Ruim veertig doden in Jemen

Bij nachtelijke gevechten tussen regeringstroepen en een tribale militie in de Jemenitische hoofdstad Sana’a zijn meer dan veertig mensen gedood. Dat heeft een bron in een plaatselijk ziekenhuis vanochtend bekendgemaakt. Een staakt-het-vuren tussen legereenheden die trouw zijn aan president Ali Abdullah Saleh en strijders van de machtige stammenleider Sadeq al-Ahmar dat zondag werd overeengekomen, kwam gisteren al ten einde.

De vrees groeit in Jemen dat wat in februari begon als een geweldloze campagne om president Saleh tot aftreden te dwingen, in een burgeroorlog ontaardt of zelfs al is ontaard. Vannacht werden volgens inwoners voor het eerst raketten gebruikt.

Saleh weigert op te stappen, hoewel machtige stammen en legergeneraals in de loop der tijd naar de oppositie zijn overgelopen. Hij beschikt nog steeds over goed gewapende elite-eenheden onder het commando van naaste familieleden.

De strijd tegen Sadeq al-Ahmar, de leider van de Hashid-stammenfederatie, begon vorige week bij de woning van Ahmar in het centrum van Sana’a. Diens strijders hebben inmiddels negen ministeries en andere gebouwen veroverd, waaronder het parlementsgebouw. Salehs troepen op hun beurt bezetten gebouwen in de buurt van Ahmars residentie. In totaal zijn nu meer dan 150 doden gevallen bij de gevechten.

Ook in andere delen van Jemen wordt geweld gemeld. In het zuiden proberen regeringstroepen en plaatselijke eenheden moslimextremisten te verdrijven uit Zinjibar, een stadje met 20.000 inwoners. Volgens getuigen zijn de meeste inwoners gevlucht. Oppositiewoordvoerders hebben Saleh ervan beschuldigd Zinjibar te hebben uitgeleverd aan de extremisten, waaronder de regionale Al-Qaeda-organisatie, om te laten zien wat er gebeurt als hij zou worden gedwongen om af te treden. (Reuters, AP, AFP)