Sluiting ambassades stelt hulporganisaties teleur

Hulporganisaties zijn teleurgesteld over de sluiting van Nederlandse ambassades in Afrika en Latijns-Amerika. Het budget van die ambassades voor lokale ontwikkelingsprojecten vervalt en de samenwerking tussen ambassadepersoneel en hulporganisaties eindigt.

Vooral de sluiting van de ambassade in Bolivia, een belangrijke bestemmingsland voor Nederlandse hulp, wordt betreurd. CARE Nederland, dat zich vooral richt op noodhulp, verliest hierdoor een „belangrijke financieringsbron” voor een project voor rampenpreventie in Bolivia, zegt een woordvoerder. Hij verwacht niet dat dit geld nu in Den Haag bij Buitenlandse Zaken kan worden aangevraagd. Ook de financiering van projecten in Nicaragua en Guatemala komt in gevaar.

Cordaid, dat net als CARE geld krijgt van lokale ambassades, werkt vaak nauw samen met diplomatiek personeel. Met het sluiten van ambassades verzwakt de positie van Nederlandse organisaties in die landen, zegt een woordvoerder van Cordaid. Juist in gevoelige dossiers, zoals bescherming van mensenrechtenactivisten, trekt de hulporganisatie graag op met de ambassade ter plekke. „Je geeft elkaar legitimiteit.”

Van nog op te richten Nederlandse ambassades die meer landen in een regio bedienen, zoals die in Panama, wordt weinig verwacht. „Ik geloof niet in het onderhouden van banden op afstand. Zo werkt het niet, juist netwerken in de lokale samenleving zijn belangrijk”, zegt Michiel Baud, directeur van het centrum voor Latijns-Amerika studies (CEDLA) in Amsterdam. Hij verwacht dat netwerken die ambassades met veel moeite hebben opgebouwd, na sluiting van de ambassade snel verdwijnen. „Het is al moeilijk om banden met Bolivia te onderhouden vanuit een buurland, laat staan vanuit Panama.”

De Nederlandse positie in Latijns-Amerika en Afrika begint te verzwakken, zeggen hulporganisaties. „We merken nu al dat Nederlandse ambassades die gaan sluiten, aan status verliezen. Het is klaar, ze gaan weg”, aldus de woordvoerder van Cordaid.