zijn voornaamste politieke tegenstanders: Juan Negrín, de laatste premier van Republikeins Spanje.

Het lemma heeft geleid tot veel ophef in Spanje, waar de burgeroorlog (1936-1939) en de Franco-dictatuur (1939-1975) gevoelige onderwerpen blijven. Het blijkt te zijn geschreven door een bewonderaar van Franco, de mediëvist Luis Suárez. De 86-jarige kreeg als enige onderzoeker toegang tot de privé-archieven van de familie Franco, met wie hij bevriend is. Suárez is lid van de zogenaamde Broederschap van de Vallei der Gevallenen, een monument gebouwd door Franco nabij Madrid.

Het 50-delige boekwerk met biografische informatie over 40.000 personen wordt uitgegeven door de Koninklijke Historische Academie en wordt betaald met overheidsgeld. De minister van Cultuur in de (socialistische) Spaanse regering, Ángeles González-Sinde, eist nu dat lemma’s die „de realiteit niet weergeven” worden „herzien”.

In de krant El País levert de historicus Julián Casanova, een Franco-kenner, felle kritiek op de Academie. Die koos met Suárez als auteur van het Franco-lemma voor een „apologeet” van een „wrede dictatuur”, schrijft Casanova. Het kostte historici veel moeite om de „mythe” te ontkrachten van de goede Franco, die Spanje van het communisme bevrijdde „Maar daar heeft de Academie geen boodschap aan”.