Nu wil Canada het olympisch toetje: de Cup

De Vancouver Canucks beginnen vanavond aan de finale om de Stanley Cup tegen de Boston Bruins.

De afgelopen achttien jaar ging de beker naar Amerika.

Eén grote deinende zee van rood-witte Maple Leaf-vlaggen was het vorig jaar, de Canada Hockey Place in het centrum van Vancouver. Een kolkende menigte die vierde dat Canada na een bloedstollende finale olympisch ijshockeygoud veroverde tegen de Verenigde Staten, na een golden goal in de verlenging.

Het olympisch vuur doofde kort na die perfecte apotheose van de Winterspelen, maar het ijshockeychauvinisme houdt de stad aan de Canadese westkust nog altijd in een ijzeren greep. Als alles naar wens verloopt keert de Stanley Cup, de heilige graal van het ijshockey die hoort bij het kampioenschap van Noord-Amerika, na achttien jaar terug naar de rechtmatige eigenaar van de sport, Canada – het land dat hockey eet, drinkt en droomt. En welke stad kan de Amerikaanse hegemonie beter doorbreken dan Vancouver, als een olympisch toetje in extra tijd?

Op hetzelfde heilige olympische ijs beginnen de Vancouver Canucks vanavond aan de best-of-sevenserie tegen de Boston Bruins. De Canucks, actief in de NHL (de Noord-Amerikaanse competitie) sinds 1970, stonden twee keer in de finale maar wonnen de Stanley Cup nog nooit. De Bruins wonnen vijf keer, maar dat herinneren zich alleen nog oudere Bostonians: de laatste keer was in 1972.

De opmars van het topijshockey in Vancouver verliep de afgelopen jaren in het spoor van de olympische aspiraties van de stad. „Dit zit er al een tijd aan te komen”, zei Canucks-hoofdcoach Alain Vigneault vorige week, nadat Vancouver tegen de San Jose Sharks de titel in de Western Conference had gewonnen. Met 63 zeges (waarvan negen na verlenging) in 82 reguliere competitiewedstrijden vestigde Vancouver zelfs een NHL-record.

De stad ziet de voorbije Spelen als een voorbode op wat komen gaat. In het jaar na beide vorige Olympische Spelen op Canadees grondgebied won telkens de organiserende stad de Stanley Cup. In 1976 werden de Zomerspelen gehouden in Montreal, het jaar daarop veroverden de Montreal Canadiens de Stanley Cup. In 1988 organiseerde Calgary de Winterspelen, een jaar later ging de Cup naar de Calgary Flames. Vancouver weet wat het te doen staat.

Het wordt trouwens ook hoog tijd, vinden de Canadezen. Hoewel Canada in de NHL is vertegenwoordigd door slechts 6 van de 24 clubs is ruim de helft van de ongeveer duizend NHL-spelers in het bezit van een Canadees paspoort. Pikant genoeg is de ploeg van de Canucks opgebouwd rond twee topspelers die vorig jaar in die zinderende olympische finale blauwe plekken aan elkaar overhielden: de mateloos populaire Canadese doelman Roberto Luongo en de Amerikaan Ryan Kesler, dit seizoen een van de beste aanvallers in de NHL. Daartussen staan al jaren twee ijskoude Zweedse tweelingbroers die al tien jaar onder contract staan in Vancouver en inmiddels zijn opgeklommen tot de rangen van aanvoerder en viceaanvoerder van de Canucks: Henrik en Daniel Sedin, olympisch kampioenen van Turijn (2006). Henrik had vorig seizoen de meeste punten (goals en assists) in de NHL, Daniel nam die titel dit seizoen over.

Met hen hoopt Vancouver slechte herinneringen uit het verleden te kunnen wissen. Tweemaal verloor de club de finale om de Stanley Cup van een ploeg uit New York: in 1982 tegen de Islanders (4-0), in 1994 tegen de Rangers (4-3). Die laatste nederlaag leidde tot ernstige rellen in Vancouver waarbij tweehonderd mensen gewond raakten en voor een miljoen dollar schade werd aangericht. De politie van Vancouver nam de afgelopen dagen alvast tal van veiligheidsmaatregelen om een eventuele herhaling te voorkomen, mocht de beker opnieuw aan Canada voorbijgaan.

Maar de hockeyfan in Vancouver kijkt vooralsnog naar de zonnige kant van het leven en grijpt alles aan om de zege alvast aan zichzelf toe te rekenen. Weggestopt aan de schaars bevolkte noordwestkust van het continent maken de Canucks veruit de meeste vlieguren van alle ijshockeyers in de NHL; zij maken geen punt van hockeyen met een jetlag.

Dus mocht het tot zeven duels tegen Boston komen, dan zou dat Vancouver een voordeeltje moeten opleveren, rekenden dagdromende Canadese statistici uit. Tussen Boston en Vancouver strekken zich ruim 4.000 kilometer land uit – de grootste afstand ooit tussen twee Stanley Cup-finalisten.

De inwoners van British Columbia mogen ervan uitgaan dat de puck deze keer goed valt en de Cup eindelijk thuiskomt in Vancouver, in Boston worden heel andere plannen gesmeed. De sportliefhebbers in die stad beleven tot nu toe een gouden eeuw en hebben bijna elk jaar wel iets te vieren.

De Patriots wonnen in 2001, 2003 en 2004 de Super Bowl (American football), de Red Sox veroverden in 2004 en 2007 de World Series (honkbal), terwijl de Celtics in 2008 de NBA-titel wonnen (basketbal). De hoogste tijd dus, vinden ze aan de Amerikaanse oostkust, dat ook de Bruins gaan deelnemen aan de Boston Team Party.