President Assad kondigt amnestie af

De Syrische president Bashar al-Assad heeft gisteren een algemene amnestie afgekondigd voor gevangenen, met inbegrip van mensen die worden beschuldigd van politieke misdrijven. De amnestie omvat daarmee kennelijk de ongeveer 10.000 mensen die zijn opgepakt sinds de protesten tegen Assads regime half maart begonnen. Maar bijzonderheden over de maatregel werden niet meteen gegeven; in elk geval werden er vandaag nog geen vrijlatingen gemeld.

Syrische opposanten in het buitenland wezen de amnestie af als te laat. Volgens hen accepteert de oppositie nu niets anders meer dan de val van het Ba’athregime. Maar in Damascus reageerden activisten van mensenrechtenorganisaties positiever.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Hillary Clinton, verklaarde tegelijk dat de positie van president Assad met de dag „minder houdbaar” wordt. „Assad heeft niet opgeroepen tot stopzetting van het geweld tegen zijn eigen volk, en hij heeft zich tot geen enkele inspannign om te hervormen verplicht”, zo zei ze in Washington.

Clinton uitte zich tegenover journalisten kritischer jegens het bewind van Assad dan zij tot dusverre had gedaan. Ze veroordeelde de gemelde foltering en dood van een 13-jarige jongen als voorbeeld van de weigering van het regime werkelijke hervormingen door te voeren.

Beelden van de dode jongen zijn op YouTube gezet. De Syrische regering zegt een onderzoek naar de zaak in te stellen. (Reuters, AP)