Prutser maakt medische fout. Wat te doen?

Mijn echtgenote werd slachtoffer van een reeks medische blunders.

Ons verzoek – dat er excuses zouden worden aangeboden – bleek te veel gevraagd.

Ik weet het: het is de bedoeling dat dit soort stukken ergens naartoe gaat. Dat ik bijvoorbeeld in de laatste alinea oproep tot nieuwe regels en nieuw beleid, dat het kabinet of de Tweede Kamer wat moet doen of, altijd goed, dat het probleem in elk geval hoog op een of andere agenda terechtkomt. Nou, dit stuk, ik zeg het maar meteen, gaat nergens heen. Nou ja, naar deze conclusie, die ik meteen maar geef (zodat u desgewenst nu kunt stoppen met lezen): dat ik de handdoek in de ring gooi en anderen in soortgelijke omstandigheden ernstig aanraad hetzelfde te doen. Geloof me, dat is echt het beste: als je slachtoffer bent geworden van verkeerd medisch handelen met desastreuze gevolgen probeer dan vooral je gelijk niet te halen. Niet alleen win je in dit land die strijd niet, na een paar rondes voel je je ook nog een complete idioot.

Brengt me meteen op een ander punt: het zou inderdaad goed kunnen dat u reeds gestopt ben met lezen. Ik deed dat vroeger ook: ach ja, weer zo’n klaagverhaal over verkeerd medisch handelen met desastreuze gevolgen, foto erbij van het slachtoffer die kijkt als een zojuist geslagen hond. Ik had ook altijd wel wat beters te doen dan zoiets te gaan lezen.

Totdat je zelf in deze absurdistische wereld terechtkomt. Dat is het vooral – onrechtvaardig ook natuurlijk, en zeker ellendig – maar na zo twee, drie jaar procederen is absurdistisch toch het meest treffende woord. Soms kan je er dan zelfs om lachen.

Bent u er nog?

Het gaat trouwens niet om mij maar om mijn echtgenote. Bij haar werd in juni 2008 een kwaadaardige tumor in de dikke darm geconstateerd door dr. Festen, bij wie zij al jaren onder behandeling was vanwege colitis ulcerosa. Hij verwees haar naar dr. Prins, van het GZG in Den Bosch, die middels een laparascopische ingreep de tumor zou verwijderen. Bij het intakegesprek vertelde dr. Prins dat dit een vrij eenvoudige ingreep was en dat mijn vrouw na een dag of zes weer thuis zou zijn. Allerlei onderzoeken volgden, evenals longfoto’s, hartfilmpje, bloedonderzoek en een uitgebreide echo, waarbij men op de echo een onschuldige cyste zag in haar bekken. Hieraan hoefde niets gedaan te worden.

Op 1 augustus 2008 vond de operatie plaats door dr. Prins, die na afloop vertelde dat alles goed was verlopen, dat hij op vakantie ging, maar (dit gebeurde op een vrijdag) dat hij tot zondagavond bereikbaar was en instructies had nagelaten om gebeld te worden als er iets zou gebeuren.

Er gebeurde iets: op zaterdag werd ze ziek, kreeg koorts. Dr. Prins werd niet gebeld en ze werd geopereerd, waarbij men een afschuwelijk slecht geplaatst en lelijk stoma aanlegde. Hierover werd met mijn vrouw geen overleg gepleegd, verder ook met niemand. Veel later vertelde dr. Prins dat dit allemaal niet nodig was geweest, dat er een hematoom in haar buik zat, hetgeen hij heel simpel had kunnen oplossen en ook dat hij de enige was die deze operatietechniek beheerste en dat de arts die haar had geopereerd ‘een prutser’ was en hem had moeten bellen.

Op zich is het niet bepaald prettig om te horen dat de ene arts de andere ‘een prutser’ noemt, zeker niet als laatstgenoemde jou heeft behandeld, maar gezien wat er intussen was gebeurd klonk het wel treffend. Mijn vrouw belandde op de intensive care, aan de beademing, en werd in totaal vier keer geopereerd. Eenmaal om de buik te spoelen, de laatste maal omdat men meende een abces te zien (de eerder vermelde onschuldige cyste). Eind augustus kwam mijn vrouw uit het ziekenhuis – als een wrak. Hoe het thuis verder moest, met dat ongevraagde stoma, moest ze zelf maar uitzoeken.

Ja, ik weet het: nou dreigt dit toch weer zo’n eindeloos klaagverhaal te worden – en dan sla ik voor het gemak nog maar wat macabere gebeurtenissen over en heb ook maar even niet uitgelegd wat bijvoorbeeld een laparascopische ingreep is (zie Wikipedia) of een hematoom (idem).

Slecht nieuws trouwens voor de zeer geduldige lezers onder u: het gaat maar door. In sneltreinvaart: eenmaal thuis maakte mijn vrouw een afspraak met dr. Prins omdat ze iets scherps in haar buik voelde. Er kwam een afspraak, maar niet dr. Prins stapte de kamer binnen maar de arts die haar had geopereerd, jazeker, de man die inmiddels bekendstond als ‘de prutser’. Hij bood zowaar excuses aan, maar eigenlijk ook niet, want hij zei dat hij wel degelijk dr. Prins had gebeld, hoewel hij daar later in het gesprek niet meer helemaal zeker van was en bovendien had hij het over drie operaties, in plaats van vier en… nou ja, die naam van ‘de prutser’, die droeg hij waardig. Oh ja, er zat nog een stukje metaal in haar buik, waarschijnlijk een stukje naald. Vandaar die pijn.

Op dat moment was wel duidelijk dat mijn vrouw slachtoffer was geworden van een aantal forse medische blunders. Maar wat dan? Van nature haat mijn vrouw klagen, ik ook trouwens, en we zien Don Quichot ook niet als lichtend voorbeeld. Ze ging aanvankelijk dan ook niet klagen of aanklagen, nee, ze had gezien de omstandigheden een vrij bescheiden verzoek: dat er in elk geval beleefd en oprecht excuses zouden worden aangeboden.

Die kwamen niet. Dus schakelden we een advocaat in, gespecialiseerd in letselschade, een mevrouw met een mantra trouwens: ‘Verwacht niets, want gelijk krijgen in dit soort kwesties is in Nederland heel, héél moeilijk.’ Ze kwam geen millimeter verder, wat niet verbaast met zo’n uitgangspunt. Een volgende advocaat schetste de medische sector eveneens als een fort voorzien van een paar betonlagen. Ook werd de inspectie benaderd die, best vermoeiend, ook al een toon had van: héél erg voor u, maar ja, ook al is er geblunderd, zo simpel is het toch allemaal niet. Via de inspectie werd er contact gelegd met de heer Spaan, voorzitter van de raad van bestuur van GZG in Den Bosch. Mijn vrouw sprak hem tweemaal en hij zond in de zomer van 2010 een brief waarin hij voor het eerst iets menselijks toonde, ja, hij sprak zelfs over excuses.

Had hij niet moeten doen, die meneer Spaan. Hij werd op de vingers getikt door een jurist, want zomaar toegeven aan een blunder, waar blijven we dan als ziekenhuis, ja, dan krijg je als ziekenhuis hevige mot met je verzekeringsmaatschappij, wat je als ziekenhuis echt niet wil. De heer Spaan mompelde nog wat, zuchtte nog wat en liet het daarbij. De inspectie kon verder ook niets doen op dit moment… Ja, de medische blunder van mijn vrouw was nu een pannetje hete soep dat de een snel doorgeeft aan de ander, want eer je het weet brand je je vingers. De Nationale Ombudsman meldde dat medische blunders even niet hoog op de agenda stonden, een hoogleraar verdiepte zich in de zaak, vond het eveneens allemaal prutswerk, maar kon ook niks doen… Had ik u al verteld dat je van een geval als dit behalve ontzettend boos bovenal op den duur ook ontzettend moe wordt?

We namen contact op met Henk van Gerven, SP-Tweede Kamerlid, daarvoor huisarts, en erg begaan, betrokken, geïnteresseerd met getroffen patiënten. Hij belt, op zaterdagavond nog wel, en meldt dat er een hoorcommissie komt en nieuwe wetgeving moet komen. Nou, ik weet wel op wie ik bij de volgende verkiezingen ga stemmen!

Maar een tijdje later blijkt ook Henk het te druk te hebben met tal van andere dingen en meldt hij dat we maar de publiciteit moeten zoeken. Een Tweede Kamerlid dat een vernielde burger adviseert de publiciteit te zoeken: je verwacht het niet echt van een volksvertegenwoordiger, maar as such is het vast wel postmodern.

Trouwens, de publiciteit zoeken? Luister eens Henk, ik ben zelf een jaar of vijftien hoofdredacteur geweest en kreeg met flinke regelmaat dit soort gevallen op mijn bureau of in mijn mailbox, met een stuk of twintig bijlagen, en dacht doorgaans: die lees ik nog wel eens een keer, ooit. Zelden gedaan, te meer daar die verhalen tevens als manco hebben dat ze zo voorspelbaar zijn. Drie of vier of vijf jaar later is de hoofdpersoon nog geen stap verder maar wel veranderd in een verbitterd mens om wie je liefst met een heel grote boog heen loopt.

Wie wil dat lezen? Nou, ik niet.

Mij werd een tijdlang nog gevraagd: „Hoe gaat het nou met je vrouw?” Dan loog ik maar: „Naar omstandigheden wel.”

Want om nou een verhandeling van anderhalf uur te gaan afsteken over juridische en medische procedures en blunders en dat het een complete schande is, zo’n medische sector anno 2011 met de bedrijfsvoering van een gesloten oester en een bijkans psychotische angst om fout handelen toe te geven gevolgd door welgemeende excuses en… Sorry, daar ga ik weer.

Mocht u slachtoffer worden van een ernstige medische blunder, dan dit advies: ga niet klagen en aanklagen. Laat de inspectie met rust, die hebben het al druk genoeg, al weet ik niet zo goed met wat. Laat directeuren, specialisten, juristen,Tweede Kamerleden en ombudsmannen ook met rust. Te meer daar die mensen het ook allemaal erg druk hebben. Gooi maar meteen de handdoek in de ring.

Overigens dank aan hen die het einde van dit verhaal hebben gehaald.

Hans Verstraaten was onder meer hoofdredacteur van Nieuwe Revu en Management Team en is nu columnist van Management Team, Retailtrends en Libelle, en editorial director van uitgeverij Readershouse Brand Media.